Harts-tocht

Lezing: Lucas 24,13-32 (De Emmausgangers)

“Brandde ons hart niet?” — Het begint met een brandend hart. Ons verhaal van de Emmausgangers staat weliswaar aan het eind van het Lucasevangelie, maar het beschrijft hoe alles begint. Je komt namelijk niet tot geloof door rationele inzichten of omdat je de leerstellingen zo knap in elkaar vindt zitten. Geloof begint altijd met een brandend hart.

Dat je hart sneller begint te kloppen. Dat je hart open gaat. Dat je opgetild wordt en boven jezelf uitstijgt. Dat je ervaart dat je bestaan verder reikt dan alleen dat stukje tussen jouw geboorte en je dood. Dat je merkt dat je niet alleen bent. Dat je een aanwezigheid voelt zoals de Emmausgangers achteraf zeggen dat ze die gevoeld hebben, een nabijheid in het hier en nu die je tegelijkertijd dichter bij de eeuwigheid brengt. — Geloof begint altijd met een brandend hart. “Brandde ons hart niet?”

Zo was dat ook bij Augustinus. Hij geloofde wel, maar dat was eerder een geloof van theologische inzichten. Het werd pas echt ‘geloven’ toen zijn hart opeens begon te branden. “Ik zocht u buiten mij… maar u was in mij,” zou hij later zeggen, “mij dichterbij dan ik mijzelf,” namelijk in zijn hart. Daarom prent hij het ons ook zo in: “Keer terug naar je hart, want daar bevindt zich het beeld van God.” En zo’n hart kan niet anders dan branden. “Brandde ons hart niet?” De weg naar God is een tocht van je hart, en een tocht naar je hart. Op zoek zijn naar God is een ‘HartsTocht’.

De emmausgangers begonnen met een brandend hart, Augustinus begon met een brandend hart, en de Boskapel begon ook in een tijd dat het hart van de kerk brandde. Johannes Paulus de XXIII had het hart weer weten te ontvlammen en na de openingen van het Tweede Vaticaanse Concilie stonden de harten van de mensen in lichterlaaie. En de onze gemeenschap rond de Augustijnen brandde misschien nog het felst. De parochianen van de Villanova-parochie en de mensen die zich individueel hadden aangesloten gingen samen op in de euforie om de kerk te vernieuwen en om op een moderne en onbevangen manier te geloven.

Bij zoveel vuur was een verblijf in de oude houten kapel hiernaast eigenlijk niet meer verantwoord; en het was maar goed dat de Boskapelgemeenschap vandaag op de dag 50 jaar geleden naar deze prachtige nieuwe Boskapel kon verhuizen. Een kapel waar God inderdaad mij dichterbij is dan ik mijzelf, namelijk niet ver weg in het koor, maar midden onder de mensen, in het hart van de gemeenschap; en ook niet op een verhoogd altaar, maar het altaar juist op het laagste punt. Dan mag je God zoeken in de hoogste hoogte, maar je zult hem vinden in het diepst van je hart.

Het was niet de eerste keer dat de aloude spiritualiteit van Augustinus de kerk vernieuwde. Ook de hervormingsplannen van Marten Luther waren niets anders dan een vertaling van de Augustijnse spiritualiteit naar de kerk van toen. En 50 jaar geleden in de frisse wind van het aggiornamento van het concilie waren het weer de inzichten van Augustinus die de mensen opnieuw deden ontvlammen. De Boskapel staat dus in een traditie van brandende harten. In een traditie van mensen die door de eeuwen heen telkens weer hun hart voelden branden. En met al deze mensen voor ons, met ons en na ons gaan wij op ‘HartsTocht’.

Gisteren hebben we laten zien hoe wij aan onze harts-tocht vorm willen geven, en hebben we ons laten inspireren om de harts-tocht voort te zetten. Keer terug naar je hart. Juist in een tijd waar de grote kerken verstarren tot instituten hoef je God niet te zoeken in het kerkelijk apparaat, laat staan in de hiërarchie, maar moet je op harts-tocht gaan om te ontdekken dat God ons dichterbij is dan ik mijzelf.

Dat is trouwens iets anders dan de ik-cultuur van deze tijd. Ik heb namelijk het idee dat veel mensen onder ‘ik’ eigenlijk alleen maar hun eigen persoon en hun eigen wensen verstaan. Maar als je niet verder komt dan dat, dan wordt je niet meer dan een kleinzielige egoïst. Maar dat je ten diepste beeld en gelijkenis bent van God, dat maakt je pas echt groot. Je krijgt immers deel aan God. En tegelijkertijd relativeert je dat ook weer want het maakt je groter dan jezelf bent, en je herkent dat je die grootsheid, gelukkig maar, niet allemaal zelf hoeft op te brengen. De kerk overleeft niet in grote organisaties, maar haar toekomst ligt in mensen die er oog voor hebben dat God in hun hart brandt.

Als God je zo dichtbij is en als hij je tegelijkertijd zo groot maakt dat je er zelf niet meer bij kunt, dan kan je eigenlijk alleen nog maar zingen. En dat hebben we gister middag gedaan. Wie zingt bidt dubbel, heeft Augustinus geroepen. En dat bidden moet je heel breed opvatten. Het is niet alleen God vragen en hem danken, bidden is ook gewoon leven en aanwezig zijn voor Gods ogen. Wie zingt vertoeft bij God. En daar houden alle woorden en alle rationele inzichten op; als je zingt dan brandt je hart.

En zo zijn we tot slot echt op harts-tocht gegaan. En het is goed dat we dat zingend hebben gedaan, want, zoals Augustinus zegt, zingen verlicht ons zwoegen. Dat God je zo dichtbij komt en dat hij je zo boven jezelf laat uitstijgen, dat wakkert namelijk je verlangen zo aan, dat maakt je hartstocht zo groot dat het bijna ondraaglijk wordt. Je wordt namelijk geïnfecteerd met het hartstochtelijke verlangen van God naar zijn schepping. En dan besef je dat onze harts-tocht geen zondagmiddag-ommetje is, geen rondje om de kerk. Maar je ziet hoeveel werk er nog te verrichten valt totdat de wereld een beetje verandert in een wereld waar God en mensen samen wonen. “Houd niet van getalm, maar zing en trek verder.”

Een feest zoals we dat dit weekend vieren, en zeker als je 50 wordt, is normaal gesproken altijd een gelegenheid om stil te staan. Maar dan moet je niet in een traditie staan van brandende harten. En je moet al helemaal niet voortkomen uit een Augustijnse traditie. Want op het moment dat je er ook maar aan zou denken om tevreden achterover te leunen hoor je Augustinus alweer roepen: Trek steeds verder, houd niet van getalm, keer terug naar je hart. De harts-tocht gaat door!

Het is niet voor niets dat Lucas aan het eind van zijn evangelie een verhaal brengt van het begin. Ook al kunnen we terugkijken op 50 jaar Boskapel, onze harts-tocht begint elke dag opnieuw. Mogen we samen verder gaan met een brandend hart.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie