Met dank aan de Kanaänitische vrouw

Lezing: Mat 15,21-28

Het is nog volop schoolvakantie maar je ziet toch alweer mensen terugkomen. Meestal hebben ze een kleurtje gekregen dat je thuis niet zo gauw oploopt, en ze lijken ook wat meer ontspannen dan de anderen. Sommigen stralen ook iets uit van “Ik heb er weer zin in,” of “Ik heb weer nieuwe inspiratie gekregen.” Daarvoor hoef je natuurlijk niet per se dure vakantiereisjes te ondernemen, je kan net zo goed ook thuis even een stap opzij doen. Even de dingen vanuit een andere hoek bekijken, even de tijd nemen om je opnieuw te bezinnen. En als dan het gewone leven weer begint, dan heb je nieuwe ideeën en nieuwe inspiratie.

In onze lezing is Jezus in het buitenland, maar niet om vakantie te vieren, veelmeer omdat hij door de farizeeërs en schriftgeleerden zo onder druk wordt gezet dat hij maar beter even uit de vuurlinie kan verdwijnen. Even op adem komen, even je bezinnen hoe het verder moet gaan. En daarbij blijkt de Kanaänitische vrouw een bijzondere rol te spelen. Kort gezegd: zonder die Kanaänitische vrouw zaten we vanochtend niet hier.

Onze lezing uit het Matteüsevangelie is een beetje een vreemde eend in de bijt. We hebben de afgelopen zondagen in de hoofdstukken daaraan vooraf de zogenaamde gelijkenisrede gelezen. Daarin heeft Matteüs alle gelijkenissen die Jezus verteld heeft achter elkaar op een rijtje gezet. En in de komende hoofdstukken laat Matteüs de genezingsverhalen volgen, waar Jezus zieken geneest. En daartussenin staat nu onze lezing van vanochtend. Je zou het als begin van de genezingsverhalen kunnen zien, want aan het eind wordt verteld dat de dochter van de vrouw weer gezond wordt. Maar de meeste aandacht gaat toch naar iets anders uit:

In ons stukje gaat het om nieuwe inspiratie vanuit een onverwachte hoek. In management-termen zou je zeggen, het gaat om out-of-the-box-denken, dat je de geijkte paden verlaat en dat je de dingen vanuit een heel andere hoek bekijkt. Maar het gaat er ook om dat je voor het nieuwe ook openstaat. Hoe vaak gebeurt het niet dat je opeens hulp krijgt vanuit onverwachte hoek, dat mensen van wie je het nooit had verwacht je opeens een zetje geven in de goede richting, of soms lopen de dingen heel anders dan jij wilt en achteraf blijkt het juist zo goed uit te werken. — Jezus is in het buitenland tegen wil en dank, en tussen de verzameling gelijkenissen en de verzameling genezingsverhalen is ook onze lezing een soort ‘buitenland’. Kortom, het zou wel heel raar moeten lopen als hier niet iets nieuws stond te gebeuren: nieuwe inspiratie vanuit onverwachte hoek.

De evangelist Matteüs was een vrome jood. En hij wil zijn geloofsgenoten ervan overtuigen dat met Jezus echt een nieuw hoofdstuk begint voor het jodendom. Daarom haalt Matteüs ook heel vaak de oude profeten aan om te laten zien dat wat de profeten zagen nu bij Jezus in vervulling gaat. Dus denkt geen haar op het hoofd van Matteüs eraan om de boodschap van Jezus buiten het jodendom een plek te geven. Daarom reageert Jezus ook eerst niet op de Kanaänitische vrouw, de leerlingen zeggen zelfs: “stuur haar toch weg,” en uiteindelijk zegt Jezus: “Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk Israël.” En vervolgens wordt het nog scherper: “Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.” — De kinderen, dat zijn de kinderen van Israël, en de honden, dat zijn de ongelovigen, de niet-joden, de buitenlanders.

Een soort Geert Wilders-uitspraak, die zeker ook weer in het conflict tussen Israël en de Palestijnen gebezigd wordt. — Maar de vrouw laat zich niet uit het veld slaan: “Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.” Jezus is uitgeweken voor de farizeeërs en schriftgeleerden, dus de eigen kinderen lijken niet bepaald zo gretig te zijn naar het brood. En trouwens wie heeft er zo weinig brood dat er niet wat kruimels overblijven voor de honden. Dus, hoe eenkennig wil je zijn?

Dit is een cruciaal moment in het denken van Matteüs en ook in het denken van Jezus: Houd je het heil voor jezelf? Heeft God dan niet genoeg genade voor iedereen? Moet de boodschap van Jezus een exclusieve aangelegenheid blijven voor de besloten joodse gemeenschap? Of is het niet tijd dat het joodse geloof zich ook openstelt voor niet-joden?

Wat dat laatste betreft, jodendom en christendom zijn uiteindelijk gescheiden wegen gegaan. Maar Jezus is in het buitenland, hij heeft een stapje opzij gedaan om zich te bezinnen, hoe moet het verder? Hij ontmoet die buitenlandse vrouw, een ongelovige, waar hij niets goeds van verwacht, maar de schellen vallen hem van de ogen. Deze vrouw blijkt namelijk groter over God te denken dan Jezus zelf. Van de genade van God zullen toch heus wel wat kruimels overblijven. Dat koninkrijk waarover Jezus al die tijd preekt zal toch heus wel groot genoeg zijn voor álle mensen.

De vrouw heeft hem tuk. Ze opent hem de ogen voor nieuwe inspiratie uit onverwachte hoek. En gelukkig staat Jezus er onmiddellijk voor open: “U hebt een groot geloof.” Het wordt hem duidelijk, er is ook geloof buiten zijn eigen gemeenschap, er is ook geloof buiten het eigen land, er is ook geloof buiten de kerk, en soms komt het uit wel onverwachte hoek en misschien ook in onverwachte gedaante. Gelukkig pakt Jezus die nieuwe inspiratie uit onverwachte hoek met beide handen aan, en zo opent hij de weg dat zijn boodschap niet een binnen-joodse aangelegenheid blijft maar uit kan waaieren over de hele wereld. Een cruciaal moment in de godsdienstgeschiedenis. Dat wij hier vanochtend als christenen bij elkaar komen hebben we te danken aan deze Kanaänitische vrouw.

Het koninkrijk is groter dan we denken, en het komt soms wel uit heel onverwachte hoek tevoorschijn. Laten we ervoor openstaan.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Één reactie op Met dank aan de Kanaänitische vrouw

  1. Theo Thier schreef:

    Matteûs en Ekkehard weten het weer inspirerend te vertellen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *