Een goede herder loopt achter de schapen aan

Lezing: Johannes 10, 27-30

Afgelopen zondag waren we op het Sint Pietersplein in Rome bij het Angelus met paus Franciscus. Het was ontzettend druk, maar iedereen genoot van het lentezonnetje. Op klokslag 12 uur verscheen Franciscus hoog boven en veraf in het raam. Maar met zijn “broeders en zusters, bongiorno” overbrugde hij die afstand in no time. In één tel was hij niet meer de herder boven zijn schapen uit maar was hij midden onder hen.

Dit stond in schril contrast met wat er op nog geen 200 meter afstand in de Kerk der Friezen gebeurde. Die ochtend ging daar bisschop Hurkmans voor. Uitgerekend in de Kerk der Friezen die opgericht is door Tiny Muskens, de laatste bisschop met een verlichte geest, daar zijn ze nu roomser dan de paus.

En terwijl het contrast niet groter kon zijn werd in de parochie in Linden de rechter hand van Hurkmans Rob Mutsaerts als pastor ingezet; per decreet, van bovenaf.

Met een herder die alleen maar voorop loopt en die zijn schaapjes van bovenaf met stok en hondengeblaf in het gareel dwingt, krijg je geen kerk die Gods bedoelingen uitstraalt.

Een goede herder loopt namelijk een groot deel van de dag juist áchter zijn schapen aan. Want uiteindelijk weten zij nog het beste waar ze gras en water kunnen vinden. Herder en kudde doen het sámen.

Zo zijn we hier ook samen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen

Overweging

Als je naar afbeeldingen zoekt van de goede herder, dan vind je drie soorten foto’s of drie soorten schilderijen:

  1. het vertrouwde beeld van de herder die voorop loopt en de schapen volgen hem;
  2. de herder die op zijn herdersstaf leunt en uitkijkt over zijn grazende kudde; en
  3. de herder die achter zijn schapen aanloopt omdat zij uiteindelijk veel beter weten waar je gras en water kunt vinden.

Een goede herder weet wanneer hij voorop moet lopen, hij weet wanneer hij de dingen hun gang moet laten gaan, en hij weet wanneer hij maar beter áchter zijn kudde aan kan lopen. Het is een samenwerking tussen herder en kudde. Soms is het goed als je de herder kunt volgen; dan weer ga je zelf je gang en doe je wat er gedaan moet worden; maar regelmatig neem je als schaap ook zelf het voortouw, want je neus en je intuïtie is uiteindelijk toch scherper dan die van de herder… — Je moet het sámen uitzoeken, niet alleen de herder en ook niet alleen de schapen, maar sámen.

Johannes is sowieso de evangelist van het ‘samen’. “Niemand zal de schapen uit mijn hand roven…” De Vader heeft ze mij gegeven en “de Vader en ik zijn één”. Het klinkt een beetje wiskundig, maar Johannes beschrijft hier de eenheid tussen kudde, herder en Vader. Het gaat hier niet om hiërarchie, niet om baas bovenbaas, maar om een bewegelijke dynamiek waarin dan weer de één dan weer de ander het voortouw neemt, en waarin mensen, Christus en God sámen optrekken. Of, om nog eens naar de schilderijen te kijken, de drie beelden versmelten tot één beeld en soms licht dat ene wat meer op en dan weer het andere.

De herder voorop. De herder naast zijn kudde. En de herder achter zijn kudde. Als je het beeld van de herder vertaalt naar onze eigen Boskapel dan zie je dat de Boskapelgemeenschap begonnen is als een, zeg maar herder-voorop-model. De Boskapel is ontstaan als een gemeenschap om het klooster van de Augustijnen heen. Dus de eigenlijke dragers of herders, degenen die uiteindelijk de verantwoordelijkheid hadden waren de paters Augustijnen, en de Boskapelgemeneenschap, ook al voelde dat niet zo, was uiteindelijk toch maar te gast bij de Augustijnen. En hoewel Joost en zijn medebroeders er alles aan deden om juist de gemeenschap steeds meer zelfstandigheid te geven, wist je dat je altijd op de kloostergemeenschap terug kon vallen. —

Om maar in het beeld te blijven: eigenlijk konden de schapen altijd áchter de augustijnse herders aan lopen, en je kon altijd je kerkenwerk doen, je creativiteit inbrengen, je inzetten terwijl de augustijnen waakzaam en toeziend op hun herdersstaf leunden. Maar je hoefde eigenlijk nooit voorop te lopen.

Natuurlijk liep de Boskapel als geheel wel voorop, want niet voor niets was de Boskapel door bisschop Jan Bluyssen gewijd, samen met Tiny Muskens uit een generatie van bisschoppen met een visionaire blik. Hij heeft deze plek aangewezen als experimenteerplaats voor liturgievernieuwing en eigentijdse geloofsbeleving. En gezien het huidige beleid binnen de rooms katholieke kerk lopen we nog steeds flink voorop. — Maar de augustijnen als eigenlijke vooroplopers hebben nu het vooroplopen aan ons overgedragen. Dus dat derde beeld, de schapen die voor hun herder uit lopen, dat moeten we nu zelf invullen.

Een overweging is natuurlijk geen bestuurlijk praatje. In een overweging hebben we het erover dat je de dingen wel eens van een andere kant bekijkt. En in een overweging proberen we wel eens een andere manier van denken uit. En daar gaat het mij om: een andere manier van denken. In een bestuurlijk praatje zou ik nu concrete voorbeelden noemen hoe we de dingen anders zouden kunnen dóen, maar in de overweging gaat het om het anders dénken. — Denk op de goede-herder-zondag ook eens aan het derde beeld. Probeer je voor te stellen dat ook jij eens een keertje voorop loopt.

In een overweging zoek je terecht ook naar spirituele voeding en je gaat samen op zoek naar wat God je wil laten ontdekken. “Niemand zal de schapen uit mijn hand roven…” De Vader heeft ze mij gegeven en “de Vader en ik zijn één”. God, Christus en mensen horen bij elkaar. En het is ons daarbij niet alleen gegeven om achter de herder aan te lopen of om binnen een veilig afgerasterd weilandje te grazen, maar we hebben ook een goede neus gekregen om zelf te weten waar de gemeenschap grazige weiden en vers water kan vinden. Je mag op dat talent rustig vertrouwen, sterker nog, ook de herder zelf vertrouwt er op dat ook jij een keertje voorop loopt.

Op deze goede-herder-zondag wil ik je dus vragen om de goede herder ook eens achter je te laten. — Natuurlijk mag je hier komen voor je rust en om weer op adem te komen. En wie niet meer kan die wordt vanzelfsprekend gedragen. En als het nodig is laten we ook even 99 schapen achter om met dat ene schaap op te lopen. Maar als Boskapelgemeenschap moeten we het vooral sámen doen.

Op 29 en 30 juni vieren we ons 50 jarig bestaan, en op 21 juni spelen we als Boskapel een belangrijke rol in de kerkennacht. We hebben het in dat verband over ‘de Boskapel op de kaart zetten’; over ‘ons verbinden met de samenleving en verdiepen’; over ons ‘profileren als eigentijdse geloofsgemeenschap’ — en soms word je daar een beetje tureluurs van. En als dan ook nog de penningmeester roept dat er meer mensen best ook financieel wat meer voorop zouden mogen lopen, dan kan je gauw de indruk krijgen dat het teveel om de buitenkant gaat.

Maar dat is niet zo, we proberen daarmee aan de buitenkant vorm te geven waar het ons aan de binnenkant ten diepste om gaat. Namelijk dat je serieus neemt dat je beeld en gelijkenis van God bent. Dat je dus, zoals Johannes dat schrijft een eenheid vormt samen met Jezus en samen met God. En in die eenheid loop je een keertje achteraan, dan weer langszij, maar zeer zeker ook voorop.

De Boskapel, dat zijn wij. Sámen met de mensen om ons heen, sámen met God, de goede herder.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *