Bemin uw naaste als uzelf

Lezing: Mat 22, 34-40

Wat de bijbel betreft is er een bekend verhaal. Er kwam eens een heiden bij Rabbi Hillel met de vraag: “Kunt u mij de bijbel uitleggen, staande op één been?” “Ja, dat kan ik wel,” zei Rabbi Hillel en hij zei: “Wat Gij niet wilt dat u geschiedt doet dat ook een ander niet. Dat is de hele Thora en de rest is toelichting”.

In het evangelie gebeurt vandaag ook zoiets. Om Jezus op de proef te stellen vraagt een farizeeër: “Wat is het grootste gebod?” Jezus zegt: “Heb lief de heer uw god, met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand […] Het tweede is daaraan gelijkwaardig: Heb lief uw naaste als uzelf.”

Daarmee is er geen grootste gebod meer, want het tweede is er mee gelijkwaardig. Dus dit is de kern van de boodschap van vandaag: heb God lief, heb uw naaste lief en heb u zelf lief.

Als we dat horen, dan beseffen we tegelijk ook dat we tekort schieten. Waar mensen werken worden fouten gemaakt, zei vrijdag een ambtenaar tegen me. Hij heeft gelijk. We hebben allemaal onze tekortkomingen; tegenover God, de ander, ons zelf.

Overweging

Op de voorkant van ons boekje staat als thema: Liefde, Liefhebben van God, en lief hebben van de naaste. Maar eigenlijk heb ik daarbij één element vergeten. We hoorden immers: bemin u naaste als uzelf, als u zelf ! Ook u zelf, wijzelf, zijn de moeite waard om van te houden. Ja, wij mogen, ja moeten, ook van onszelf houden, goed zijn voor onszelf, onszelf beminnen, zo horen we in het evangelie. Om dat te kunnen, is er misschien wel een voorwaarde, namelijk dat ik mijzelf de moeite waard vind, om van te houden.

Ik herinner me een vrouw, die jaren geleden, de longrevalidatie deed op Dekkerswald. Ze kwam van tamelijk ver, haar man bracht haar met de auto de heuvel op van Dekkerswald.; later vertelde ze me dat ze net zo lief was doorgereden naar de grote kuil. Het hoefde allemaal niet meer voor haar. In de revalidatie krijgt ze goed begeleide training om alles uit haar spierkracht te halen. En er zijn gesprekken om te leren zo met haar handicap om te gaan, dat ze een zo volwaardig mogelijk leven kan leiden. Dus hoorde ze: dat ze goed voor zichzelf moest opkomen en dingen voor zichzelf moest doen. Ze vertelt mij dit alles en ook, dat ze er moeite mee heeft om taken in het gezin aan anderen over te laten. Ze voelt zich verantwoordelijk voor haar gezin, voor het koken, afwassen, noem maar op. En ja, dan is er meestal geen energie of tijd meer voor haar muziekinstrument en is ze te moe voor de repetitie van de harmonie.

In haar verhaal hoor ik dat ze protestant is en ik vertel haar wat Jezus zei: Bemin uw naasten als u zelf. En ik zeg haar: dat eerste deel hebt u jaren lang heel erg goed gedaan, bemin uw naasten, maar hoe staat het met het tweede deel: als u zelf ?? Ze heeft meer gesprekken nodig om dit besef ruimte te geven en binnen te laten komen; en te erkennen dat ze ook van zichzelf mag houden, voor zichzelf mag opkomen, tijd voor zichzelf mag nemen. Toen de revalidatie achter de rug was, was ze blij dat ze toch de heuvel was opgegaan.

En … ze is vast niet de enige vrouw die leefde van zorgen voor anderen en later tot het inzicht is gekomen dat je die zorgen ook met anderen kunt delen en dat je zelf ook de moeite waard bent, en dingen voor jezelf mag hebben. Ik denk ook aan mantelzorgers, het programma Zembla toonde donderdag hun problemen. Ze hoeven niet te stoppen met zorgen, maar de vraag is hoe kunnen wij hen helpen om ook tijd voor zichzelf te nemen. Tijd om energie en kracht op te doen om het vol te houden, maar ook om tijd over te houden.

Over het tweede aspect van liefde, de ander beminnen, hoef ik hier niet zo veel te zeggen. Daar bent u allemaal op de een of andere manier mee bezig of u hebt er minstens al heel veel en vaak over gehoord. Dan kent u ook de roepstem van Jezus die dit beminnen verder doet gaan dan aardig zijn voor wie tegenover jou aardig zijn. Het gaat ook om vergeven van wie jouw ernstig gekwetst hebben, ja Hij houdt ons voor: “Bemin je vijanden, bid voor wie je vervolgen.”

Soms vindt iemand het makkelijker de medemens in nood, die ver af is, te beminnen, dan de medemens in je directe omgeving, die jouw hulp hard nodig heeft. Maar soms trekt iemand er wel letterlijk op uit, om naar de naaste, die ver af is, toe te gaan, zoals missionarissen en ontwikkelingswerkers.

En De Gelderlander schreef afgelopen woensdag over een jongeman, Theo Vreugdenhil, die met zijn zwager een goed voorbereidde reis heeft gemaakt naar vluchtelingenkampen in Irak. Hij bracht er allerlei spullen heen, en wat die mensen daar zeer verbaasde: hij ging niet meteen weer weg, zoals andere westerse hulpverleners, maar bleef ook, deed spelletjes met de kinderen, en bleef er slapen en eten, deelde hun leven. Dat waren die mensen niet gewend en ze vonden het heel bemoedigend. Is zo’n reis voor herhaling vatbaar? Theo zegt: Zeker, een klein teken van liefde kan een enorm verschil maken.

En dan het derde element: God beminnen, met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. MAAR: God beminnen ? Wie God ? Waar God en hoe te beminnen ? ?

Ja, meestal is God een abstractie, ver weg. En we hebben er allemaal verschillende voorstellingen, beelden en gedachten over. Waarschijnlijk zien nog maar weinigen onder u God als een oudere man met een baard, die als een aartsvader verblijf houdt in een hemelse zaal en recht spreekt over goeden en kwaden. Maar hoe raken we dan wel aan God?

Sommigen van u hebben gelezen in boeken van Roger Lenaers. Hij is ook hier in de Boskapel geweest, en hij doet een mooie poging om te beschrijven hoe wij ons God kunnen voorstellen. Hij ziet doorheen de evolutie, in de ontwikkeling van de kosmos, het heelal, de aarde, de dieren en tenslotte in de mens en dan bij uitstek in Jezus, daarin ziet hij een zich alsmaar ontvouwende energie. Die energie , die kracht, noemt hij Liefde. Die energie, die kracht, is voor hem een Gij, een Gij, die bij ons mensen vertrouwen en volgzaamheid oproept, bewondering en eerbied. Zo is God voor hem een puur beminnend Gij, dat ook Gij tot ons zegt en zich in ons wil uitspreken en belichamen.

Tot zover Lenaers.

Geloven in God is dan denk ik de moed opbrengen om te aanvaarden dat ik aanvaard ben en geliefd ben. God is mij trouw en ik mag er zijn, zoals ik ben, enig en uniek. Ik ben de moeite waard. Daarbij denk ik dan aan de vrouw uit ons voorbeeld, die naar dat inzicht toe moest groeien.

Het is er mee zoals we zongen: “Neem mij aan zoals ik ben en leef in mij.” Ik ben goed en de moeite waard. Als we zo naar God kunnen kijken, is God beminnen niet meer zo vreemd. In mijn zorg voor de ander, in mijn zorg voor mijzelf, komt God aan het licht.

Als we zo naar de natuur, de dieren, de mensen, onze naasten kunnen kijken, als zijnde expressie van God, en een mens beeld van God, dan is al ons zorgen voor de natuur en de duurzaamheid, al onze inzet met en voor anderen, dan is dat alles dan heel concreet: God beminnen, met ons hart, onze ziel, en ons verstand. Het is: mensen tot hun wezen, tot hun recht laten komen.

Misschien dat iemand denkt, wel lief allemaal vandaag in de Boskapel, lief hebben, een beetje soft. Nou, dan zijn er wel enkele tegenwerpingen. Om te beginnen zitten we al veel zondagen achtereen in twistgesprekken tussen Jezus en de Farizeeën, Sadduceeën, schriftgeleerden en leiders van het volk. Jezus zet zijn tegenstanders in die twistgesprekken duidelijk op hun nummer.

Vervolgens gebruikt Matteüs voor het woord liefhebben, niet het Griekse woord ‘eros’, wat gaat over de liefde die tot seksualiteit leidt. Ook niet het woord ‘filia’, wat meer specifiek over vriendschapsgevoelens gaat. Nee, hij gebruikt het woord ‘agapao’ wat vooral de betekenis heeft van: liefhebben in de zin van hoogachten, welkom zijn, gewenst zijn. Het gaat ook over algemene broeder- en zusterliefde. En … het woord slaat ook op de voor allen toegankelijke liefdesmaaltijden die de eerste christenen hielden ter gedachtenis aan Jezus’ Laatste Avondmaal. Een woord met sterke wortels.

Ten derde lijkt het erop dat ook onze Paus Franciscus het twistgesprek niet uit de weg gaat, bijvoorbeeld met de synodevaders, waar hij gescheiden mensen, mensen die hertrouwd zijn of samen wonen en homoseksuelen evenzeer welkom wil heten aan die liefdes-maaltijd des Heren. Hij heeft geduld met concrete beleidsstappen, maar is wel duidelijk.

Ten vierde zouden ook wij er, in de stilte die nu volgt, over na kunnen denken in hoeverre wij ieder op de eigen plek het twistgesprek of de dialoog, zouden willen aangaan, bijvoorbeeld met kardinaal Eyk, over mensen die er volgens hem niet helemaal bij horen.

Liefhebben? Niet zo soft!

Kees Scheffers

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *