Door de taalbarrière (Pinksteren)

Lezingen: Hand 2,1-13 en Joh 20,19-22

Velen van ons hebben de vakantie nog voor de boeg. En straks sta je weer bij de Franse bakker en lukt het je weer om in je beste Frans ‘une baguette’ te scoren, of bij de Duitse bakker ‘frische Brötchen’. Dat wil ons nog weleens goed afgaan. Maar dat wordt anders als je op een gegeven moment op de camping wat meer contact maakt met je buren, of als je elkaar in het hotel tegenkomt bij het buffet. Als je dan wat meer wilt vertellen over wie je bent en wat je doet en wat je vindt, dan sta je opeens met je mond vol tanden. Als je wat meer de diepte in wilt gaan, dan blijkt je Frans, je Duits of je Engels opeens schromelijk tekort te schieten.

Maar je hoeft niet met vakantie te gaan om tegen dit soort taalbarrières aan te lopen. We staan ook thuis en het hele jaar door weleens met de mond vol tanden. En misschien wil je de komende zomertijd gebruiken om daar weer iets aan te doen: Eindelijk weer een beetje tot jezelf te komen. Alle belemmeringen even laten voor wat ze zijn, je hoofd leeg maken en je bezinnen op wat alsmaar weer ondergesneeuwd wordt onder de beslommeringen van alledag. Eindelijk weer eens tijd maken voor je hobby, of eindelijk eens werk maken van wat je eigenlijk al zolang van plan was, eindelijk eens tijd en rust hebben voor wat je ten diepste wilt. En of je nou weg was of thuis, op gegeven moment bereik je misschien dat ‘terug-van-vakantie-gevoel’: je bent weer vol energie, je weet wat je wilt, je hebt nieuwe ideeën en plannen, en je hebt er zin in. Je hebt weer vleugels gekregen.

Vandaag vieren we Pinksteren. En Pinksteren is ook het ‘terug-van-vakantie-gevoel’ van God.

Maar al gauw komen weer de belemmeringen, al gauw moet je in plaats van je eigen taal hele andere talen spreken. De taal van afspraken in je agenda. De taal van dingen die eerst af moeten voor dat je weer je eigen dingen kunt doen. De taal van je kinderen, van je kleinkinderen. De taal van degene die jouw zorg nodig heeft, de taal van de mensen om je heen met wie je samen op wilt trekken.

Soms zitten er ook hele moeilijke talen bij. De taal van de aard van het beestje, dat je nou eenmaal zo bent zoals je bent. Dat je daarbij alsmaar weer tegen dezelfde problemen aanloopt. Dat je alsmaar weer in hetzelfde stramien vervalt. En je komt er gewoon niet uit omdat je die ‘taal’ niet onder de knie krijgt.

Of de taal van de dingen die je gevormd hebben. De plaats die je had tussen al je broers en zussen, bijvoorbeeld. Of je uit een warm nest komt of juist niet. En misschien heb je in je leven de ene of andere beschadiging opgelopen; de taal van teleurstelling, de taal van verlaten worden. De taal van verlies. — Allemaal vreemde talen waarin je niet tot uitdrukking kunt brengen wie jezelf ten diepste bent. Talen waarin het je niet wil lukken om te zeggen wat je eigenlijk wilt zeggen.

Maar plotseling gaan de deuren en luiken open en waait er een frisse wind door het hele huis. Plotseling wordt je nieuwe adem ingeblazen en begint jouw vuur weer op te laaien. De woorden sterven niet meer op je tong maar flappen eruit. In plaats van te zwijgen in alle talen, praat je honderduit. Je mond loopt over in alle talen tegelijk.

Het is een beetje het ‘terug-van-vakantie-gevoel’. Je bent vol energie, je weet weer wat je wilt, je hebt nieuwe vleugels gekregen. Alles wat jou naar de grond wilde trekken is licht geworden. Alles wat jou vleugellam maakte gooit je nu op en je kunt weer vliegen op eigen kracht.

In Jeruzalem zeiden sommigen toen: ‘Ze zullen wel dronken zijn’. Maar dat was het niet. Wat er toen gebeurde, en wat er sindsdien steeds weer opnieuw gebeurt, dat is het terug-van-vakantie-gevoel van God:

In de talen die jou tot nu toe alleen maar beperkten hoor je opeens woorden van kansen en mogelijkheden. En in talen waarover je tot nu toe je tong brak, spreek je opeens woorden van liefde. In talen die voor jou tot nu toe koeterwaals waren, hoor je nu dat er van je gehouden wordt, dat je gewaardeerd wordt en dat je welkom bent. De talen die eerst nog barrières vormden worden tot moedertaal. —

Wat voor talen wil jij spreken? Wat voor woorden wil jij horen en zeggen? — Zo moge het zijn.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie