Laat het nu maar gebeuren

Lezingen: Jes 42, 1-7 en Mat 3, 13-17 (Jezus gedoopt door Johannes)

Weet u nog de dag dat paus Franciscus benoemd werd? Al dagenlang stonden de mensen op het Pietersplein in Rome naar die schoorsteen te staren, en opeens, eindelijk kwam er witte rook. Het duurde vervolgens nog even, maar toen kwam het “habemus papam” en werd in ingewikkelde Latijnse vervoegingen de naam Jorge Bergoglio bekend gemaakt. En terwijl de verslaggevers nog driftig zaten te bladeren en de googelen wie die man toch was ging het gordijn open en kwam Franciscus naar buiten. Zijn eerste woorden: “Buona Sera” zijn intussen legendarisch, maar daarna deed hij nog iets wat minstens net zo vernieuwend en kenmerkend is. Hij zei: “Broeders en zusters, bid voor mij,” en in stilte ging hij knielen en boog het hoofd.

De mensen hadden waarschijnlijk verwacht dat ze door de nieuwe paus gezegend werden, maar in plaats daarvan vroeg Franciscus om hún zegen. Dan was hij weliswaar door het college van kardinalen verkozen, en misschien hadden de kardinalen ook oprecht het idee dat de Heilige Geest zelf door hen gesproken heeft, maar hij werd pas echt paus door het gebed van de mensen. “Broeders en zusters, bid voor mij.”

Johannes zegt tegen Jezus: “Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u bij mij?” En Jezus geeft een op het eerste gezicht wat merkwaardig antwoord. Hij zegt: “Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.” Hij mag dan wel de zoon van God zijn, maar hij wordt pas echt zoon van God door toedoen van de mensen. “Laat het nu maar gebeuren,” het gebeurt pas als jíj het laat gebeuren. En laten we “op deze manier Gods gerechtigheid vervullen,” Gods bedoelingen komen pas dan uit de verf als wíj er invulling aan geven. Je mag dan de Messias zijn, maar zonder mensen richt je niets uit. “Laat het nu maar gebeuren.”

Misschien ken je zelf wel momenten waarop jij het hebt laten gebeuren? Als ik dat zo vraag dan heb je daar zo 1-2-3 misschien geen antwoord op, want meestal hebben we dat van onszelf helemaal niet door. Misschien kan je eerder voorbeelden noemen van ándere mensen die ‘het’ aan jou hebben laten gebeuren. Mensen en ontmoetingen waar voor jou de hemel open ging. Mensen die jou op het juiste moment de goede weg gewezen hebben. Of een leraar die jou geadviseerd heeft om toch maar door te leren. Of je partner die je op gegeven moment bent tegen gekomen en die het beste in jou naar boven haalt. Mensen die voor jou een engel blijken te zijn.

En misschien zie je pas dan de momenten waarop jijzelf ‘het’ laat gebeuren. — Jesaja beschrijft het met misschien wat ouderwetse woorden: “Hij schreeuwt niet, het geknakte riet zal hij niet afbreken, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Hij wordt een licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen, om gevangenen te bevrijden uit de kerker.” — Een goed woord waardoor de ander opfleurt. Of dat je op het juiste moment het geknakte riet en de kwijnende vlam laat begaan en dan mag meemaken dat ze weer overeind komen. Of een intuïtieve beslissing in de opvoeding van je kinderen die achteraf onverwachts goed uitpakte. Een onschuldige ontmoeting waarin je toch licht mag brengen. En zelfs als je het zelf ook niet meer weet en met je mond vol tanden staat, bij een zieke bijvoorbeeld, en je alleen nog maar er bent; en opeens blijk je zo bevrijding uit de kerker van uitzichtloosheid te brengen… “Laat het nu maar gebeuren,” je hebt er meestal geen erg in, maar het kan dan zomaar gebeuren dat door jouw toedoen de hemel open gaat.

“Ik zou door u gedoopt moeten worden,” zegt Johannes. Voor hem is het al genoeg wat Matteüs tot nu toe over Jezus verteld heeft. Al die aanwijzingen: geboren in Bethlehem, zoals de profeet Micha dat voorzegd heeft. In de stad van David omdat Jezus een afstammeling van koning David is, de koning onder wie al eerder de hemel open ging. De koningen die goud, wierook en mirre brengen zoals de profeet Jesaja dat in zijn visioen gezien heeft. Alles duidt erop dat al die visioenen nu in vervulling gaan.

Maar Jezus zegt: “Het is goed dat wíj (!) op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.” Al die aanwijzingen duiden erop dat Jezus de Messias is, maar hij wil op een andere manier de Messias worden. Pas als de ménsen ‘het laten gebeuren’ gaat de hemel open. Pas als de mensen ‘Gods gerechtigheid vervullen’ kan Jezus de Messias worden en klinkt uit de hemel een stem: “Dit is mijn geliefde zoon.”

Zonder mensen komen de bedoelingen van God niet uit de verf. Laten we hem niet in de steek. “Laat het nu maar gebeuren.”

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie