De smaken van het verlangen

Lezingen: Jesaja 66,10-13 en Lucas 10,1-11.16-20

Ik kan me niet voorstellen dat je kunt leven zonder te geloven. Ik weet natuurlijk dat er wel mensen zijn die niets van welk geloof dan ook moeten hebben. Maar het valt me op dat atheïsten nog meer over geloof en god praten dan gelovige mensen. Ook die irritante reclame van het humanistisch verbond: “Gelooft u ook in het leven vóór de dood?” gaat eigenlijk meer over het geloof dan over het niet-geloven. Alleen blijken ze wel een heel raar beeld van gelovig-zijn voor ogen te hebben. Alsof gelovige mensen, alsof ‘wij’ niet in het hier en nu leven maar alleen in het hiernamaals.

Elke keer als ik dat spotje hoor, denk ik twee dingen: ten eerste, heb het over jezelf en niet over anderen! En ten tweede, als je het over gelovigen wilt hebben, doe dan eerst je huiswerk! Het verschil tussen gelovig zijn en niet gelovig zijn is niet dat de één in het hier en nu leeft en de ander in het hiernamaals. Het verschil is dat de een met een verlangen leeft en de ander misschien niet… Maar hier aarzel ik even, want ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat iemand geen verlangen zou hebben.

Het verlangen zoals Jesaja dat in prachtige beeldtaal heeft uitgedrukt: dat je thuiskomt in Jeruzalem. En Jeruzalem is dan niet die aardse stad met een college van B&W, maar het is het hemelse Jeruzalem of ook de plek hier op aarde waar mensen in vrede en volmaaktheid samen wonen. Waar je thuiskomt, tot je bestemming komt, waar het veilig voelt als op de schoot van je moeder, en waar je gekoesterd wordt, op de heup gedragen. Vrede stroomt er als een rivier en rijkdom als een overlopende beek.

Misschien zou je dat nooit zo onder woorden brengen, misschien zou je er heel andere woorden voor kiezen; maar ik kan me niet voorstellen dat je door het leven gaat zónder zo een soort verlangen. Misschien ligt het allemaal veel dichter bij, dat je gezond mag blijven, dat je van iemand mag houden en de ander van jou, dat je geluk mag ervaren. Ik kan me niet voorstellen dat je dat niet hebt. Misschien is het ook daarom dat ik juist ook met atheïsten geloofsgesprekken heb.

Waar veel mensen wel moeite mee hebben, en dat hebben ‘wij’ ook, dat is als het geloof vastgelegd en dichtgetimmerd wordt. Het Geloof met hoofdletter. Natuurlijk moet dat wat je met elkaar gelooft ook eens in dogma’s gevat worden, maar als dogma’s niet bespreekbaar blijven dan wordt geloof star en beknellend.

Daarom krijg je bij het lezen van ons evangelie misschien ook een beetje een huiverig gevoel. We gaan lekker missioneren, “de oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig.” Dus, hup, de schouders eronder.

Mathias Smalbrugge, predikant en filosoof, schreef een aantal jaren geleden een essay waarin hij stelde, dat het de kracht van het christendom is dat het zich constant zelf kritisch onder de loep kan nemen en dat het zich constant zelf kan vernieuwen om relevant te blijven. Dat betekent niet dat we de boodschap veranderen, maar dat betekent dat we telkens weer opnieuw de boodschap zo weten te vertalen dat mensen van vandaag de dag er iets mee kunnen.

Ik denk dat Jezus dat voor ogen heeft: Neem niets mee, geen geldbuidel, geen reistas, geen sandalen en ook geen dogma’s. En kom vooral niet met: het moet precies zus en het moet precies zo; deze liederen wel en Oosterhuis-liederen niet; dit tafelgebed wel en dat tafelgebed niet. Maar, zegt Jezus: “Als jullie een huis binnengaan, eet en drink wat men je aanbiedt.”

Hij stuurt de leerlingen niet uit om het Geloof met hoofdletters te brengen, maar hij stuurt ze uit om met de mensen het verlangen te delen. Het verlangen naar “vrede voor dit huis,” en het verlangen naar “het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.” En verder: “blijf dan in dat huis,” en nogmaals zegt hij “eet dan wat je wordt voorgezet.” Met andere woorden: in elk huis zal het koninkrijk wel eens anders kunnen smaken, misschien zelfs heel anders dan jij het je hebt voorgesteld. Deel dit dan en laat het je smaken.

En ze keren uiteindelijk helemaal opgetogen terug, verbaasd en verrast dat geloven zoveel geuren, kleuren en smaken kan hebben. Dat wat ze bij vertrek nog als demonen hebben gezien, dat mensen namelijk eens een heel andere invulling aan het koninkrijk zouden kunnen geven, deze demonen zijn poeslief geworden. En ook de demonen in hun eigen hoofden, namelijk: eigenlijk moet het toch op die ene bepaalde manier, ook die demonen hebben zich helemaal gewonnen gegeven.

Heb verlangen, zei Franck Ploum afgelopen week op onze Boskapeldag. Heb verlangen maar geen heimwee. Geen heimwee naar de manier van doen, de teksten en liederen die ooit zo goed voelden. Maar blijf verlangen en zoek daar steeds nieuwe vormen bij die bij deze tijd passen, en die ook bij jou passen, want jij verandert tenslotte ook. En Monique Samuel riep: kom uit voor dat verlangen, ga ervoor staan. En uit alle bijdragen van deze dag was te horen: deel je verlangen, niet je dogma’s, zing van je verlangen en blijf het koesteren in je hart. Dan heeft de kerk en dan heeft ook de Boskapel toekomst.

Laten we het verlangen met elkaar blijven delen. En laten we elkaar blijven verrassen met zoveel smaken.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie