Waken of dansen?

Lezing: Lucas 12, 33-40

Toen ik in Genève bij de Wereldraad van Kerken studeerde hadden we natuurlijk ook weleens feestjes. En een medestudent, Desiré, een dominee uit Angola, was een beetje recht in de leer. Hij kwam wel naar de feestjes, maar hij dronk niet en vooral: hij danste nooit. Nou, een Afrikaan die niet danst, dat is als een Nederlander die niet fietst. Dus toen we weer eens een keertje aan tafel zaten met een bont gezelschap, waaronder ook Bill, een Schotse Witte Pater die lang in Tanzania had gezeten, vroegen we Desiré, waarom dans je eigenlijk niet? Nee, begon hij, en we kregen een hele preek: Ik dans niet want ik moet bereid zijn voor Jezus. Als Jezus komt dan moet ik niet afgeleid zijn, en Jezus moet me ook niet dronken aantreffen, ik moet mijn ziel rein houden voor Jezus. “I must be ready for Jesus!” Toen hij voor de zoveelste keer: “Jesus / Jezus” zei, werd hij door Bill onderbroken, die zei: “Come on, give Jesus a break,” “Je moet Jezus ook eens een pauze gunnen.”

Onze lezing wekt inderdaad de indruk dat je 24 uur per dag en zeven dagen per week onophoudelijk alert moet zijn, constant onder stroom. “Sta klaar, doe je gordel om, houd je lampen brandend, wees als knechten die dag en nacht paraat staan.” Be ready for Jesus. En misschien is er ook bij u in het verleden wat opvoedkundig misbruik van gemaakt. Hoevelen hebben niet vroeger te horen gekregen: gedraag je altijd zo dat Jezus elk moment binnen kan komen…!

Desiré in ieder geval had dat zo opgevat dat hij heel veel dingen moest doen, en dat hij heel veel dingen ook juist niet moest doen. Want elk moment kan Jezus binnen komen als een gestrenge rechter. Daarom niet drinken, niet dansen en je een beetje afzijdig houden van de wereld. En als we Desiré niet onderbroken hadden, dan had hij zeker ook onze lezing aangehaald.

Desiré had het vertaald naar wat je allemaal moet doen en niet moet doen, zodat het de kritische blik van Jezus kan verdragen. Toch denk ik dat het in onze lezing niet gaat om ‘doen’, maar dat het gaat om de spiritualiteit van waaruit je de dingen doet. Als je niet danst sta je niet automatisch klaar voor Jezus, maar als je klaar staat voor Jezus, om het maar in die EO-termen te noemen, dan kan je rustig ook dansen.

Spiritualiteit is een beetje alsof je de kleinkinderen te logeren krijgt. Al dagen van tevoren berg je de breekbare dingen op en je richt je huis zo in dat ze ongeremd kunnen ravotten. Je bedenkt wat jullie allemaal zullen gaan doen, en je maakt alvast een boodschappenlijstje met allemaal dingen die ze graag lusten en die ze thuis misschien niet zo vaak mogen. Dus, nog voor dat je kleinkinderen komen, leef je al alsof ze er al zijn.

Zo wordt ook in ons verhaal de spiritualiteit beschreven: Leef zo alsof Jezus erbij is. En dan niet in de zin van dat hij jou komt wegen en beoordelen, maar in de zin zoals dat aan het begin van ons verhaal verteld wordt: “Jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken.” Leef dus zo alsof het koninkrijk er al is, alsof Jezus, alsof God gewoon onder ons aanwezig is. In onze eerste lezing, in de brief aan de Hebreeën is dat prachtig verwoord: “Leef als ‘mede-erfgenamen’ van de belofte.”

Dat is dus een heel andere dimensie; een dimensie die dat wat we anders zo belangrijk vinden overstijgt. Natuurlijk kan je niet zomaar alles verkopen en aan de armen geven. Natuurlijk heb je in dit leven een geldbuidel nodig. – Maar stel dat je inderdaad alles verkoopt en weggeeft, stel dat je geen geldbuidel meer hebt. Dat wat je dan nog hebt, daar gaat het om.

Dat je uitziet naar een wereld waarin het niet meer om je portemonnee in je broekzak gaat, maar om je portemonnee in de hemel: dat niet meer je economische waarde belangrijk is, maar hoe waardevol je voor de ander bent. En vooral dat je je niet richt op wat je kunt kopen, maar dat je je toelegt op wat je geschonken is: “Jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken.” Dat je dus leeft als iemand aan wie het koninkrijk toevertrouwd is. Dat je er elk moment rekening mee houdt dat het goed komt. Dat je erop vertrouwt dat God er gewoon is…

Op het volgende feestje danste Desiré trouwens als een echte Afrikaan de sterren van de hemel. Het was alsof Jezus inderdaad was gekomen.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie