Dat is toch de zoon van Jozef?

Lezing: Lucas 4, 21-30

In de middeleeuwen moesten de handwerksgezellen die meester wilden woorden verplicht van huis. Als je je basisopleiding had afgerond en je wilde doorleren dan hadden de gilden in hun reglement bepaald dat je moest gaan rondtrekken. Zo ontstonden hele migratiestromen van handwerksgezellen die van stad tot stad trokken om bij telkens weer andere meesters in dienst te treden. Soms was het zelfs zo dat je tijdens deze leerjaren niet eens in de buurt mocht komen van de plaats waar je vandaan kwam.

Je hebt dan ook heel veel volksliederen uit die tijd over handwerksgezellen die hun meisje moeten achterlaten. Liederen waarin ‘hij’ weg moet en ‘zij’ belooft om te wachten, of klaagliederen omdat ‘hij’ toch niet meer terugkomt, of omdat ‘zij’ intussen een ander heeft. —

Deze leerjaren waren voor de rondtrekkende handwerksgezellen natuurlijk een goede gelegenheid om eindelijk eens te ontsnappen aan de benauwende sociale controle thuis; en vooral om te ontsnappen aan het beeld dat je dorps- of stadgenoten van je hadden en aan de pikorde thuis.

“Dat is toch de zoon van Josef?” roepen ze in Nazareth. En daarin klinkt op het eerste gezicht nog bewondering. Dat toch zo’n timmermanszoon zulke wijze woorden kan spreken. Maar gaandeweg slaat het bewonderende “dat is toch de zoon van Josef” om in een afkeurend “dat is toch de zoon van Josef”. Wat verbeeldt hij zich, komt die snotneus ons de les lezen?

Misschien was het dit verhaal wat de middeleeuwse gilden inspireerde om deze regels in te stellen. Natuurlijk ging het er in eerste instantie om dat je dingen leerde die je thuis niet kon leren, maar na drie jaar rondtrekken kwam je ook terug met een heleboel andere ideeën. Je blik werd wijder, je had andere culturen meegemaakt, misschien een andere taal geleerd. En daardoor was je niet meer alleen de zoon van de timmerman, maar je was een heel eigen persoon geworden, met nieuwe vakkennis en met nieuwe denkbeelden.

Misschien begint Jezus hier aan zijn leerjaren. Of laat ik het anders zeggen: hier begint het christendom aan zijn leerjaren. Ik durf zelfs te zeggen, als zijn stadsgenoten hem toen niet de stad hadden uit gejaagd dan zaten we vanochtend hier niet bij elkaar. Stel dat de mensen in de synagoge bij hun bewondering waren gebleven, dan was Jezus waarschijnlijk hun rabbi geworden, maar dan was de boodschap van Jezus niet verder gekomen dan de ‘rand van de berg’ waarop Nazareth gebouwd was.

Sowieso zat het geloof in die tijd een beetje op een doodlopende weg. In de begintijd, toen de stammen van Israël nog als nomaden rondtrokken, droegen ze de stenen tafels met de Tien Geboden met zich mee. Toen was het geloof, toen was God nog letterlijk in beweging. Later, toen de stammen steeds meer gesetteld raakten werd in Jeruzalem een prachtige tempel gebouwd, waar de Heilige Schriften op een waardige plek bewaard konden worden. Maar dit had wel als bijwerking dat ook de ideeën over God veranderden. Hij was nu niet meer God die met je meetrok, maar hij zat vast in de tempel. Net als de mensen in de synagoge vastzaten in hun vooroordelen. “Dat is toch de zoon van Jozef?” schoenmaker blijf bij je leest, timmerman bemoei je niet met andere dingen.

Zoals God opgesloten zat in de tempel, zo zat ook het geloof opgesloten in ‘zoals het hoorde’ en in ‘zo hebben we het altijd gedaan’.

Maar nu jagen ze Jezus de stad uit, en sturen ze hem de wereld in. Op die manier komt God weer in beweging. Jezus gaat op weg, hij zal leerlingen krijgen uit verschillende plaatsen en van allerlei rangen en standen. En vooral, er zullen zich niet alleen joden bij hem aansluiten, maar ook zogenaamde heidenen, mensen die de Griekse goden vereerden, of de Romeinse goden. Ook onze evangelist Lucas zelf was waarschijnlijk Griek, in ieder geval lijkt hij zijn evangelie vooral voor niet-Joodse lezers geschreven te hebben.

Hier wordt dus de wortel gelegd daarvoor dat het geloof dat door Jezus uitgedragen wordt zich kan ontwikkelen tot een wereldgodsdienst. En als we er wat meer inhoudelijk naar kijken, dan komt God, die opgesloten zat in de tempel en in een instituut van hogepriesters en schriftgeleerden, weer in beweging. En zoals Jezus vanaf dat moment rond gaat trekken, zo komt God weer naar zijn mensen toe.

En vooral zal Jezus die ene zin onthouden die ze hem in de synagoge toebijten: “dat is toch de zoon van Josef”. — Ja, ook de zoon van een timmerman kan een profeet zijn. God spreekt niet alleen door hoogwaardigheidsbekleders, maar hij spreekt door mensen van hoog tot laag. Hij spreekt ook door jou.

Hadden ze dat maar geweten, de mensen in Nazareth. Op deze sabbat in de synagoge komt God opnieuw in beweging over landsgrenzen en cultuurgrenzen heen. Maar hij komt vooral in beweging naar zijn mensen toe. Zo is hij ons “onverwacht dichtbij”.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie