Kerst, dat is dat de hemel de aarde aanraakt

Lezingen: Jesaja 9,1-6 en Lucas 2,1-20

Kerst, dat is dat de hemel de aarde aanraakt, we vieren dat God de mensen aanraakt, dat God zo dichtbij komt dat hij niet alleen dichtbij is, maar dat hijzelf mens wordt; Augustinus noemt dat “mij dichterbij dan ik mijzelf”.

Ik hoop dat u vaak door God aangeraakt wordt. Maar dit jaar werden we ook geraakt door hoe wreed en barbaars mensen kunnen zijn. Toen we terugkwamen van vakantie was de wereld veranderd. Vlucht MH17 werd uit de lucht geschoten en wekenlang bleven de slachtoffers op open veld in de brandende zon liggen, vakantiegangers, mensen die op weg naar huis waren, hele gezinnen. Het was tergend om elke dag te horen dat de lichamen weer niet geborgen konden worden. En ondertussen liepen er bandieten tussen de brokstukken in persoonlijke bezittingen te wroeten. — Hoeveel menselijkheid ben je toch bereid op te geven om voor de lopende camera’s je macht te kunnen demonstreren.

Tegelijkertijd bestookten Israël en de Palestijnen elkaar met tonnen aan bommen en raketten. De strijders van IS onthoofden westerse mensen, en maken er ook nog filmpjes van die ze de wereld in sturen. En Al Qaida dringt een school binnen en slacht kinderen af. — Misschien kijken we al lang niet meer op van conflicten en oorlogen, maar dit jaar lijkt het alsof de conflicten een nieuwe dimensie erbij hebben gekregen. Het gaat niet meer om gevechten tussen strijdende partijen, het geweld is persoonlijk geworden. De tegenstander doden is niet meer genoeg, hij moet ook nog eens persoonlijk vernederd worden. En de daders zijn blijkbaar bereid om daarvoor zelfs hun eigen menselijkheid op te geven.

De wereld is veranderd; wreedheid en barbaarsheid zijn dichterbij gekomen, bij de daders zelfs ‘dichterbij dan zij zichzelf’ om het woord van Augustinus te gebruiken. Door de persoonlijke dimensie blijft het geweld niet meer op het scherm van de tv, maar het raakt ons persoonlijk.

En dan spreekt de oude profeet Jesaja uit het diepst van ons hart: “Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een groot licht. U hebt het volk weer groot gemaakt.” En we zien misschien de beelden voor ons hoe de lichamen in Eindhoven uit het vliegtuig gehaald werden en hoe zij door het ceremonieel één voor één hun waardigheid weer terugkregen. “Iedere laars die dreunend stampte en elke mantel waar bloed aan kleeft, ze worden verbrand, een prooi van het vuur.” We lazen deze woorden ook toen we dit jaar 70 jaar bevrijding van Nijmegen herdachten, en we verlangen er weer en nog steeds naar: “een kind is ons geboren”. Dat het weer moge worden als toen we kinderen waren: onschuldig, rein, geborgen en vol warmte. In hun argeloosheid en in hun ontwapenende vragen lijken kinderen een bijzondere band met een andere dimensie te hebben, alsof ze aangeraakt zijn door God ‘mij dichterbij dan ik mijzelf’.

Dan mag het zo zijn dat wreedheid en barbaarsheid ons steeds meer raken, maar vannacht vieren we dat we door Gód aangeraakt zijn. Hij wordt geboren als een kind. Het kind wat Jesaja in zijn visioen voorzien heeft. Het kind wat ons zo raakt dat het alle goedheid en alle tederheid in ons losmaakt. Het kind dat een wereld in zich draagt vol onschuld, reinheid, warmte en geborgenheid, en dat ook in ons weer alle vrede en licht losmaakt. Het kind waarin hij ons aanraakt, ‘mij dichterbij dan ik mijzelf’.

Maar daarmee niet genoeg, het kerstverhaal vertelt gelijk twee keer hoe God ons aanraakt. Buiten bij de herders op het veld gebeurt namelijk een ander aanraak-moment. Opeens staan ze in een stralend licht. De engel verschijnt aan hen. En plotseling gaat de hele hemel open. Ze zien en horen alle engelen zingen en musiceren. De hemel raakt de aarde.

En het is alsof in hen iets nieuws geboren is. De woorden van de engel klinken nog na: “Jullie zullen een pasgeboren kind vinden,” maar het is alsof dit kind ook in de herders geboren is. Hun hele verlangen naar vrede en goedheid, hun verlangen dat we herders voor elkaar zijn, dat is opeens weer zo aanwezig als toen zij net geboren en kinderen waren. Op het moment dat het kind geboren wordt in de stal, wordt het kind ook in hen geboren.

En ze gaan op weg, ze vinden het kind en ze vertellen aan Maria en Josef en aan allen die ze op weg tegenkomen wat zij gehoord en gezien hadden. En allen die het hoorden zullen gevoeld hebben wat Maria ook voelde toen ze die woorden in haar hart bewaarde: het kind wat daar in de kribbe lag, dit kind werd ook in hen geboren.

En sindsdien wordt het telkens weer geboren in alle mensen van goede wil, door de eeuwen heen van generatie op generatie. Het mag dan zo zijn dat wreedheid en barbaarsheid ons steeds meer raken en dichterbij komen, maar vannacht vieren we dat God ons aanraakt, mij dichterbij dan ik mijzelf. Augustinus heeft het zelf meegemaakt dat je daarvan ook weg kunt lopen en dat je je daarmee verwijdert van jezelf, en dat je daarbij je eigen waardigheid en je eigen menselijkheid kwijtraakt. Maar vannacht gaan we met de herders opnieuw op weg naar de stal, op weg naar waar God ons aanraakt. Vannacht wordt het kind ook in jou weer geboren.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie