Ben je van de vragen?

Lezing: Matteus 3, 1-12

Ben jij van de vragen? Of ben jij van ‘het is zoals het is’? Voor de adventstijd hebben we als thema dit jaar een stel vragen gekozen: Hoe lang nog? Waar? Waarom? Wie? Die komen uit een stukje van het kerstoratorium Nieuw Begin van Huub Oosterhuis. En het zijn vragen die over elkaar heen buitelen. Hoe lang nog? Waar? Waarom? Wie? en het lijkt alsof je daar nog heel veel meer vragen aan toe zou kunnen voegen. Alsof je eigenlijk niet zo goed weet wat je moet vragen, en je strooit dan maar zoveel mogelijk vragen in het rond in de hoop dat het ergens wel een antwoord oplevert. —

Heel veel vragen die eigenlijk allemaal voortkomen uit één verlangen, namelijk: dat dit hier niet alles is. Of zoals Jesaja dat beschrijft: dat ‘een wolf zich neerlegt naast een lam,’ dat ‘een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang’ en ‘niemand doet kwaad, niemand sticht onheil.’ Het verlangen waarmee ook Johannes de Doper de woestijn is in getrokken.

Ben jij van de vragen? Of ben jij van ‘het is zoals het is’? Ik vermoed maar dat je van de vragen bent, anders was je vanochtend waarschijnlijk niet hier. Dat je iemand bent die, ook al weet je niet zo goed wát je moet vragen, toch een vermoeden heeft, dat je een verlangen hebt. Het verlangen dat dat ene kaarsje op de adventskrans twee worden, en dat hun licht het begin moge zijn van een groot licht dat uiteindelijk de hele wereld zal verlichten.

Als je iemand bent van ‘het is zoals het is’ dan zie je in dit kaarsje niet meer dan een natuurkundig proces van brandend kaarsvet, een beetje overbodig ook, want we hebben hier tenslotte lampen aan die zoveel meer licht geven dan dat kaarsje. — Ik denk dat de farizeeën en sadduceeën er daarom zo flink van langs krijgen. ‘Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent. Denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader.’ De farizeeën zijn namelijk niet van de vragen, zij zijn van ‘het is zoals het is.’

Van het verlangen hebben zij gestolde antwoorden gemaakt. Het verlangen wat we in onze eerste lezing gehoord hebben: ‘uit de stronk van Isaï schiet een telg op, de geest van de Heer zal op hem rusten. Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel; met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen.’ Dat is het oeroude verlangen van het volk Israël, dat ooit de redder geboren wordt en dat onze wereld eindelijk het beloofde land wordt.

Maar de farizeeën hebben van dit verlangen een juridische redenering gemaakt: ‘Wij hebben Abraham als vader.’ Abraham werd door God uitverkoren om de stamvader te worden van het uitverkoren volk. En Isaï uit onze eerste lezing was een afstammeling van Abraham en de vader van koning David. En David is weer de over-overgrootvader van Jezus. Jezus is dus die telg uit de ‘stronk van Isaï’. Maar zover zijn we nog niet. — Wat de farizeeën ervan gemaakt hebben is het volgende: Wij horen qua geboorte bij het uitverkoren volk. Je kan er onze stamboom op napluizen en dan zal je vaststellen dat we ‘Abraham als vader’ hebben. Tja, het is zoals het is; we zijn familie van Abraham, en die ‘telg uit de stronk van Isaï,’ dat zijn we dus ook. —

Johannes de Doper moet er niet aan denken. Een stel paragrafenridders, is dat nou waar we naar uitzien? Liever kan God nog uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken. Het gaat er niet om dat je biologisch of juridisch bij het volk van God hoort, maar dat je erbij hoort omdat je met elkaar het verlangen deelt. Dat je in plaats van gestolde antwoorden vol zit met vragen: hoe lang nog? waar? waarom? wie? En dat je ernaar uitziet dat de antwoorden groter zullen zijn dan alle vragen die je maar kunt verzinnen.

Ben jij van de vragen? Of ben jij van ‘het is zoals het is’? Dat is de vraag die Johannes aan de mensen stelt. Ze zijn Johannes gevolgd naar de woestijn, ver af van de veilige bebouwde kom. En daar staan ze nu in dit onvruchtbare land waar je alleen nog maar sprinkhanen vindt en wilde honing. En nu vraagt Johannes: blijf je veilig op de oever staan, weliswaar in de dorre woestijn, maar dan weet je tenminste wat je hebt? Of durf je het aan om in het water te springen. Blijf je liever hangen in alsmaar dezelfde dorre en gestolde verhoudingen? Of dompel je je onder in het water en verlang je ernaar dat door dit water ook ons leven weer tot vruchtbaar land moge worden?

Ben je van ‘het is zoals het is’ of ben je ‘van de vragen’? — ook al kom je woorden tekort en blijf je maar stamelen: Hoe lang nog? Waar? Waarom? Wie?…

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie