De afstamming van Jezus: nieuwe versie van een oud motief

Lezing: Matteus 1,18-25.

Stamboomonderzoek is weer ‘in’. Het blijft interessant om na te gaan wie je overgrootouders, betovergrootouders en hun nazaten waren, al diegenen met wie je verbonden bent als loten aan dezelfde stam. Elk mens leeft immers in een verhaal dat al voor zijn geboorte is geschreven. Geboren worden betekent: deel uitmaken van de geschiedenis. Als mens ben je ook altijd ‘kind–van’. Matteüs begint zijn evangelie dan ook met een geslachtslijst van Jezus. Het is echter geen gewone stamboom. Daarbij kijk je terug op de vaders van de zonen, de grootvaders enzovoort. Matteüs kijkt vooruit. Zijn blik is toekomstgericht.

Hij schrijft zijn evangelie zo’n 10 jaar na dat van Marcus, omstreeks het jaar 80. Matteüs heeft geen historische interesse maar eigenlijk voornamelijk theologische motieven voor de constructie van de stamboom. Zijn belangrijkste doel is: Jezus presenteren als de lang voorzegde Messias ‘de gezalfde van God’.

In de stamboom van Jezus zijn onvruchtbare aartsmoeders aanwezig en vrouwen aan wie onrecht was gedaan. Het is bijzonder dat de vrouwen genoemd worden, want de man was de drager van de voortplanting, de man was de potente figuur in de toenmalige Oosterse cultuur. De vrouw alleen maar de ontvangende, Zij droeg zelf, dacht men toen, niets bij aan de verwekking van het kind. En er is nog iets bijzonders: al die vier vrouwen zijn op een of andere wijze typen, symbolen van godsonmogelijkheid:

Tamar was een zogenoemde deerne, Rachab een prostituee en Ruth en de vrouw van Uria waren vreemdelingen. Ze zijn typen waarvan je niet verwacht dat er iets bijzonders mee kan gebeuren, ze worden letterlijk met de nek aangekeken. Toch worden zij de sleutelfiguren: deze onvruchtbaren worden de aartsmoeders die alleen door Gods genade zwanger worden en een zoon baren. De man wordt telkens opzij geschoven en deze vrouwen blijken dan de garantie dat de geschiedenis, die levensloop door kan gaan, tegen de mannen in en boven de mannen uit. Het verhaal van God met mensen gaat dus niet uit eigen kracht telkens door.

Daar, waar geen mens meer op nieuw nageslacht kan rekenen, daar waar de geschiedenis van Israël dreigt stil te blijven staan, breekt de Geest van God door en brengt nieuw leven.

Er loopt als het ware een rode draad van geboortes uit onvruchtbare vrouwen door de hele bijbel. Bekende voorbeelden zijn: Sara, die op hoge leeftijd zwanger wordt van Isaac en in het N.T. de geboorte van Johannes uit de eveneens bejaarde Elisabeth. Zo beelden die verhalen Israëls geloof uit dat het heil geheel en al van gene zijde komt en dat de Eeuwige leven brengt door de ogenschijnlijke dood heen. De aankondiging van Jezus geboorte is hiermee een nieuwe versie van een oud motief.

Matteüs kan er niet omheen: nu de tijd van de Messias aanbreekt moet daar ook een wonderbare geboorte aan vooraf gaan. Alleen zo kan hij uitbeelden hoe mensen Jezus hebben ervaren: als een geschenk uit de hemel, een mens in wie het aangezicht van God zichtbaar werd. In de hellenistische cultuur van die dagen werd dikwijls van keizers, koningen en andere heldengestalten verteld dat ze uit een maagd geboren zouden worden, door de godheid verwekt. Matteüs kiest hier ook voor: in zijn evangelie zal Jezus uit een maagd geboren worden en zal niet Jozef maar de Eeuwige de verwekker zijn. Jezus, zoon van Abraham, zoon van David, zal ook zoon van God zijn. Was hij niet sprekend zijn Vader? Het Godsonmogelijke voor mensen zal hier geschieden.

Jozef kan deze omgekeerde nieuwe wereld van God eigenlijk niet verwerken: hij zelf buiten spel gezet en zijn vrouw voor hem uit in potentie en scheppingskracht, bevrucht door de Eeuwige. Omdat hij een rechtschapen mens was, een ‘gerechte’ staat er, besloot hij geen gebruik te maken van zijn recht, toen, om de relatie in het openbaar ongedaan te maken en zijn vrouw aan te klagen wegens overspel. Liever zegt hij dan maar niets Maria en hij zullen in stilte uit elkaar gaan. Nee, dat zullen ze niet. Dit kind moet geboren worden in het huis van David. God geeft het zijn beminden in de slaap. Zie, de engel des Heren verscheen Jozef in een droom. De engel is in de Schrift altijd een stijlfiguur voor God. De Eeuwige zelf komt dus tot Jozef. In zijn droom moet Jozef iets hebben ervaren dat groter is dan hijzelf Hij wist zich verbonden met een omgekeerde werkelijkheid. Dat maakt Jozef uniek.

We mogen zijn droom gerust een mystieke ervaring noemen. Hij is een man die intens luisterde. Door zijn ontvankelijkheid en gevoel voor het mystieke liet hij zich raken door wat via de droom van Godswege in zijn hart werd gelegd. Hij beschouwde het leven en de toekomst niet alleen maar als maakbaar. God is er ook nog.

“Jozef, zoon van David, wees niet bang om je vrouw Maria bij je te nemen want wat bij haar tot leven is gewekt, is van de heilige Geest. Zij zal een zoon baren en jij zult zijn naam roepen: Jezus: God redt.” Dit nu is Gods taal. Wees niet bang om van potente man iemand te worden die ontvangt en durft te ontvangen. Keer je leven om en wees niet bang om het Godsonmogelijke toe te laten. De Eeuwige heeft zich over Jozef ontfermd zoals een vader over zijn kind. En Jozef opgestaan uit de slaap, keert om, zoals zo velen dat na hem zullen doen: de vrouwen bij het graf, de Emmausgangers, Paulus op weg naar Damascus.

Jozef ontfermt zich over het kind en zijn moeder. Hij roept de naam van het kind en hiermee kiest hij ervoor om zijn vader te zijn.

Ook anno 2013 blijven mensen geloven in het in mensenogen onmogelijke. Ze keren om omdat ze zich ten diepste verbonden weten met een God, die een God van mensen is, de dragende kracht in hun leven.

Ze keren om:

  • na een diepe identiteitscrisis
  • na een ingrijpend rouwproces
  • na een mislukte relatie
  • na een periode van eenzaamheid
  • na groot verdriet
  • na een depressie

Wees niet bang om het in mensenogen onmogelijke toe te laten. Wat aan Jozef gebeurde, gebeurt ook aan ons. Wij delen in diezelfde droom waarin de Eeuwige zegt:

Alles wat in je leven opnieuw tot leven wordt gewekt is van de heilige Geest.

Wat de Eeuwige in je is begonnen zal Hij voltooien. Als je stil bent en intens luistert versta je jouw dromen wel. Het vraagt een groot vertrouwen om te beseffen dat je jouw leven maar beperkt kunt sturen en dat je toekomst uiteindelijk in de handen van God ligt.

Soms heb je daarbij engelen van mensen nodig die je bij de hand nemen als je om wilt keren, die een arm om je heen slaan om je te helpen dat fundamentele vertrouwen vast te houden: Het vertrouwen in Immanuel: God met ons.

Misschien ben je zelf zo’n engel.

Geïnspireerd door:
Nico ter Linden: Het verhaal gaat
Liturgische katernen van de Stichting Midden onder U.

Maria Schröder

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie