Gebruik je talenten

Lezingen: Spr 31,10-31 (de sterke vrouw) en Mat 25, 14-30

Dit is de op één na laatste zondag van het kerkelijke jaar. Een tijd waarin de liturgie altijd spreekt over ‘de laatste dingen’. Het ene jaar gaat het over de eindtijd, het andere over de laatste dag, en dit jaar over de uiteindelijke terugkomst van de Heer. Gelukkig de mens die Hij dan waakzaam aantreft, die niet aan de oppervlakte van hier en nu is gebleven, die niet almaar gewacht heeft op betere tijden, maar zijn nek heeft durven uitsteken en niet bang is geweest daarbij risico’s te lopen. De wereld mag dan eindig zijn; maar alle talenten die wij inbrengen, zijn de stenen waarmee God zijn Rijk opbouwt.

Overweging

Onlangs had ik een gesprek met een docent van het Augustinianum in Eindhoven. Hij bekritiseerde de prestatiedruk die de scholen vandaag de dag als een heilig-moeten wordt opgelegd. Alom is er een roep om een einde te maken aan de ‘zesjes-cultuur’, weg van de middelmaat. De huidige staatssecretaris voerde als een soort toverwoord het woord ‘excelleren’ in. Welke school levert de meest excellente leerlingen af? Ook veel ouders zetten docenten onder druk: hun kinderen mogen niet falen! Maar een school als het Augustinianum stelt de ontwikkeling van de hele mens centraal. Niet iedereen hoeft te excelleren op alle gebied om gelukkig te zijn. Laat er alsjeblieft verschillen zijn tussen jonge mensen. En het mag ook best wel eens niet lukken. Wij lijken soms te vergeten dat mislukken en verliezen ook bij het leven van alledag mag horen. En wat te denken van al die talenten die zich buiten het intellectuele domein ontplooien? De schoolbands, de leerlingen die deelnemen aan de schoolvoorstellingen of die een schoolviering voorbereiden?

Aan dit gesprek met die docent moest ik denken bij het Evangelie over de talenten. Jezus is niet op zoek naar excellente leerlingen voor zijn Koninkrijk. Anders was hij niet begonnen met een stel gewone vissers, maar had hij wel een paar uitblinkers geroepen om met hem een begin te maken. Hij koos Petrus en die anderen niet omdat ze geleerd waren of vroom, maar omdat ze het lef hadden het oude los te laten en zich voor 100% in te zetten voor een betere wereld. Dat was hun talent.

Het woord ‘talent’ verwijst in Jezus’ tijd naar maten en gewichten. Het is ook de grootste geldeenheid die ze toen kenden. De drie dienaars zijn dus een soort penningmeesters die het geld van hun meesters beheren tijdens zijn afwezigheid. In de parabel verwijst het woord ‘talent’ naar ‘het kapitaal’ dat God jou heeft toevertrouwd en dat is je eigen leven. De 3de dienaar wordt er niet uitgegooid omdat hij niet kon rekenen of zo, maar omdat hij bang was zijn leven in te zetten voor een betere wereld.

Deze parabel vertelt dus dat aan ieder van ons iets is toevertrouwd, ieder naar zijn bekwaamheid. Dat kan van alles zijn: verantwoordelijkheden op het werk, in de kerk, in het gezin en gemeenschap. Talenten op allerlei gebied. De Heer vraagt van ons dat we tijdens zijn afwezigheid aan het werk gaan met datgene wat ons is toevertrouwd. Hij vraagt dat niet alleen aan kansrijken, maar ook aan mensen die “naamloos, kwetsbaar en weerloos door het leven gaan.” Daaruit blijkt dat hij een groot geloof heeft. Hij ziet anders dan een overheid of een ouder die vindt dat je bij de besten moet eindigen.

Bij zijn terugkeer wordt je door Hem niet beoordeeld op je uiterlijke prestaties, maar hij kijkt wat je inzet is geweest. En dan kan blijken dat iemand die onder een minder gunstig gesternte geboren is en opgevoed, meer gewoekerd heeft met zijn talenten dan iemand die van het begin af aan alles mee had. Niet een lange lijst van verdiensten telt, maar of je je nek hebt uitgestoken.

Onze samenleving kan mensen angst aanpraten. Bijvoorbeeld: “een middelmatige leerling zal het nooit ver schoppen.” Sommige mensen zijn ook angstig van nature. Ze beschermen zichzelf en stoppen hun talent in de grond, omdat ze bang zijn een flater te slaan. Ze zijn de gevangenen van zichzelf. Bij een bepaalde uitleg kan het verhaal van Mattheus ook wel angst aanjagen. De dienaar die maar één talent had, wordt buitengesloten. Hij noemt zijn heer een hard mens, die oogst waar hij niet gezaaid heeft en binnen haalt waar hij niet heeft uitgestrooid. Die laatste twee dingen beaamt de heer, maar niet dat hij een hard mens is. Want wat hij aan ieder mens vraagt is, dat je werkt met wat je krijgt en wat je hebt. Dus allesbehalve een houding van “stil maar, wacht maar” en al helemaal niet van angstig wachten op het oordeel.

De eerste lezing uit het Boek Spreuken prijst de houding van de sterke vrouw aan. Ze wordt niet opgevoerd om haar excellente schoonheid of om alles wat ze kan, maar om haar bezielde inzet. Ik zie die sterke vrouw in tal van mensen die, door alles heen, gáán voor hun mogelijkheden waarmee ze aan een wereld werken waarin mensen waardig leven mogen.

De lezingen van deze zondag zijn dáárom zo bemoedigend, omdat ze ons vertrouwen geven in onze eigen mogelijkheden. Ze roepen alle angstige mensen (en wie van ons is dat niet op zijn tijd?) op uit hun schuilhoek tevoorschijn te komen en te geloven in hun eigen talenten. Kom op, mens, je valt niet samen met je lot, je pech, je verdriet, je fout, die ongunstige toets. Er is meer! Je kunt boven je situatie uitgroeien.

Je denkt dat een ander alles beter kan? Kijk naar jezelf zoals God naar je kijkt: dit ben jij, en met dat ene talent kun je veel goed doen. Graaf het op, ga in het licht staan en wees de mens die jij mag zijn! Dan werk je mee aan Gods plan, die alle talenten in elkaar zal weven als een veelkleurig mozaïek.

Zo zal de vlag van zijn Koninkrijk allesbehalve zwart-wit zijn, maar even veelkleurig als er mensen zijn in Oost en West, in Zuid en Noord. De regenboog aan de hemel: dat zijn wij met zijn allen!

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie