Met Petrus rennen naar het graf. Paasnacht 2013

Lezing: Lucas 24, 1-12

Onder de vier evangelisten is Lucas degene die voor een intellectueel publiek schrijft. Mensen die het eerder moeten hebben van feiten en van wat je kunt aantonen, mensen die dus niet zomaar alles voor zoete koek aannemen. De achterban van Lucas, dat zijn niet zozeer de vrouwen in ons verhaal, maar de mannen. En bij hen hoeft hij niet aan te komen met kletspraat.

“Waarom zoekt u de levende onder de doden? Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt.” — Daarmee alleen komt Lucas niet weg bij zijn lezers, daarom voegt hij er meteen aan toe: “Herinner u wat hij u gezegd heeft: de Mensenzoon moest gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.” — En dan maar hopen dat deze verklaring voor zijn kritisch publiek afdoende is.

Maar de mannen blijven het maar kletspraat vinden. Behalve Petrus — “Herinner u wat hij u gezegd heeft” — en hij herinnert zich. Hij herinnert zich aan wat hem altijd zo aan Jezus trok: dat Jezus telkens weer boven het mensenmogelijke uitgroeide, en vooral dat hij de mensen om zich heen boven zichzelf deed uitgroeien. Iedereen die met hem in aanraking kwam, die verrees uit de een of andere dood. Bij hem werd je gezond; in plaats van veroordeeld te worden werd je weer opgenomen in de kring van mensen; je werd gezien en je werd zelf weer ziende; en wie aan zijn eind was die zag opeens weer toekomst. Iedereen die met hem in aanraking kwam die maakte een verrijzenis mee.

En Petrus herinnert zich ook aan zijn eigen “verrijzenissen”: hoe het hem lukte om over water te lopen, slechts eventjes weliswaar, maar toch. En hij herinnert zich aan zijn verlangen naar alles wat jezelf te boven gaat. Aan zijn zwakte voor alles wat onze gewone mogelijkheden overstijgt. — De lezers van Lucas kennen de Griekse filosofen heel goed en Plato leerde ooit dat de ziel gevangen zit in het lijf. — En zo voelt Petrus dat ook, hij voelt zich een gevangene van het menszijn. Toen Jezus vertelde dat hij omgebracht zou worden, toen hoefde Petrus geen seconde na te denken en verklaarde hij plechtig dat hij vanzelfsprekend samen met Jezus zou willen sterven. Er is meer tussen hemel en aarde, en dat wil hij weten ook.

Het is uiteindelijk heel anders gegaan; hij heeft Jezus verloochend. In plaats van boven zichzelf uit te stijgen is hij een gevangene gebleken van zijn al te menselijke zwakheid. — Maar nu hij de vrouwen hoort vertellen komt zijn verlangen in alle hevigheid terug. En hij rent naar het graf, zou het ondanks alles niet ook voor hem erin zitten om boven zichzelf uit te stijgen? Toch maar even kijken. Zou het toch kunnen, verrijzen uit de dood?

Welke “verrijzenissen” herinner jij je? Aan de keren dat je gestorven bent terwijl je nog leeft, en hopelijk ook aan de keren dat je verrezen bent, ook al was je nog niet letterlijk dood. Wegen die doodlopen, verstikkende verhoudingen, gemiste kansen, relaties die stuk gaan, gezondheid die je parten speelt, en dat je elkaar ook echt aan de dood verliest.

Maar dan merk je dat je opeens toch weer verder kunt, dat je kracht krijgt. Opeens is er misschien toch weer een kans om te genezen, of je leert om met de ziekte om te gaan. Mensen die toch weer tot elkaar vinden, liefde die weer verrijst en alsmaar dieper wordt. Deuren die voor je open gaan, nieuwe kansen. En het geluk waar je niet meer op durfde te hopen komt toch je leven binnenwandelen.

Momenten waar je je opeens afvraagt: “Waarom zoek ik de levende bij de doden?” En waar je vol verwondering merkt: “Ik ben uit de dood opgewekt.” — De mannen in het graf zeggen tegen de vrouwen: “Herinner u wat hij u gezegd heeft…” En het is alsof ze tegen ons zeggen: “Herinner je jouw ‘verrijzenissen’.”

En met al onze verrijzenis-ervaringen rennen we met Petrus naar het graf. Het zal toch niet. Zou het toch mogelijk zijn? Zijn al die verrijzenis-ervaringen in ons leven misschien toch kleine stukjes van dé Verrijzenis met een hoofdletter?

De leerlingen, de mannen in het evangelie, geloven de vrouwen niet; ons verstand zegt: kletspraat. Maar ons hart weet misschien wel beter. In ieder geval houdt het Petrus niet meer op zijn stoel. Gaan we mee?

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *