Je zult heten: “Mijn verlangen”

Lezingen Jesaja 62, 1-5 en Joh 2, 1-11

Van de week hebben we in ons breed liturgie-overleg al vooruitgekeken naar de veertigdagentijd. En als thema hebben we gekozen: De beker drinken. Daarbij dachten we aan de ene kant natuurlijk aan de bittere beker die vaak genoeg niet aan jou voorbij gaat, maar aan de andere kant dachten we ook aan de beker vol sprankelende wijn, aan de vreugde in je leven en aan de diepte die het leven krijgt doordat je de beker met bitter of zoet met elkaar deelt.

Maar zover zijn we nog niet, de veertigdagentijd begint pas in maart. Johannes echter, is al wel zover. Hij schrijft zijn evangelie ongeveer in het jaar 90, dus zo’n 60 jaar na dat Jezus geleefd heeft en gestorven is. En vanaf zijn eerste hoofdstuk heeft hij het einde al voor ogen, en meer nog, hij weet ook wat al die gebeurtenissen in die zestig jaar daarvoor bij de mensen teweeg hebben gebracht.

\In het Johannesevangelie is de bruiloft te Kana het eerste optreden van Jezus. En de zes stenen watervaten die houden natuurlijk verband met de beker waar Jezus vlak voor zijn dood in Gethsemane zal bidden dat die aan hem voorbij moge gaan. Maar als je met elkaar trouwt, zoals bij de bruiloft te Kana, dan beloof je dat je de beker met elkaar zult delen, wat er ook in zit. En dat zal Jezus doen. Hij zal onze beker met ons delen, de beker van ons leven en de beker van onze dood. — De bruiloft te Kana is dan ook niet de bruiloft van een jong stel, bruid en bruidegom worden niet eens genoemd. Hier trouwt Jezus met óns. Het is de bruiloft van God en zijn mensen.

Zo beschrijft Jesaja dat ook: ‘je zult heten “Mijn bruid”. Zoals de bruidegom zich verheugt over zijn bruid, zo zal God zich over jou verheugen.’ ‘Je zult heten Mijn verlangen.’ Johannes vertelt dan ook niet zomaar het leven van Jezus, maar hij vertelt over het huwelijk van Jezus met ons. Met alle hoogte- en dieptepunten, in ziekte en gezondheid, in goede en slechte dagen.

Maar vandaag is het feest, vandaag vieren we bruiloft. Het eerste wat Johannes over Jezus vertelt, het eerste optreden van Jezus is dat Jezus met ons trouwt. En het is eigenlijk net als bij een echt huwelijk, er zit zelfs een soort vrijgezellenfeest bij. Als Maria tegen Jezus zegt: ‘Ze hebben geen wijn meer,’ haalt Jezus naar haar uit: ‘Wat wilt u van me? Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Dat lijkt wel op de avond voor de bruiloft waar de bruid en de bruidegom door hun vrienden nog eens apart genomen worden om hen voor de laatste keer de voordelen van het single-zijn te laten proeven. En waar de vrienden plagerig vragen: wat wil je toch van die man, van die vrouw, de wijn is nu al op, weet je het wel zeker, is jouw tijd echt gekomen?

Maar hoe verder de vrijgezellenfuif voortschrijdt hoe meer je je gaat verheugen op je bruid, op je bruidegom. Al vloeit het bier en de wijn nog zo rijkelijk, je verlangt naar iemand die niet alleen met jou drinkt, maar die met jou de beker van het leven deelt. Die het beste in jou naar boven haalt, die van je houdt, die licht brengt als het donker is, en die je geluk nóg stralender maakt. Je ziet ernaar uit om de beker met elkaar te delen, want dan wordt de zelfs bitterste wijn weer wat zoeter, en de goede wijn wordt kostelijker dan dat die al is. En als de vrienden je uiteindelijk met groot tamtam en opgeklopte weemoed weer thuis afleveren dan weet je zeker, om met Jezus te spreken, mijn tijd is gekomen.

En zo trouwt Jezus dus met ons. Hij zal het leven met ons delen. Ook als de wijn in het leven weleens opraakt. Als de sprankeling eruit is en er alleen nog maar water over blijft. Hij deelt de dagelijkse sleur met ons, de dagen en de uren die als water door onze vingers glippen. Contacten en vriendschappen die verwateren, grootse plannen en verlangens die in het water vallen. Of erger nog, als je je helemaal opgedroogd voelt en leeg als die stenen vaten. Machteloos naast een zieke, nutteloos omdat je aan de kant geschoven bent, hol door teveel verdriet.

In het evangelie roept Jezus: ‘Vul de vaten met water,’ dat is eigenlijk zijn ja-woord, zijn trouwbelofte. Ja ik zal die beker met jou delen. En je zult zien, het wordt een beker met de beste wijn.

Johannes eindigt zijn verhaal met te zeggen ‘Dit heeft Jezus gedaan als eerste wonderteken.’ En in het eerste wat hij doet herken je wat zijn missie is, namelijk: Droge holle stenen vaten weer vullen met leven, smakeloos water veranderen in de meest kostelijke wijn, het leven als een sprankelend feest omdat je getrouwd bent met de man, met de vrouw van je dromen; omdat God getrouwd is met de mensen van zijn dromen. Je zult heten ‘Mijn verlangen’.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

2 reacties op Je zult heten: “Mijn verlangen”

  1. Julia van Wel schreef:

    Beste heer Thier,
    Het is inderdaad jammer dat zo weinig mensen reageren op een preek. Sprak de preek hen wel aan? Bleef er nog iets hangen, of gingen de woorden het ene oor in en het andere er weer uit? Maar net als u vind ik het, voor de mensen die zich wel aangesproken voelden, fijn dat ze deze op de website nog eens na kunnen lezen. Dus wat mij betreft mag elke preek op de website komen, ook al reageert niemand!
    De gedachte aan de woorden van Reve vind ik ook mooi: God verlangt naar ons en hoopt dat wij ook naar Hem blijven verlangen. Hij voelt hetzelfde als hoe wij ons soms voelen. En Hij trekt zich iets aan van wat ons overkomt, Hij leeft met ons mee.
    Een hartelijke groet,
    Julia van Wel

  2. Theo Thier schreef:

    Beste Ekkehard,
    Natúúúrlijk moet er goed geluisterd worden naar je preek… Je hebt gelijk. Maar plaatsing van de tekst op de website biedt daarnaast toch ook z’n specifieke voordelen: als alle gezegde woorden al lang vervlogen zijn, geeft het geschreven of gedrukte woord een geheugensteuntje én de mogelijkheid aan de toehoorder te reageren, wat tijdens de preek (nog) niet zo voor de hand ligt. Ik zie me tenminste niet opstaan na je overweging, en m’n duim opsteken, of -wat nog ondenkbaarder is- hem naar beneden laten wijzen. Roepen dat ik het er helemaal niet mee eens ben, ligt ook niet direct voor de hand. (Dat laatste is me trouwens tóch één keer in m’n kerkelijke leven min of meer overkomen…)

    Bedenk ook, dat een groot gedeelte van je auditorium van een ‘gevorderde’ leeftijd is, waarop het geheugen niet meer is wat het ooit geweest is.
    Ik kan me ook voorstellen, dat plaatsing van de tekst van je overwegingen op de site wat minder animeert, als je bij herhaling ziet staan: “Comments (0)” Dat zou best wel anders mogen zijn.

    Wat je kijk op bovengenoemd deel van het Johannesevangelie betreft, hebben mij persoonlijk de volgende passages me getroffen: de zijdelingse verwijzing naar het vrijgezellenfeest; “Jezus trouwt met óns”; “God (is) getrouwd met de mensen van zijn dromen”.

    Vooral bij de laatste twee uitspraken moest ik denken aan wat Gerard Reve ooit schreef:
    “Eigenlijk geloof ik niets, en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
    Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft, dan denk ik, dat Gij Liefde zijn, en eenzaam,
    en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt zoals ik U.”

    Hartelijke groet,
    Theo Thier

Geef een reactie