Als de zon in de lente

Lezingen: Maleachi 3,19-20 en Lucas 21,5-19

Van de week werd steeds meer duidelijk wat voor ravage de tyfoon Haiyan op de Filipijnen heeft aangericht. Het aantal slachtoffers schoot omhoog, en het duurde dagen voor dat er enig overzicht was. — Bij dit soort rampen kan je erop wachten totdat je de eerste keer hoort zeggen: “Dit is een oordeel van God” of “Dit is een straf van God.” Je zult zien: nu duurt het niet meer lang, dit is het begin van het einde, nu zal de wereld vergaan. God is het zat, hij maakt er een einde aan.

Misschien spreken wij liever over God in termen van God is liefde, of God is barmhartig, zorgzaam en dichtbij. Maar als je zo’n storm meemaakt als op de Filipijnen, of als je in je leven zo’n storm moet meemaken, dan kan het zomaar gebeuren dat je je best kunt vinden in dit soort gedachtes.

Dit soort eindtijdverhalen kom je in alle godsdiensten tegen, en ik denk dat zij allemaal geboren zijn uit de ervaringen waarin je leven en de hele wereld om je heen letterlijk en figuurlijk weggevaagd worden. Zij zijn geboren uit de tsunami’s, aardbevingen en wervelstormen van het leven.

En Jezus noemt er een aantal van: valse profeten, leiders die zich opwerpen als de grote redders en die de mensen uiteindelijk de afgrond in meesleuren; oorlogen die je alles ontnemen, je dierbaren, maar ook je geloof in het goede. Hij noemt ook de natuurrampen die letterlijk de grond onder jouw voeten wegslaan: aardbevingen, hongersnoden en epidemieën. En hij noemt de rampen wanneer mensen elkaar de grond onder de voeten wegslaan: verraad, valse getuigenissen, misbruik van vertrouwen. Ouders die je uitleveren, broers en verwanten die je laten vallen, niemand meer die je kan vertrouwen.

Als je zo door alles en iedereen verlaten bent, als alles wat je vastpakt tussen je vingers verbrokkelt, waar moet je het dan nog zoeken? Dan zeggen de eindtijdverhalen: houd toch maar vol, want wat je nu overkomt, dat zijn allemaal tekens van dat het goed komt. Je zult zien, alle ellende die je nu moet doorstaan is slechts de voorbode van de heerlijkheid die zal volgen. “Geen haar op je hoofd zal verloren gaan.”

Van de week had ik een gesprek met een jong stel die in de afgelopen jaren heel wat meegemaakt hadden. Ze zijn er goed doorheen gekomen, en toen ik ze vroeg hoe zij dat gedaan hadden, vertelden ze dat zij bij elke tegenslag telkens weer zijn gaan kijken “Wat is er nog?” Die tegenslag kan toch niet het enige zijn, zijn er daarnaast niet ook zegeningen die we mogen tellen; al is het er maar eentje? En als de weg die we willen gaan niet voor ons bestemd blijkt te zijn, is er dan wellicht een andere bestemming voor ons? – Toen ze dat zo vertelden, vonden ze dat eigenlijk een beetje zweverig klinken. Nee, zei ik, dat is helemaal niet zweverig, dat noemen wij geloof.

Dat alle ellende die je kan overkomen uiteindelijk nooit groter zal zijn dan wat God voor jou aan goeds in petto heeft. Dat om met Maleachi te spreken, ondanks alles voor jou de zon “stralend zal opgaan, de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt. Huppelend als kalveren die op stal hebben gestaan zullen jullie naar buiten komen.”

God wil dat, hoe streng de winter ook wordt, het leven je toelacht ‘als de zon in de lente’. Dát is de bedoeling van al die eindtijdverhalen.

Nu wordt van die verhalen, ook al in de bijbel, vaak genoeg misbruik gemaakt. Ze worden namelijk zo geduid dat al die rampen en alle ellende door God gestuurd zouden zijn. Dat God je dus expres in de ellende stort en je allerlei ziektes en pijn laat ondergaan. – Mensen die dat zeggen, dat zijn nou de valse profeten die Jezus hier bedoelt. Natuurlijk kan ik me voorstellen dat als je in zo’n tyfoon je huis en al je dierbaren verloren hebt, dat het jou wellicht kracht geeft als je denkt dat God je dit gestuurd heeft. In de zin van dat je van God beter ellende kunt ontvangen dan door God helemaal verlaten te zijn. – “Maar,” zegt Jezus, “Volg hen niet!” Volg deze gedachten niet, en volg vooral de mensen niet die dat beweren. God stuurt je geen ellende, maar hij haalt je er wel doorheen.

Dan mogen nu de bladeren vallen, maar ergens worden alweer de knoppen bereid die van het voorjaar nieuw leven zullen voortbrengen. We staan in deze tijd van het jaar stil bij onze sterfelijkheid en eindigheid, maar over twee weken beginnen we alweer aan de adventstijd, beginnen we alweer onze zegeningen te tellen. De dagen worden korter en de zon verliest aan kracht, maar het is onze bestemming dat het licht over ons straalt ‘als de zon in de lente’.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie