Witte Donderdag 2012: Over-leven en door-leven

Lezing: Het laatste avondmaal (vertaling van Huub Oosterhuis van Lucas 22,1-38)

Welkom allemaal bij deze bijzondere avond op de Witte Donderdag. We gedenken hoe Jezus daags voor zijn lijden en sterven voor de laatste keer dus, Pascha viert met zijn leerlingen — het joodse paasfeest waarin de bevrijding uit de onderdrukking en slavernij wordt herdacht.

Jezus heeft dit paasfeest geïntensiveerd en die bevrijding ook betrokken op zichzelf door zichzelf te geven in brood en wijn. Allereerst neemt hij tijdens de maaltijd een bak water en gaat de voeten van zijn leerlingen wassen, het werk van een slaaf. Nog één keer wil hij hun duidelijk maken dat er geen belangrijke en onbelangrijke mensen zijn, geen heersers en knechten.

Ook in het breken van het brood en het laten drinken uit de beker wil hij zeggen: “Ik geef mijzelf onvoorwaardelijk; ik wil er helemaal zijn voor jullie.”

“Ik heb jullie het voorbeeld gegeven’, zegt hij daarna, “doe zoals ik voor jullie gedaan heb.” Ook aan deze viering hebben we het thema “doorleven – overleven” meegegeven. Jezus ging zijn lijden niet uit de weg, hij doorleefde het en gaf zich over aan wat sterker was dan hijzelf.

Overweging

Degenen onder ons die meehelpen met het uitreiken van de Communie vragen weleens aan Ekkehard of aan mij: “Wat moeten we zeggen bij het uitdelen?” Eigenlijk staat de formule vast: “Lichaam van Christus” of “Lichaam en Bloed van Christus”. Maar sommigen vinden die formulering te massief, en zeggen liever: “Brood van leven” of “Brood voor onderweg”. Sommigen onder ons die de Communie ontvangen, vinden dat verwarrend: de een zegt dit, de ander dat…. En wát ontvangen we nu eigenlijk? Is het brood Christus zelf, of verwijst het alleen naar hem? Het lijkt me goed om daar vanavond , op Witte Donderdag, nog eens op in te gaan.

Vroeger, toen ik mijn Eerste Communie deed, leerden we dat in de hostie Christus zelf zat, zij het op onstoffelijke wijze. Het was dus niet zo, zoals wij als kinderen dachten, dat je niet op de hostie mocht bijten, omdat je anders Jezus pijn deed! Maar wel was het zo dat we heel statisch dachten over het Sacrament van de Eucharistie, zoals we dat deden met alle sacramenten. Het waren een soort pakketjes die je verzekerden van de aanwezigheid van God, van Jezus en van de Heilige Geest bij een scharniermoment in je leven. Zo leek de Heilige Hostie een soort pakketje waarin Jezus zat. Vlak voor de Communie bad de priester: “Moge het nuttigen van uw lichaam mij beschermen naar ziel en lichaam en een heilzaam geneesmiddel voor mij worden.” Communie als zelfheiliging.

Langzaam maar zeker is dit statisch denken over de sacramenten als pakketjes waarmee je iets van God in handen zou hebben, veranderd in een dynamisch denken. Sacramenten markeren een belangrijk moment op je levensweg; God is daarbij en belooft met je mee te gaan. “Ik zal er zijn” is zijn naam.

Dat is de switch die we hebben gemaakt vanaf de jaren 60 van de afgelopen eeuw. Was deze dynamische opvatting iets volkomen nieuws? Nee, helemaal niet. Het was eerder een teruggrijpen naar de oorspronkelijke opvatting van de sacramenten. Het is met sacramenten gegaan als met een beeld of schilderij dat steeds maar weer wordt overgeschilderd. Kenners ontdekken dat de kunstenaar het zo niet bedoeld heeft, en door het beeld of schilderij te ontdoen van al die verflagen, komt het weer even fris tevoorschijn als het in oorsprong bedoeld was.

Het zijn de theologen en de bisschoppen van het Tweede Vaticaans Concilie geweest die de sacramenten van al die niet ter zake doende lagen hebben ontdaan. En wat de Eucharistie betreft kwamen ze uit bij de oorspronkelijke leer van met name Paulus en van Augustinus. Hun centrale gedachte is dat wij als Kerk, als volk van God, samen het lichaam van Christus opbouwen. Augustinus zegt het heel scherp: “Wat jullie daar op het altaar zien, brood en wijn van de Eucharistie, dat zijn jullie zelf!” Hij zegt dus niet: “Wat jullie daar op het altaar zien, is Christus zelf.”

Augustinus beleeft de Eucharistie als een dynamisch gebeuren. Als we de Eucharistie zo beleven, dan zie je in dat niet wij brood en wijn veranderen in Christus’ lichaam en bloed. Hij is niet ons bezit! Nee, brood en wijn veranderen ons in Christus’ lichaam en bloed! Want als wij “Amen” zeggen op de Eucharistie, dan zeg je volgens Augustinus: “Ja, ik wil lichaam van Christus zijn; ik wil gaan denken met zijn gedachten; ik wil breken en delen als Hij.” Het is een wederzijdse zelfgave: Christus geeft zich aan mij, en ik geef me aan Hem. “Christus leeft in mij en ik in Christus”; dat is weer Paulus.

Lieve mensen, zo ontstaat realis presentia. Zo is Christus werkelijk tegenwoordig. Als we de Eucharistie zó beleven, dynamisch en met het hart, dan slaan we ook een brug tussen de verschillende kerken: katholiek, oudkatholiek, protestant, anglicaans (al claimt onze moederkerk tegenwoordig toch weer het alleenrecht op een geldige Eucharistie).

Maar in de dynamische opvatting gaat het niet meer om de precisie van de woorden (“lichaam van Christus” of “brood van leven”, al vind ik zelf dat de formulering “lichaam van Christus” het beste de intentie van de Eucharistie weergeeft. Het gaat ook niet om de precieze vormen, of wie er nu precies wel of niet te communie mag. Waar het om gaat is de echtheid van het gebaar van breken en delen.

Het gebroken brood wijst op Jezus, die knielend voor de zijnen, het vuil in eigen handen nam. Kniel gerust voor het Heilige sacrament als je daar behoefte aan hebt. Maar kniel vooral neer voor Christus — in de ander — die vraagt om jouw solidariteit. Dat knielen is natuurlijk veel moeilijker, veel minder vrijblijvend.

Dit is mijn getuigenis, niet gebaseerd op latere dogmatiek, wel op vroegchristelijke dynamiek. Het geeft mij ruimte.

Ik kan niet beter afsluiten dan met een tekst van de bevrijdingstheoloog Gutierrez uit Zuid Amerika mdash; Amerikanen weten ook wat het is om te overleven. Ze putten moed uit Christus die oproept tot solidariteit met elkaar.

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie