De ster van verlangen

Lezingen: Jesaja 60, 1-6 en Matteüs 2, 1-12

Tijdens deze viering werd het kind van Sandra en Patrick gedoopt.

De ster van verlangen, dat is ons thema op deze dag van Driekoningen. Aangetrokken door een heldere ster zijn ze, in die tijd, op weg gegaan en kwamen eerst aan bij koning Herodes met de vraag waar de pasgeboren koning der Joden verbleef. Naar Bethlehem moesten ze gaan. De ster leidde hen verder en bleef bij het kind in de kribbe stilstaan. Ze worden tot in hun ziel geraakt, en gaan door de knieën.

Overweging

Wat verlangen met mensen doet.

Behalve het verhaal van Jezus’ geboorte bestaat er geen ander verhaal dat zo tot de verbeelding spreekt als dat van Driekoningen. Van de “Wijzen uit het Oosten” hebben we koningen gemaakt, want wie passen er nou beter bij het koningskind in de kribbe dan koningen die in aanbidding hun kroon aanbieden? En weer andere mensen wisten zeker dat het er drie waren: drie koningen. En dan is het natuurlijk het mooiste als ze uit drie toen bekende werelddelen kwamen: Europa, Azië, en Afrika. En weet je waarom het er drie zijn? Bedacht een ander weer: ze vertegenwoordigen de drie fasen van ons leven: jeugd, middelbare leeftijd en ouderdom. Later hebben ze ook alle drie een naam gekregen: Caspar, Melchior en Baltazar.

Gaandeweg de tijd ging dit verhaal ons steeds méér vertellen, ook over onszelf. Want die koningen, dat zijn de mensen van welke leeftijd en van welke herkomst ook. Wijzelf zijn op weg om te doorgronden wat mens-zijn betekent. Koninklijk zijn mensen, als ze zich niet laten domineren of gezeggen door welke Herodes ook; als ze oude zekerheden durven achterlaten, zich laten raken door de ster van hun verlangen en die volgen, steeds verder, totdat je komt op de kruising waar geen weg terug meer is. Dan zie je wat cruciaal is, wat werkelijk telt. Wanneer alle uiterlijk vertoon voorbij is, dan komt je eigen waardigheid als mens méér naar voren. Je legt je kroon af en komt neerknielen voor diegene in wie God zijn gezicht laat zien: het kind in de kribbe.

En dan denk ik terug aan het gesprek dat ik met jullie had, Sandra en Patrick, bij de voorbereiding op jullie huwelijk, bijna vier jaar geleden. Jullie vertelden toen dat je er weleens moeite mee had om bij “dat dorp” of bij “die school” te horen. Waarom? We kennen het allemaal wel: onder groepsdruk word je geraakt om mee te doen met dingen die je eigenlijk niet wilt, met de branieschoppers, met geroddel en gepest. Het is dan moeilijk om jezelf te zijn. Maar jullie lieten je niet op de knieën dwingen door de grootspraak van nep-sterren. Jullie volgden de ster van jullie eigen verlangen en die vond je bij elkaar. Bij elkaar mocht je zijn wie je bent, en je haalde uit elkaar ook ongekende mogelijkheden, zodat je eigen ster steeds meer begon te stralen. En bij de voorbereiding op deze doop zeiden jullie: “Niek is ons verlangen. En we hopen dat hij op zijn levenstocht óók de ster van zijn verlangen achterna reist.”

Beste allemaal: met zijn állen staan we onder groepsdruk om op de knieën te vallen voor de koningen van klinkklaar klatergoud. Maar voor wie gaan we dan op de knieën? Aan wie of wat dragen wij onze schatten af?

In deze kersttijd zingen we: Komt laten wij aanbidden de ster van Bethlehem — het kind in de kribbe. Hem willen we onze schatten geven: hart en geest en leven.

En wat doet die aanbidding met ons? Ook dat vertelt het Driekoningenverhaal: ze kiezen een andere weg naar huis.

De erkenning van de Enige voor wie ik kniel en knielen mag, verandert mijn leven en al mijn waarden. Nieuwe wegen openen zich. Je gaat op een nieuwe wijze openstaan voor sterren en dromen, voor tekenen en mensen die je als echte gidsen op je weg vindt, betrouwbare wegwijzers. Eenmaal een ander mens aan het worden, groeit vertrouwen in je eigen diepste verlangen.

En dat vertrouwen heb je hard nodig. Want voor ieder mens voert de weg van Kerstmis naar Goede Vrijdag en dan, goddank, Pasen!

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie