De beker drinken: opstaan

Lezingen: Gen 12,1-4 en Mat 17,1-9

“Is het nog ver…?” zo hoor je kinderen vanaf de achterbank vragen. De auto is gepakt en vol goede moed begin je aan de honderden kilometers naar jullie vakantiebestemming, maar je bent nog niet de straat uit of je hoort ze van achteren al roepen: “Is het nog ver…?” Voor de uitvinding van de dvd-speler ging je vroeger dan spelletjes doen op de achterbank, en als dat niet meer hielp begon je alvast plannen te maken voor wat jullie allemaal zouden doen als jullie eenmaal op je vakantieadres aangekomen zijn.

Vandaag hebben we zo’n “is-het-nog-ver-verhaal”. Vlak voordat Matteüs aan zijn omvangrijk lijdensverhaal begint, vertelt hij van deze wonderlijke gebeurtenis van wat wij de ‘gedaanteverandering’ zijn gaan noemen. En als je goed kijkt dan doet hij eigenlijk niet zoveel anders dan wat ouders met hun kinderen op de achterbank ook doen. Als op een dvd-film kijkt hij met ons terug, en tegelijkertijd laat hij ons zien waar het allemaal naartoe gaat.

Het is dan ook niet voor niets dat we dit verhaal in de kerk altijd op de tweede zondag van de veertigdagentijd lezen. Wat de weg door de vastentijd betreft zijn we net de straat uit, er is nog een hele weg te gaan — en dan is het goed dat je weet waar je aan begonnen bent en waar het naartoe gaat. De beker moet nog gedronken worden, maar achteraf zal hij in een beker van vreugde veranderen.

Matteüs leeft en schrijft in een omgeving van vrome joden. En net als zijn lezers is hij heel goed thuis in de heilige schrift, dus in wat wij tegenwoordig het oude testament noemen. Dat maakt het hem aan de ene kant heel moeilijk want onder vrome joden leeft weliswaar een vurig verlangen naar de Messias, maar tegelijkertijd is men er als de dood voor om niet met een valse messias in zee te gaan. En aan de andere kant maakt die vertrouwdheid met de traditie het hem juist weer makkelijk want zijn lezers hebben aan een half woord genoeg om te begrijpen wat hij bedoelt. En zo is ons verhaal een aaneenschakeling geworden van dit soort ‘halve woorden’:

Jezus gaat met Petrus, Jakobus en Johannes op een berg. Dat doet de vrome joden denken aan de berg waar Mozes de tien geboden heeft ontvangen. (Ex 19,1-20,21) Vervolgens begint het gezicht van Jezus te stralen als de zon. Zo straalde ook Mozes toen hij met de stenen tafels van de berg afkwam. (Ex 34,29-35)

Plotseling zien de leerlingen Mozes en Elia verschijnen. Zoals de kinderen op de achterbank een dvd bekijken, kijken de leerlingen naar de geschiedenis. Ze zien Mozes die het volk Israël uit Egypte bevrijdt heeft en die hen veertig jaar door de woestijn naar het beloofde land geleid heeft.

En Elia speelt zo mogelijk een nog grotere rol: Elia was niet alleen profeet, maar toen hij stierf hadden de mensen het gevoel dat hij opgenomen werd in de hemel. (2 Kon 2,1-18) En bij de profeet Maleachi staat dat Elia terug zal komen om de weg te bereiden voor de Messias. (Mal 3,23 of Mal 4,5) Daarom wordt bij de Sedermaaltijd, dus de maaltijd aan de vooravond van het Pesachfeest waar de bevrijding uit Egypte gevierd wordt, altijd een bord en een beker extra neergezet, zodat Elia kan aanschuiven. — We kennen die gewoonte ook, dat we aan tafel een plaats vrijhouden voor de vreemdeling en daarmee eigenlijk voor Jezus. — En als Jezus later aan het kruis roept: “Eli, Eli, lama sabachtani! — mijn God, mijn God, waarom heb gij mij verlaten!” dan denken de mensen dat hij naar Elia roept. Dus je hoefde maar Elia te noemen of de mensen wisten dat het nu om de echte Messias ging.

Geen wonder dus dat Petrus voorstelt om drie tenten te bouwen, een voor Jezus, een voor Mozes en een voor Elia. Petrus is altijd al degene geweest die het hemelse op aarde tastbaar wilde maken, en die God’s aanwezigheid het liefst in tenten en stevige gebouwen wilde vestigen. Niet voor niets krijgt hij later ook de sleutel van de kerk. — De kinderen roepen vanaf de achterbank: “Is het nog ver?” We kunnen toch ook hier blijven, hier is het toch ook al leuk…

Maar dat is niet de bedoeling. Meteen worden Mozes en Elia door een wolk aan hun zicht onttrokken. Net als toen de ontmoeting van Mozes met God achter een wolk verborgen bleef, maar ook als de wolk die de Egyptenaren het zicht nam zodat ze het volk Israël niet konden inhalen. Eerst moet er nog een weg gegaan worden, net als toen veertig jaar door de woestijn. Eerst moet de beker nog gedronken worden. En zoals aan het begin van de weg van Jezus horen ze uit de wolk dezelfde woorden die zij ook bij de doop van Jezus hoorden: “Dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde.”

En zoals je met je kinderen op de achterbank begint te dromen over wat jullie op jullie vakantiebestemming allemaal zullen doen, zo komt Jezus bij de leerlingen terug en zegt: “Sta op!” — Dat zullen we dus doen: opstaan, verrijzen. Maar eerst is er nog een hele weg te gaan. “Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.” Eerst moet de beker gedronken worden. Maar als we er eenmaal zijn, dan zullen ook jullie stralen als de zon, dan mogen jullie ook tenten bouwen, en dan zal het zijn alsof jullie met Mozes, Elia en Jezus samen aan tafel zitten. Dan verandert de beker in een beker van vreugde.

“Is het nog ver?” Hoe ver het ook mag zijn, de beker moet nog gedronken worden, maar uiteindelijk zal het een beker van de vreugde zijn. Sta op!

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie