Schatten bij God

Lezingen: Prediker 2, 1-11 en Lucas 12, 13-21

De lezingen van vandaag brengen ons niet direct in vakantiestemming. Prediker benadrukt de zinloosheid van alle inspanningen en wat hij aan ontspanning heeft gezocht heeft hem ook al niet verder gebracht. De hoofdpersoon in de parabel die Jezus vertelt, neemt zich voor om na al zijn harde werken later te genieten van het leven, maar dan is het al te laat. Jezus biedt ons bij monde van Lucas echter wel een uitweg: Span je tijdens je leven al in voor het koninkrijk van God. Of, zoals we straks zullen zingen: “In wie van hun armoe delen, voor de ander niet verhelen, dat zij elkanders rijkdom zijn, is Gods Koninkrijk nabij.”

Overweging

In het laatste hemd zitten geen zakken. Dit oude spreekwoord is bijzonder goed van toepassing op de parabel die Jezus vertelt als iemand hem om een oordeel over de erfenis komt vragen. Hij heeft dan al gezegd dat hij in elk geval niet gekomen is om als scheidsrechter te dienen in materiële zaken. Mensen moeten dat soort conflicten zelf oplossen.

Maar uit de vraag van de man kan wel een andere les geleerd worden. En daarom vertelt Jezus, zoals hij zo vaak doet, een parabel

Het verhaal van de parabel is maar al te herkenbaar. Het gaat over een rijk man die door een goede oogst nog rijker is geworden. Hij heeft vast zijn goede oogst niet alleen binnengehaald. Zijn knechts en meiden hebben keihard gewerkt om ervoor te zorgen dat alles op tijd binnen is. Misschien heeft hij wel even hard meegewerkt, wie zal het zeggen.

Maar nu heeft hij een probleem, en het is een luxe-probleem. Het is zoveel dat het niet in zijn voorraadschuren past. De man denkt nog eens goed na en komt dan met een oplossing die blijft steken in het materiële. Grotere schuren, dat is het! En daarna, zal hij gaan genieten van alles wat hij heeft verworven.

Deze laatste levenshouding zien we maar al te vaak terug in onze tijd. We worden opgezweept -of zwepen onszelf op- om keihard te werken, om door te werken na het pensioen, een extra baantje erbij nemen, allemaal om het straks beter te krijgen. “Als ik écht met pensioen ben, dan ga ik genieten Nog een paar jaar erbij en dan kan ik die grote reis maken.” Maar vaak zie je dan dat mensen te moe of te ziek zijn om het werkelijk nog te doen. Dan blijkt dat het om met Prediker te spreken, het alleen maar lucht was en najagen van wind.

Jezus stelt de zaak nog scherper. De rijke man uit het verhaal heeft helemáál geen tijd meer. “Nog deze nacht,” zegt God tegen de man, “zal je leven, worden teruggevorderd.” Hij heeft voor niets gezwoegd. Zijn voorraden vallen toe aan zijn erfgenamen, zelf zal hij er niet meer van kunnen genieten. Hier krijgt trouwens de man die Jezus om een oordeel komt vragen toch impliciet antwoord: het erfdeel dat je nu zo graag van je broer wilt hebben, komt na je dood aan jouw erfgenamen, dus hoe belangrijk is het eigenlijk om er nu drukte over te maken. Zo lijkt het sentiment van Prediker op het eerste gezicht goed aan te sluiten bij de parabel. Al dat gezwoeg is nergens goed voor, zelfs genieten, schatten verzamelen, het slaat eigenlijk nergens op. Als Prediker aan het eind van zijn leven terugkijkt, ontdekt hij dat al die materiële dingen, al zijn werk, geen nut hebben gehad

Maar de conclusie van Jezus gaat een heel andere kant op. Hij zegt: Zo gaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God. Rijk bij God. We kunnen ons allemaal wel voorstellen wat daarmee bedoeld wordt. Lucas is de evangelist die het het meeste opneemt voor de armen. De man had van zijn overvloed kunnen uitdelen aan de mensen die het hard nodig hadden. Hij was dan van zijn probleem verlost geweest, hoefde zich niet langer druk te maken dat zijn oogst zou worden opgegeten door de muizen of zou gaan rotten als hij nat werd door de regen en, nog belangrijker, hij zou schatten verzameld hebben in de hemel. Immers overal in het evangelie zegt Jezus dat wie iets doet voor de behoeftige medemens, dat voor Hem heeft gedaan. “Wat je voor de minsten der mijnen hebt gedaan, heb je voor mij gedaan,” zegt Hij. Maar we kunnen daarmee niet wachten tot het allerlaatste moment. Eigenlijk zouden we altijd zo moeten leven dat we elk moment klaar zijn om te sterven. Anders is er immers geen tijd meer om nog iets voor anderen te doen.

Sommige mensen echter krijgen wel een tijd van tevoren een aankondiging. Dan is het niet makkelijk om om te schakelen. Je hebt altijd op een bepaalde manier geleefd en je eerste gevoel is erbij te blijven. Het kan zelfs een beetje hypocriet aanvoelen om nu ineens iets anders te gaan doen. Het is immers jouw keuze geweest om op deze manier te leven. Je dacht er goed aan te doen. Hard werken, een appeltje voor de dorst, iets voor je oude dag, niemand in deze maatschappij zal je er scheef om aankijken.

Maar deze evangelietekst kan je aan het denken zetten. En dan is het eigenlijk een gunst, een genade, dat je meer tijd hebt gekregen. Dan kun je nog in de spiegel kijken en denken: “Heb ik hiervoor geleefd? Of zijn toch andere dingen belangrijker. Moet ik nog wel tot het laatst aan mijn bezit vasthouden? Is het misschien een goed idee om geld en goed uit te delen, ja zelfs wat van die korte tijd, die ik misschien nog heb, aandacht aan anderen te geven? Zo kan er toch sprake zijn van een soort bekering, een ommekeer, een andere weg inslaan. En dan niet uit angst voor de hel, in deze tekst is daar helemaal geen sprake van, maar omdat je de kans hebt gekregen het laatste stukje van je leven te leven als christen, als volgeling van Hem die bovenal ons heeft liefgehad.

Annemiek Alferink

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie