Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst

Lezing Mat 13, 24-30

Welkom in de Boskapel, waar we zo vaak lief en leed met elkaar delen. Na deze vierdaagse-feestweek met stralend weer en met hartverwarmende gezelligheid willen we onze viering niet beginnen zonder stil te staan bij de slachtoffers van de vliegtuigramp van afgelopen donderdag en hun nabestaanden.

Mensen op weg naar vakantie, op zakenreis of op weg naar huis worden opeens slachtoffer van een oorlog die alleen maar gaat om de gekrenkte trots van machthebbers.

Nu het voor zoveel mensen, uit Nederland en uit andere landen, donker is geworden ontsteken we voor hen een licht …

Eeuwige, mogen de overledenen leven in uw licht, en wilt u de nabestaanden nabij zijn.

Vandaag lezen we over het onkruid in de akker, hoewel, eigenlijk lezen we meer over wel of niet wieden. Wat ervan komt als je te snel en te radicaal gaat wieden, daarvoor is de vliegtuigramp een goed voorbeeld. Maar uiteindelijk gaat het erom hoe we de oogst zo goed mogelijk kunnen bewaren.

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen

Overweging

Van alle klussen in huis en in de tuin is onkruid wieden wel mijn minst favoriete bezigheid, om het maar netjes te zeggen. Het is soms vechten tegen de bierkaai, al bij het uittrekken weet je al dat er nog veel meer in de grond zit; en soms duurt het maar een halve dag of het steekt de kop weer op. Maar soms heb ik ook het gevoel dat het onkruid zich als een kameleon aanpast aan zijn omgeving. Dan lijkt het bijna als twee druppels water op de planten er omheen en het is bijna geen doen om het onkruid van het zeg maar kruid te scheiden. En soms ziet het er ook gewoon heel mooi uit en lijkt het helemaal niet op onkruid.

Het is gewoon lastig met het onkruid. Trouwens ook als je geen tuin hebt kan je last hebben van onkruid. Die ene vervelende man op je club, die alsmaar dwarsligt. Die ene collega die het toch telkens weer voor elkaar krijgt om de sfeer te verpesten. Die buurman waar de hond altijd blaft. Die ene tante die alsmaar klaagt en zeurt. De nagel aan je doodskist. Wat zag de wereld er toch mooier uit als we dit onkruid uit konden roeien!

Maar ja, dan is er altijd ook nog je eigen onkruid. Uiteraard wil je goed zijn en het goede doen. Maar hoe vaak pakken je goede bedoelingen toch verkeerd uit. Dan wil je het beste voor je kinderen of kleinkinderen, maar het werkt helemaal averechts. Of die sluimerende maar slepende ruzie, je bent ervan overtuigd dat je het bij het rechte eind hebt en je denkt: waarom ziet de ander toch niet hoe het werkelijk in elkaar zit? Of je eigen aard van het beestje, dat je alsmaar weer in dezelfde patronen vervalt.

Onkruid is hardnekkig. Dat wisten ze in bijbelse tijden ook al. En het is niet zo dat ze Jezus nodig hadden om te horen wat je met het onkruid moet doen, maar Jezus legt hier uit hoe God zich tegenover het onkruid opstelt en hoe wij ons met het onkruid kunnen verhouden.

Onze gelijkenis is natuurlijk een verhaal over goed en kwaad. Hoe komt toch het kwaad in de wereld? “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid?” Komt het kwaad soms van God? Nee, natuurlijk niet; maar waar komt het dan wel vandaan? Dat is het werk van een ‘vijand’, wordt hier gezegd. Vager kan eigenlijk niet. Dat wil zeggen: de bijbel weet het ook niet. Vroeger stond er nog “van de duivel”, maar de duivel is in de hele bijbel ook maar een hulplijntje om aan te geven dat het ons weliswaar overstijgt maar dat het daarbij toch niet om God gaat.

Waar het kwaad vandaan komt wordt hier dus niet verder uitgediept. Het is dan ook niet de vraag waar het in de gelijkenis om gaat. De gelijkenis wil het veelmeer hebben over hoe we ons ermee kunnen verhouden. En daarbij wordt onze blik meer en meer van het onkruid weg op de oogst gericht. Hoe kan je omgaan met het onkruid zonder dat je meteen de hele oogst vernielt en zonder dat jezelf tot onkruid wordt.

De knechten willen meteen aan de slag: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?” “Nee,” zegt de zaaier, “laat beide samen opgroeien tot aan de oogst.” Je kan namelijk niet altijd het onkruid van de ‘goede’ plant onderscheiden. Die o zo vriendelijke collega kan achter je rug aan je stoelpoot zagen. Die edelmoedige weldoener blijkt het opeens alleen maar ter meerdere eer en glorie van zichzelf te doen. En onder de mantel der liefde kan een hele beerput schuil gaan.

Laat beide samen opgroeien omdat je anders met het onkruid ook het ‘kruid’ eruit trekt. En dan krijg je pas echt ellende. Toen het christendom op die manier schoon schip wilde maken, toen kregen we de inquisitie en de heksenverbrandingen. Of je bestempelt de joden als onkruid tot in de gaskamers aan toe. Of je krijgt al-Kaida-toestanden en ISIS-terreur waar niet rechtgeaarde moslims en andersgelovigen met wortel en tak uitgeroeid moeten worden. Of worden mensen buitengesloten omdat ze niet aan de leer van de kerk voldoen. Of je zou de neiging hebben om met een troepenmacht de Oekraïne in te trekken om de slachtoffers te bergen. Maar wat voor oorlog, hoeveel ‘onkruid’ zou je daarmee wel niet ontketenen? Dan denk je dat je het onkruid aan het wieden bent, maar ondertussen word jezelf tot onkruid.

Laat beide samen opgroeien, en laat vooral het oordeel over aan de maaier. “Ik zal tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.'”

Misschien is dat een beetje een onbevredigend antwoord. Natuurlijk moeten we blijven strijden tegen wat kwaad is, en natuurlijk blijven we ons inzetten voor het goede. En je zult ook blijven wieden in je tuin. Maar ook al zijn de dilemma’s zo groot dat ze pijn doen, hoed je voor de snelle oplossingen, geloof niet in de makkelijke oneliners. Je zou zomaar met het onkruid gelijk ook de hele oogst kunnen vernielen. En, misschien is dat nog erger, je zou zomaar zelf tot onkruid kunnen worden.

In het begin van de gelijkenis is de aandacht nog volop op het onkruid gericht, waar komt het toch vandaan?, en zullen we het eruit trekken? Maar veel belangrijker is de oogst. Daarom, richt niet nog meer schade aan en zaai niet nog meer onkruid. Laat beide samen opgroeien en verheug je op de oogst.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie