Kijken met je hart

Lezingen: 2 Samuel 12,7-10.13 (David bekent zijn schuld) en Lucas 7,36-50 (Liefde bedekt een menigte aan zonden)

Je laten leiden door vooroordelen: het zit ons mensen ingebakken. Een oordeel vellen op de uiterlijke schijn, blind voor wat iemand innerlijk beweegt. Het Evangelie van vandaag gaat over een vrouw met een bedenkelijke reputatie. Voor Jezus van Nazareth is dat nog geen reden om haar de deur te wijzen als ze aanklopt. Daar spreken mensen schande van … alsof zij zelf geen tekorten hebben. Jezus leert hen anders kijken: met hun hart!

Overweging

Het prikbord boven het bed van oma hangt vol tekeningen van de kleinkinderen. “Zal ik ze maar in uw laatje leggen?” vraagt de verpleegster. “Nee, alsjeblief niet, ze zijn zo prachtig! Als ze op bezoek komen mogen ze zien hoe blij ik er mee ben!” Ach, die verpleegster heeft al zoveel tekeningen gezien bij al die bedden, maar voor oma zijn ze bijzonder, speciaal voor haar gemaakt.

Het is maar net hoe je er tegenaan kijkt.

“Simon, kijk er eens anders tegenaan,” dat is vandaag de uitnodiging van Jezus aan zijn gastheer. Een gast aan tafel is voor ons nog steeds iets bijzonders, maar in het oosten nog veel meer. Gastvrijheid is een van de hoogste plichten. Aan de maaltijd beleef je iets van het verbond met God, wordt vriendschap gesloten of bevestigd. Ook deze maaltijd van Simon en zijn gasten is zo bedoeld. Daarom heeft hij Jezus uitgenodigd. Hij lijkt achting voor hem te hebben en wil door hem gezien worden. Een heilige maaltijd, zou je kunnen zeggen.

Totdat die vrouw zich tussen Simon en Jezus dringt. Zij staat bekend om haar bedenkelijke reputatie, verder gaat het verhaal daar niet op in. Gezien de uitbundigheid van haar gebaren en emoties moet ze Jezus al gekend en meegemaakt hebben. Misschien hoorde ze al een tijdje tot zijn gezelschap. Op zichzelf is dit al een interessant gegeven voor de kerk in deze tijd: de eerste kring rond Jezus was geen pure mannenclub! Deze vrouw had meegemaakt hoe hij met mensen omging, hoe hij met barmhartigheid en liefde naar hen keek en tot hem sprak. Zich van haar zonde bewust, voelt ze zich onder de bevrijdende uitstraling van deze rabbi, dichter bij haar diepste zelf komen.

Opgenomen in zijn relatie, lijkt het of ze herboren wordt.

Met een nu-of-nooit-gebaar geeft ze aan haar gebroken bestaan de vrije loop. Heel haar verdriet huilt ze uit over Jezus’ voeten en met kostbare balsem giet ze hem al haar liefde uit. Als het lied van Oosterhuis toen al bestaan had, zou ze het zeker gezongen hebben: “De Heer heeft mij gezien en onverwacht, ben ik opnieuw geboren en getogen.”

Maar de sfeer aan tafel verandert: blikken verstarren, gedachten zijn niet meer open, maar onwelwillend, er ontstaat rumoer. De heilige maaltijd wordt ontkracht! En dan aanvaardt zo’n Jezus zonder gêne de machteloze liefde van de vrouw. Hij ontvangt haar die zo slecht bekend staat: dat kan toch geen profeet zijn! Maar toch: hier wordt geschiedenis geschreven, omdat de heilige maaltijd wordt omgebogen in een nieuwe richting. Een wetsgetrouwe jood moet zich afkeren van een cultisch onreine vrouw, maar Jezus verstaat haar tekenen van genegenheid en liefde, en dat is helend voor haar. De maaltijd is niet meer heilig omdat hij aan alle wettische voorschriften voldoet, maar omdat liefde zijn maatstaf is geworden. Je kunt van een agapè spreken.

Zou dat dan ook niet de maatstaf moeten zijn voor de maaltijd in onze kerken?

Maar Simon is verbijsterd; hij kan in die vrouw alleen maar een zondares zien. Hij heeft zich een beeld van deze vrouw gevormd en dat belet hem om haar gebaar van liefde te zien. En dat is tragisch voor hem. Want samen met andere farizeeën was hij een man die zijn geloof zeer serieus nam en de voorschriften trouw onderhield. Maar de tragiek van de farizeeën was hun fanatisme, hun rechtlijnigheid in de leer en hun gebrek aan zelfkritiek. Daarom konden ze ook Jezus niet zien zoals hij werkelijk was: de profeet die in de wereld moest komen om de ogen te openen en aan het licht te brengen, hoe de vork aan de steel zit in het Koninkrijk van God.

Van de ene kant is dit verhaal een oproep tot ieder van ons om met je hart naar mensen te kijken en hun misstappen niet altijd na te dragen. Zie liever hoe ze ook zijn… hoe ze nú zijn.

Van de andere kant wil het verhaal ons ook naar onszelf laten kijken. Hoe gaan wij met onze eigen gebrokenheid om?

Kunnen wij daar ook met ons hart naar kijken? De vrouw weet dat haar leven gebrokenheid kent. Het is er. Maar ze weet ook dat ze het niet groter of zwaarder moet maken. Ze hoeft er niet aan onderdoor te gaan. Het gaat om de juiste balans. De taal van tranen laat weten dat ze die gevonden heeft. Bescheiden en fier gaat ze met zichzelf om. Bescheiden omdat ze weet dat ze maar een mens is; fier omdat ze zichzelf niet hoeft te miskennen. Door Jezus voelt ze zich door God aangenomen; ze hoeft zich niet anders voor te doen dan ze is en daardoor durft ze zichzelf toe te vertrouwen aan haar diepste en beste zelf.

Kunnen wij ook zo naar onszelf kijken? Aanvaarden dat je leven onaf is, nooit helemaal heel…

De ontkenning van je tekorten zou je tot iemand maken met een opgeblazen ego, onbenaderbaar voor medemensen, en dat zou zonde zijn. Maar de erkenning van die tekorten maken geen minder mens van je! Daarom: doe als de vrouw uit het Evangelie; doe als David: Ga in Gods vergevende kracht staan en laat je verrassen door zijn overvloeiende goedheid die vlees en bloed werd in Jezus Christus.

Je mag er zijn, niet op grond van geleverde prestaties, maar zomaar, omdat jij jij bent en Hij je het leven heeft geschonken. Hij spreekt je aan op het beste in jezelf en daagt je uit, ook het beste in de ander te zien!

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie