Geloven is als ademhalen

Lezingen: Habakuk 1,2-3;2,4 en Lucas 17,5-10

Geloven is als ademhalen.

Het is beseffen dat alle inspiratie je gegeven wordt; wordt ingeblazen. Maar net als adem kan ook geloven stokken. Bij de aanblik van verdriet en onrecht, als alle zekerheden wegvallen, vraag je waar God is.

De profeet uit de 1e lezing, Habakuk, herkent dit bij de mensen uit zijn tijd: “Waarom is er ruzie en moeten we lijden onder conflicten?” “Geef het wachten niet op, want er komen betere tijden,” zegt de profeet dan.

“Kunnen wij dat allemaal wel geloven?” vragen de leerlingen van Jezus zich af. “Geef ons toch alstublieft meer geloof!”

Overweging

Habakuk: je zult zijn naam niet vaak gehoord hebben. Dit is een van de weinige zondagen dat er iets van deze profeet wordt voorgelezen. Hij treedt net als Jeremia omstreeks 600 voor Christus op. De val van het Zuidrijk en de verwoesting van Jeruzalem kondigen zich al aan. Het zijn moeilijke tijden. Het uithoudingsvermogen wordt op de proef gesteld, en Habakuk verwoordt waar het in de tussentijd op aan komt. “Wie in zijn hart niet deugt, kwijnt weg, maar de rechtvaardige leeft door zijn geloof.”

Het hart maakt een mens tot wat hij is. Wie in zijn hart niet deugt, wie niet deugt in de kern, die kwijnt weg. Je kunt heel wat zijn met je verstand of met je handen — je kunt praatjes hebben, iemand zijn naar wie iedereen opkijkt, iemand die naam heeft, maar wat in de Bijbel telt, is je hart. Dát is wat een mens mens maakt. Als dat niet deugt, dan kwijn je weg. Dat is ook gewone mensenwijsheid. Iedereen weet dat uiteindelijk een goed mens iemand is die deugt. “De rechtvaardige blijft leven door zijn geloof,” en dan is geloof gelijk aan vertrouwen. Dit vers uit de profeet Habakuk, door Paulus aangehaald in zijn Brief aan de Romeinen (Rom 1,17), heeft een enorme rol gespeeld in de geschiedenis van het Europese Christendom, met name door de ontdekking van de augustijner monnik Maarten Luther.

Het geloof was in de kerk van zijn dagen iets geworden wat je moest doen; “je plichten doen,” alsof je God kon verdienen. Maar Luther ontdekte dat geloven vooral betekent: je aan God toevertrouwen. Het kleinste geloof kan ongelofelijke dingen tot stand brengen. Het minste vertrouwen brengt je waar je nooit gedacht had te komen. Neem bijvoorbeeld Rosa Parks, de zwarte vrouw voor wie begin dit jaar een standbeeld werd opgericht in het Capitool. Ze leefde in de tijd van Martin Luther King. Op zekere dag nam ze plaats in een bus, die alleen voor blanken bestemd was. Toen haar gezegd werd op te staan, weigerde ze dat. Later lichtte ze dat toe met de woorden: “You must never be fearful when what you are doing is right.” (Je moet niet bang zijn als datgene wat je doet, goed is.) Dat is een voorbeeld van geloof waarover het Evangelie spreekt: het geloof als een mosterdzaadje. Zij was maar een onbelangrijke negervrouw die de bus nam, maar toen zij opkwam voor haar recht, bracht ze een beweging in gang die de hele Verenigde Staten zou veranderen. Ze zei als het ware tegen de moerbeiboom: “Kom met wortel en al uit de grond.”

Dát geloof, dát vertrouwen kwam recht uit haar hart. Echt geloof is niet iets groots, iets uiterlijks, wat je doet.

Het is iets wat je van harte doet; iets waarbij je hele wezen betrokken is.

Wanneer de apostelen Jezus vragen: “Versterk ons geloof,” is Jezus antwoord heel eenvoudig: “Is jullie geloof iets wat je van harte doet? Of is het plichtmatig?” Wanneer hij dat dan verduidelijkt met een vergelijking uit de toenmalige samenleving van de slaaf en de dienaar, die met heel zijn wezen, met heel zijn hebben en houden, aan zijn heer gebonden is, is dat niet een les over de verhouding werkgever/werknemer. Maar een voorbeeld om duidelijk te maken dat van harte doen wat gedaan moet worden om een houding van toewijding en nederigheid vraagt. In toewijding wordt duidelijk hoe je betrokken bent in wat je doet, en met nederigheid erken je dat je zelf niet het middelpunt van de wereld bent.

Hoe houd je dit vol op de lange duur? Vraag zoiets maar eens aan mensen die het zwaar te verduren hebben. Ze zeggen in alle eenvoud: blijven ademhalen!

De moed vinden om te blijven geloven is dus net zoiets als de moed vinden om te blijven leven: dat je het goede ritme vindt tussen inademen en uitademen; tussen inspiratie en actie; tussen vertrouwen en je talenten inzetten, ontvangen en geven, bij jezelf te rade gaan en naar de ander uitgaan. Het is een kwestie van de goede maat weten te houden in het vertrouwen, dat niet alles van jou afhangt. De rechtvaardige leeft door zijn geloof.

Jij doet je best en God doet de rest!

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie