Leeftocht: een hele weg te gaan

Lezingen: uit het dagboek van Etty Hillesum, en Jesaja 49, 1-6 Vanaf de moederschoot

Afgelopen week probeerde een pril voorjaarszonnetje de winterkou te verjagen, en meteen voelde je iets van lente in je lijf! Licht vrolijkt op. Maar met de komst van meer licht, wordt ook de schaduw scherper. Wie licht ontsteekt, maakt schaduw. Dat gebeurt niet alleen met licht, dat is met alles zo in het leven.

Waar leven is, is dood.
Waar goedheid is, daar loert het kwade.
Waar rijkdom is, komt armoede in beeld.
Alles heeft twee kanten.

Het lijkt een open deur, maar we blijven toch liever aan “the sunny side of the street”. Want leven met een ziekte of een zieke, met de laster van de ander of van jezelf — en noem maar op — dat is moeilijk. Wie reikt ons leeftocht? Vandaag trekken we ons op aan de woorden van Etty Hillesum, geschreven in oorlogstijd, en aan een verhaal van Lucas over het visioen op de berg.

Overweging

Het moet wel lang geduurd hebben, dat gebed van Jezus op de berg, want zijn leerlingen zijn in slaap gevallen. Maar Jezus zelf bidt zo intens, dat hij op een gegeven moment helemaal begint te stralen. Zijn kleren, zo vertelt Lucas het beeldend, worden verblindend wit. Tegenwoordig zouden we spreken van een soort lasershow, maar in de wonderlijke wereld van toen gebeurde dat zonder techniek. Dan komen er twee mannen in beeld die al eeuwen dood zijn: Mozes en Elia. Ze vertegenwoordigen de wet en de profeten en Jezus praat met hen. De leerlingen worden er wakker van en kijken hun ogen uit: ze wanen zich in de hemel. Zo veel licht en schoonheid, daar mag geen einde aan komen, vinden ze.

Dat hebben wij ook. Mooie dromen mogen niet verstoord worden. Daar willen we in blijven hangen. Maar dan komt die ellendige wekker en we zijn terug op aarde. Bij die leerlingen is de wekker nog niet afgegaan. “Blijf”, zeggen ze, “we zullen drie tenten bouwen. Dan kunnen we dit hemeltje op aarde vasthouden.”

Maar een wolk vaagt alles weg. De show is afgelopen. Bijna, want uit de wolk spreekt God met de aanbeveling goed naar Jezus te luisteren. Hij is door God uitverkoren. Ze moeten de berg weer af, hun matje oprollen, het dal in. Terug naar het gewone leven. De schaduw betreden van de prachtige verschijning die ze gezien hebben. Maar ze voelen zich wel sterker dan voorheen. Ze weten wie hun leidsman is. Dat is hun leeftocht voor onderweg; hun licht in het land van de schaduw.

Wat die 3 leerlingen willen, willen we allemaal wel: een hemeltje op aarde, een leven zonder dood, een gezondheid zonder kans op ziekte, altijddurende liefde zonder ruzie of jaloezie, knap zijn en eeuwig jong blijven, vrede in de wereld zonder die verpletterende schaduw van geweld …

Een landje boven op de berg en alle geslaagde mensen in stralend wit bij elkaar. Slechte mensen en drop-outs zijn er nog wel, maar die zien we niet meer, want wij zitten in de wolken. Zo proberen we onze schaduw te ontlopen. We verzinnen voor onszelf een hemel om aan de dagelijkse ellende te ontkomen.

De brief van Etty Hillesum is daarom zo indringend. Deze jonge joodse vrouw ziet de vuile oorlogsellende om zich heen en sluit haar ogen er niet voor, zoals velen in die tijd wel deden. Ze ziet dat mensen monsterlijke ruïnes van elkaar maken, maar ze blijft God zoeken. Ze houdt God overeind door die kleine, kwetsbare mens te zoeken achter de lelijke maskers die ze zichzelf opgezet hebben.

Ze verdwaalt niet in haar eigen hemeltje. Ze zoekt licht in het dal vol schaduwen. Want waar schaduw is, daar moet toch ook ergens licht zijn. Deze moderne heilige verlost ons van het waanidee dat wij hemeltjes van licht en geluk kunnen bouwen zonder schaduwzijde. Want het is toch een waanidee dat er vrede voor ons mogelijk zou zijn zonder recht op menswaardig leven in oorlogsgebieden. Het is toch een waanidee dat ons brood kan smaken als we niet willen weten van de honger van miljoenen. Of dat we vrolijk feest kunnen vieren en ons gelukkig kunnen wanen ten koste van de eenzaamheid die de langdurig zieke treft.

Je kunt je ogen niet blijven sluiten voor die doodzieke mens die angsten uitstaat. Je kunt niet blijven weglopen bij die depressieve mens die geen levenszin meer ziet. Je zou, wereldvreemd geworden, je te barsten schrikken als het jezelf treft of je geliefde. Er bestaat geen hemel op aarde zonder oude mensen die dement zijn, zonder geestelijk gehandicapten, zonder vluchtelingen die op onze deur kloppen.

Is het niet zo, wie zijn schaduw wilt ontlopen, verteerd zal worden door het felle licht van de zelfgeschapen hemel? Als we ons leven willen verlichten, zullen we in de ruïnes van dit bestaan moeten wroeten. Dan zul je bij de uitgestoken hand van de arme een lichtje van dankbaarheid ontmoeten dat je bescheiden maakt. Je zult aan het ziekbed het licht van de hoop vinden dat je leven de moeite waard maakt. Je zult bij het gehandicapte kind ontdekken wat echte levensvreugde is en bij de vreemdeling zul je te horen krijgen wat echte gastvrijheid betekent. Bij de gevangene zul je voelen hoe kostbaar vrijheid is en bij de demente oude man krijgen we respect voor het leven aangereikt.

Niet op de berg of in de wolken ligt ons geluk. In het dal van de schaduwen zal de ware liefde, onze leeftocht voor onderweg, gevonden worden. Dat is de open deur die wij kunnen binnengaan. Daar zal de man van Nazareth ons de weg wijzen. Hij laat ons zien dat de wereld niet glanst en straalt van gedroomd geluk, maar hij zal ons door pijn en verdriet heen het echte leven laten ontdekken.

Langzaam maar zeker zullen ook wij van gedaante veranderen, we zullen ontwaken en opstaan, en leven!

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie