Laat jouw licht schijnen

Lezingen: Jes 58,6-10 en Mat 5,13-16

Als ik hier zou vragen: “Wat is jouw licht, of waarin ben je echt een licht?” denk ik dat we dan eerst heel veel over de korenmaat zouden horen. Bescheidenheid siert de mens en we vinden het in Nederland sowieso niet gepast om ons zelf op de borst te kloppen. Dus waarschijnlijk zouden we heel veel uitspraken horen als: “Ja, ik probeer wel goed te zijn, maar dat lukt mij bij lange na niet,” of “Ik weet niet of je dat nou licht moet noemen, het is eigenlijk meer vallen dan opstaan,” of “Helaas wordt het licht steeds weer verborgen achter mijn donkere kanten.” — Heel veel korenmaten die als een stolp over het licht gezet worden totdat er geen lichtstraaltje meer naar buiten dringt.

Wat is jouw licht, en wat is jouw korenmaat? Laat je je licht schijnen of houd je het verborgen? Soms heb ik het idee dat God zich als een trainer moet voelen bij de Olympische Spelen. Hij heeft zijn pupillen alles geleerd en hij heeft er alles voor over om zijn mensen de beste condities te bieden. En nu komt hij met een ploeg naar de spelen die helemaal fit en getraind is. Stel dat zijn mensen dan zouden zeggen: “Oh, die snowboardpiste is wel heel erg ingewikkeld,” of “Misschien heb ik toch net niet genoeg in huis om hieraan mee te doen,” of “Zie je de andere schaatsers, daar maken we geen enkele kans”… — Soms denk ik dat God soms helemaal gek van ons wordt. Dan zijn we het zout der aarde en het licht in de wereld, maar wij komen alsmaar weer met de korenmaat aanzetten. Als trainer ben je dan ook vaak meer psycholoog dan leraar.

En dat heeft Matteüs goed door. Voordat de mensen denken: “Kijk nou die Jezus en wat hij allemaal doet,” zet hij zijn evangelie even stil. Hij bouwt een redevoering in, de eerste van vijf grote toespraken die hij Jezus in de mond legt. En dat doet hij omdat hij niet alleen het levensverhaal van Jezus wil vertellen, maar hij wil vooral vertellen dat wíj een belangrijke rol hebben in dit verhaal. Als het alleen het verhaal van Jezus blijft dan heeft het geen enkel nut. Het wordt pas de moeite waard als wij daarin meedoen. In het Johannesevangelie zegt Jezus “ik ben het licht der wereld,” maar bij Matteüs zegt hij “júllie zijn het licht in de wereld.”

Jezus kan nog zoveel licht zijn en stralen, maar als wij dan als een korenmaat het licht afschermen en overdekken dan komt daar niets van terecht. — Dus “laat jouw licht schijnen”.

Deze toespraak van Jezus lijkt wel een beetje op de peptalk van een trainer vlak voor de allesbeslissende wedstrijd. Eerst heeft hij ons geluk ingesproken in de bekende zaligsprekingen, “gelukkig wie nederig van hart zijn” enzovoort, “gelukkig zijn jullie”. Die zaligsprekingen waren voor Matteüs trouwens niet nieuw, want we lazen ze net al uit de profeet Jesaja. Vele eeuwen voor Matteüs schreef Jesaja al dat ons licht “doorbreekt als de dageraad”. Dus Matteüs doet er gerust nog een schepje bovenop: “Jullie zijn het zout van de aarde, jullie zijn het licht in de wereld.”

Zoals je met de ene kaars de andere aansteekt, zo zorgt Matteüs ervoor dat we niet alleen naar het licht van Jezus kijken, maar dat Jezus met zijn licht óns licht ontsteekt. Vanaf dit punt is zijn evangelie niet meer alleen het verhaal van Jezus, vanaf hier is het ook het verhaal van óns.

“Deel je brood, biedt de armen onderdak, kleedt wie naakt is. Bekommer je om de medemens,” heeft Jesaja al geschreven. Of zoals een regel in de islam zegt: vóór je gaat eten kijk eerst zeven deuren naar rechts en zeven deuren naar links of ook je buren te eten hebben. “Dan breekt je licht door als de dageraad.”

Afgelopen maandag werd in vergadering van de Raad van kerken bij de opening een korte tekst gelezen van Augustinus. Die staat in het nieuwe liedboek:

Op de plaats waar ik was, wanneer zocht ik u daar?
En u stond gewoon vóór me!
Maar ik was ook van mijzelf weggelopen
en kon mezelf niet meer vinden,
laat staan U!

Als je vaker naar de Boskapel komt dan ken je dit stukje uit je hoofd, maar voor de anderen in de raad van kerken bleek dat echt een doordenkertje te zijn. En iemand merkte op: het is een beetje alsof je je bril zoekt en uiteindelijk blijkt ze op je neus te zitten.

Augustinus was op zoek naar God, hij was op zoek naar het licht. Hij tuurde om zich heen en zocht het in de verste uithoeken, totdat opeens de korenmaat, de stolp werd opengetrokken.

Wat is jouw licht? En wat is jouw korenmaat? Misschien is onze grootste korenmaat wel dat we dénken dat ons licht maar een klein lichtje is. Dat we denken dat we eigenlijk niet zo veel licht hebben. Maar als die korenmaat eenmaal weggetrokken wordt dan blijkt dat kleine lichtje van jou opeens onderdeel te zijn van het grote licht. Als de korenmaat weggetrokken wordt dan versmelten al onze aparte lichtjes tot een zee van licht.

Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht in de wereld. Zet het niet onder de korenmaat. Laat jouw licht schijnen.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie