God midden tussen de mensen

Lezing: Genesis 18, 16-33 en Lucas 10, 38-42

Afgelopen week ging het over Abraham en Sara die God zelf op bezoek kregen, en Abraham staat nu bij het afscheid nog een beetje na te praten. En vandaag gaat het weer over ‘hoog bezoek’, vandaag komt Jezus op bezoek bij Maria en Marta.

Jezus kende natuurlijk de oude verhalen uit wat wij nu het oude testament noemen. De oude verhalen die het fundament zijn van onze joods-christelijke godsdienst. De mensen van toen vertelden elkaar geen verhalen over een almachtige God, ver weg in de hemel. Nee, ze vertelden elkaar verhalen over God die gewoon tussen de middag op bezoek komt en blijft eten.

Wij, in onze tijd, stoppen God soms weer terug in de hemel, maar dat is niet zoals het in de begindagen van ons geloof was. Het is pas van veel later dat de mensen God op afstand hebben gezet, dat ze kathedralen en een hele kerkelijke hiërarchie gebouwd hebben. Maar dat gaat nooit lang goed, want mensen blijven God altijd ook dichtbij ervaren. — Dat is misschien ook een reden waarom de mensen zich zo van het kerkelijk instituut afkeren, en misschien is dat ook het bestaansrecht van de Boskapel: dat we een plek proberen te zijn waar we kunnen ervaren dat God dichtbij is, “mij dichterbij dan ik mijzelf”.

In ieder geval is dat het geloof waarmee Jezus opgroeide. God is gewoon midden tussen de mensen aanwezig, hij trekt met zijn volk mee, hij maakt deel uit van het leven, en soms fluistert hij goede raad in. God is er gewoon.

En zoals je met de buurman bij het weggaan nog even aan de deur een praatje houdt, zo staat Abraham nog even met God na te praten. Ze kijken uit over Sodom en Gomorra, en het is alsof God toch stiekem ervan droomt dat zijn koninkrijk toch wat meer op institutionele benen staat. Hij denkt erover om Sodom en Gomorra te vernietigen. Hij heeft niet voor niets regels opgesteld over wat zondig is en wat niet. En als hij die rotte appel er eenmaal uitgehaald zal hebben, dan zal het wel goed komen met zijn koninkrijk.

Maar Abraham herinnert God weer aan zijn oorspronkelijke manier van doen: u bent niet iemand die in machtige instituten en dogmatische gebouwen woont, u bent op uw best als u gewoon tussen de middag op bezoek komt, als u dichtbij de mensen bent. U bent op uw best als u in gewone mensen aan het werk gaat. En Abraham voelt deze nabijheid zo sterk dat hij meer durft dan dat je bij zo ‘hoog bezoek’ normaal gesproken zou doen: Stel dat er in die stad vijftig mensen zijn waarin u aan het werk kunt gaan, stel dat het er 45 zijn, of 40, 30 misschien, of zelfs maar 20, misschien slechts 10? Tien mensen die voor u openstaan en die u nabij kunt zijn, hen dichterbij dan zij zichzelf? — En God moet toegeven dat hij met tien mensen meer kan bereiken dan met een groots koninkrijk dat met veel machtsvertoon bij elkaar gehouden moet worden.

Met zulke verhalen in zijn geestelijke bagage, met God die als een buurman ’s zomers even achterom aan komt waaien, met dit idee van God dicht bij zijn mensen komt Jezus nu ook bij Marta en Maria op bezoek.

Marta denkt: “hoog bezoek” en ze schiet meteen in de kramp. Ze stormt naar de keuken, raapt onderweg nog wat rommel op, zet nog een stoel terug op zijn plaats en veegt in het voorbijgaan met haar schort nog wat kruimels van tafel. En vervolgens kan je door het rammelen van de potten en pannen je eigen woorden niet meer verstaan. — Marta probeert om de best mogelijke materiële voorwaarden te scheppen voor Jezus.

“Hoog bezoek” denkt ook Maria, en ze laat daarom juist alle aardse beslommeringen los. Nu gaat het even om iets anders, om een andere dimensie. Nu gaat het erom dat ons leven groter is dan onze dagelijkse beslommeringen, dat het meer waarde heeft dan de waarde van onze eigen arbeid. Nu gaat het om dingen die we niet zelf voor elkaar kunnen krijgen, maar die we alleen maar kunnen ontvangen. Daarom gaat Maria aan de voeten van Jezus zitten. — Maria wil geen woord missen, het is alsof elk vezel van haar lichaam en haar hele ziel zich volzuigen met God. Op die manier schept zij de best mogelijke geestelijke omstandigheden voor Jezus.

Ik zeg het maar meteen: het is helemaal niet de vraag wie van de twee gelijk heeft. Volgens mij heeft iedereen van ons een Marta-kant en een Maria-kant. Maar het gaat erom dat je elke keer weer opnieuw de afweging maakt hoe je het beste ruimte kunt maken voor God die dichtbij op bezoek komt. Dat je door al het doen en georganiseer van Marta ook openstaat voor wat je gegeven wordt. En dat je bij alles wat je net als Maria mag ontvangen niet vergeet om er ook handen en voeten aan te geven.

God dichtbij zijn mensen, mij dichterbij dan ik mijzelf, laten we hem binnen.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie