Leeftocht zijn voor elkaar. Witte Donderdag 2013

Op onze weg door de hele vastentijd hebben we telkens weer onze knapzak meegenomen. De knapzak waarin je je leeftocht meeneemt. “Leeftocht” is een beetje een oud woord, en wil betekenen “alles wat je onderweg nodig hebt”. Dat kan eten en drinken zijn, een stukje brood en een slokje water of wijn; maar dat kunnen ook kleren zijn, een extra jas voor als het koud wordt. Maar gaandeweg de veertigdagentijd werd duidelijk dat daar nog heel andere dingen in zitten:

In ons vormings- en toerustingsprogramma hebben we in een drieluik stilgestaan bij armoede. Wat maakt mij arm en wat maakt mij rijk? Wanneer is mijn knapzak leeg, en wanneer is die vol? En eigenlijk hadden we verwacht dat in die knapzak vooral geld zou moeten zitten. Maar dat was niet zo. In die knapzak moeten vooral ménsen zitten. Mensen die er voor jou zijn, en mensen voor wie je belangrijk bent. Mensen die om je geven, en mensen voor wie je iets kunt betekenen. — Een knapzak vol mensen.

Op de laatste avond dat Jezus met zijn leerlingen aan tafel zit, maakt Jezus ons tot zulke mensen. Mensen die voor elkaar tot brood en wijn worden. Mensen die elkaars leeftocht zijn.

Hij “zal niet meer eten en hij zal de vruchten van de wijnstok niet meer drinken, totdat het Koninkrijk van God gekomen is,” zegt Jezus. En ondertussen moet dat koninkrijk telkens weer oplichten wanneer mensen met elkaar brood en wijn delen, en wanneer zij voor elkaar tot brood en wijn worden. Ondertussen moeten wij voor elkaar als God zijn. Leeftocht voor elkaar.

En dat willen we wel. Als Jezus zegt dat één van hen hem zal verraden, roepen ze allemaal: “Ik? ik niet! ik nooit!” En ze beginnen elkaar de loef af te steken: “Jij bent een goed mens, maar ik ben een nog veel beter mens.” En Petrus doet er nog een schepje bovenop: “Heer, ik ben bereid om voor u te sterven.”

Leeftocht voor elkaar zijn, dat willen we wel. Maar dat gaat bij ons met vallen en opstaan. Judas bezwijkt voor de 30 zilverlingen, de andere leerlingen houden zich afzijdig en de nacht is nog niet voorbij of Petrus heeft Jezus al drie keer verloochend.

Maar vaak lukt het ook wel. We hebben in de getuigenissen gehoord hoe wij voor elkaar en voor anderen toch leeftocht blijken te zijn. Voor de kinderen in Moldavië, bijvoorbeeld, of voor de zieken in onze gemeenschap, in je beroepsmatige leven en ook privé, wanneer je bijvoorbeeld merkt dat de liefde nog dieper gaat dan dat je ooit hebt durven denken. &mdash Dat zijn de momenten waar we voor elkaar tot brood en wijn worden. Dat zijn de momenten dat het brood en de wijn waarin Jezus zichzelf uitdeelt ons zodanig voedt dat wij voor elkaar als God kunnen zijn.

Wij mogen mensen zijn die voor elkaar tot brood en wijn worden. Wij mogen voor elkaar als God zijn. We mogen leeftocht voor elkaar zijn. Een knapzak vol mensen.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie