Een tuinman-moment. Pasen 2013

Lezing Johannes 20, 1-18

Vroeg in de ochtend wordt je wakker, je bent nog niet helemaal klaar wakker, een beetje wakker, net genoeg om te beseffen dat je niet meer slaapt, maar je dromen uit de nacht gaan nog even door. Je bevindt je nog in het schemergebied, nog even rust voordat je dagbewustzijn weer toeslaat met boodschappenlijstjes en wat je vandaag allemaal moet doen. Op dat moment tussen waken en dromen is het alsof je toegang hebt tot beide werelden. Je weet dat je zometeen weer de wereld van de meetbare feiten zult betreden, maar nog heb je toegang tot wat er meer is tussen hemel en aarde. Nog zie je de verrezene, om in ons verhaal te blijven, maar zometeen zie je alleen nog maar de tuinman…

Misschien is het daarom dat Maria uit Magdala juist op dit schemeruur naar het graf komt. Nog voor dat de realiteit toeslaat van: hij is dood en begraven, nog voor dat het verdriet haar weer in zijn klauwen krijgt, nog voor het besef weer glashelder aanwezig is dat ook een groot stuk van haarzelf gestorven is — nog voor de harde realiteit weer bezit van haar neemt, komt zij naar het graf.

Ik probeer u even bewust te maken van wat u onbewust waarschijnlijk allemaal herkent. Namelijk dat wij een zintuig hebben waarmee we ook de andere waarheid waar kunnen nemen. Met onze gewone zintuigen zien, voelen, proeven en ruiken wij wat er tastbaar en zichtbaar aanwezig is. Maar met dit andere zintuig nemen we waar wat er meer is tussen hemel en aarde. We kijken verder dan we kunnen zien, en voorbij de letterlijke feiten ontdekken we een diepere waarheid.

Ons zintuig voor het geloof werkt meestal onbewust, maar in het schemergebied tussen waken en dromen krijg je er een beetje een idee van. In het schemergebied heb je toegang tot beide werelden, zowel tot de wereld van de harde feiten, als ook tot de wereld die de feiten overstijgt. Met de ogen zie je de tuinman, maar voorbij de tuinman zie je de verrijzenis.

De “tuinman-momenten” die kennen we maar al te goed: wegen die doodlopen, verstikkende verhoudingen, gemiste kansen, relaties die stuk gaan, gezondheid die je parten speelt, en dat je elkaar ook echt aan de dood verliest. De momenten dat je sterft terwijl je nog leeft.

Maar je kent hopelijk ook de momenten waarin je beseft dat niet niet alles is. Dat er meer is, dat je ook verrijst. Opeens kan je toch weer verder, krijg je kracht. Opeens blijkt er toch een kans te zijn om te genezen, of het lukt je wonder boven wonder wel om met de ziekte om te gaan. Mensen vinden toch weer tot elkaar, liefde die weer verrijst, en het geluk waar je niet meer op durfde te hopen komt opeens je leven binnenwandelen. Momenten waar je achter de tuinman kunt zien dat je verrijst.

De evangelist Johannes speelt met die twee werelden. Op de vroege ochtend tussen waken en dromen husselt hij ze door elkaar: Eerst laat hij nog de feiten aan bod komen. De steen is weggerold, vervolgens komen Petrus en de andere leerling naar het graf, ze zien de linnen doeken liggen, en het doek dat het gezicht van Jezus bedekt had op een aparte plek. Allemaal feiten en feitjes.

Doekjes zus en doekjes zo, totdat je duidelijk wordt, dat je met de zichtbare en tastbare feiten niet meer verder komt. En nu eindelijk komt Johannes met het verlossende woord: “Toen ging de andere leerling het graf in. Hij zag het en hij gelóófde.” — Het gaat dus om geloof, het gaat om de waarheid die de zichtbare waarheid overstijgt. — En nu kan ook Maria verder kijken dan ze eigenlijk kan zien en ziet ze de twee engelen. Maar desondanks schakelt ze op dat moment weer om en blijft ze bij de realistische feiten: “Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem naartoe gebracht hebben.” En zelfs als Jezus zelf voor haar staat, ziet ze alleen maar de tuinman.

Dat is trouwens echt een meesterstuk van Johannes. Als in een achtbaan scheurt hij met ons van de realiteit naar het geloof en weer terug. Totdat de beide werelden samenkomen in de tuinman. De tuinman is namelijk letterlijk bezig met het aardse, met de handen in de grond. En tegelijkertijd beseft niemand beter dan de tuinman wat voor een wonder het is wanneer alles groeit en bloeit. De tuinman weet als geen ander dat het alleen wat kan worden als zijn wroeten in de aarde samengaat met de zegen van boven.

En terwijl Maria alsmaar tegen de tuinman aan blijft sputteren over doekjes zus en doekjes zo, en of hij het misschien was die het stoffelijk overschot ergens neergelegd heeft, zeg Jezus alleen: “Maria.” — En net zoals je ’s ochtends door de wekker uit je dromen gerukt wordt, zo rukt Jezus haar nu uit de wereld van de onbenullige feiten. Kijk verder, Maria. Je aardse leven van de harde feiten en je verrijzenis horen bij elkaar.

En zoals Jezus haar naam uitspreekt, Maria, klinkt daarin haar hele identiteit en haar hele bestaan — jouw hele identiteit en jouw hele bestaan: Jij bent een mens die sterven moet en tegelijkertijd een mens die verrijst.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *