Vertrouwen

Lezing: Johannes 6, 24-35 (Jezus, het brood dat leven geeft)

Het is goed dat je gekomen bent, mens van hier en vandaar, om je met elkaar te verbinden — allemaal van goede wil — geroepen door de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Elke morgen trek je de gordijnen opnieuw open. Er mag weer geleefd worden! Maar soms voelt dat mogen als een moeten: als neerslachtigheid toeslaat omdat het zo vaak tegenzit.

Waar is die goeie oude tijd gebleven? Je verlangt terug naar vroeger. Je hongert naar geluk. Honger die niet te verzadigen is met eten en drinken. En met terug naar gisteren schieten we niet op. Hoe vinden we dan de weg naar goed en zinvol leven?

De bijbelse verhalen van vandaag laten zien dat het om vertrouwen gaat. Zie wat er iedere dag toch weer voor je is. De Eucharistie is daarvan een teken: het brood dat wij in Jezus’ naam breken en delen, staat voor alles wat wij dagelijks ontvangen.

Overweging

In het revolutionaire jaar 1969, het jaar dat de studentenopstand in Parijs oversloeg naar andere Europese staten, werd op een muur van de TH in Eindhoven de volgende leuze gekalkt: “Gelukkige slaven zijn de grootste vijanden van de vrijheid”.

Dat sluit goed aan bij de Exoduslezing van vandaag. Volgens een oude joodse overlevering bestond de slavernij van de mensen in Egypte niet uit het harde werk en de onmenselijke behandeling, maar wel uit het feit dat velen zich bij hun ellendige lot hadden neergelegd. Zo van: tegen die Egyptenaren kun je toch niet op…

Net zoals wij bijvoorbeeld zeggen: “Verschil tussen arm en rijk zal er altijd wel zijn; oorlogen en conflicten zijn niet uit te bannen; met stille tochten maak je geen einde aan zinloos geweld.” Of leven onder druk: de hypotheek moet op tijd worden betaald; de auto naar de garage; de kinderen willen net zo’n flitsende vakantie als vorig jaar; de agenda staat vol met activiteiten en verplichtingen.

Zo kun je slaaf zijn: van alles wat moet; door je neer te leggen bij het lot: Het leven als een noodlot / een tredmolen; je weet niet hoe er uit te breken, anderen leggen je vast. En toch blijft het ergens knagen. Dit kan toch niet alles wezen? Er moet toch meer mogelijk zijn?

De mensen in Egypte hadden uiteindelijk de oproep om te leven verstaan. Ze hadden van Mozes, hun leraar, begrepen dat de mens niet voorover gebukt in de klei hoeft te blijven ploeteren. Dat hij niet voort hoeft te blijven modderen in het stof waaruit hij genomen is, maar zijn rug mag rechten en zich richten mag op een leven dat naar Gods bestemming geleefd mag worden: in gerechtigheid en vreugde, in nuchterheid en overvloed. Maar de weg naar het beloofde land is lang en niet zonder moeilijkheden. Wie op weg gaat moet weten wat hij wil, en zich verzekeren van de steun van metgezellen die dezelfde richting gekozen hebben.

En zo verlaten ze het land waar mensen in angst klein gehouden worden: stap voor stap op weg… Dwars door het water van de dood, waar een mens zo graag omheen zou lopen…. En dat was nog maar het begin. Want na deze diepgaande beproeving wacht een lange tocht van moeizaam zoeken naar richting en evenwicht.

Niet zonder reden wordt het leven wel vergeleken met een pelgrimage, een altijd onderweg zijn. Gedreven door het besef dat de wereld nog niet is zoals God haar bedoeld heeft. Misschien is dat ook de zin van vakantie vieren: even weg uit de sleur van alledag; even volop tijd om te genieten van het leven. En wie kampeert ervaart iets van de aantrekkelijkheid van het nomadenbestaan: altijd onderweg , vrij en dicht bij een leven dat minder van zichzelf vervreemd lijkt. Wie recreëert is bezig met herschepping.

Ondertussen is het nogal druk geworden in de woestijn van het leven. Hele volksstammen zijn op drift geraakt. We proberen er samen wat van te maken, met alle verschillen die er zijn. Niet alleen in kleur en cultuur, maar ook tussen generaties. Waarheden die ooit als onomstotelijk golden, in kerk en samenleving, zijn klaarblijkelijk relatief geworden. Er zijn er die met brood en spelen mikken op een geriefelijk bestaan, en het verder wel best vinden. Maar er valt ook een enorm en indringend zoeken waar te nemen. Er wordt gestudeerd op andere godsdiensten en geflirt met uitheemse filosofieën en ideeën. Nieuwe leermeesters en de wegen die ze wijzen worden gevolgd. Maar waarheen voeren al die wegen? Valt er uiteindelijk een duidelijke richting waar te nemen in de chaos van snelwegen, straten en paadjes waarlangs mensen hun heil zoeken?

In de woestijn moeten mensen leren vertrouwen. Slechts voor één dag mogen zij het manna verzamelen. Wie het bewaren wil, ontdekt dat de zaak verrot en onbruikbaar wordt. Dat oppotten heeft trouwens ook gevolgen voor je medemens: als jij teveel neemt, krijgt hij te weinig. “De aarde brengt genoeg voort voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht” zei Mahatma Gandhi. En als wij bidden om ons dagelijks brood, dan betekent dat: ‘brood tot morgen’. Het brood wordt ons gegeven… is niet vanzelfsprekend.

Er zijn er die deze weg van vertrouwen en van onderlinge solidariteit domweg te moeilijk vinden. Ze worden er onzeker van. Ze verlangen terug naar het slavenbestaan, naar een leven achter de muur. Een beknot bestaan weliswaar, maar met meer zekerheden. ‘Gelukkige slaven’. Met deze mentaliteit valt geen goede aarde op te bouwen. Voor mensen die echter op zoek zijn naar het echte leven, is vertrouwen een basisvoorwaarde. Vertrouwen in het dagelijkse manna. Vertrouwen dat het mogelijk is leven te vinden in dat wat voor je voeten ligt. Het is mogelijk richting te vinden in dat wat er ondanks alles, toch iedere dag voor je is.

In hun honger naar levenszin zijn er die richting zoeken bij Jezus. Ze hebben van Hem geproefd en dat smaakt naar meer. Hun behoefte moet snel bevredigd worden: tekenen willen ze zien, sensatie meemaken. Een cursus in wonderen, met de garantie van succes; oefeningen mogen ook, maar wel met een direct meetbaar resultaat. Evangelisatie, bewegingen organiseren, events en jongeren beleven een kick, maar of Jezus’ woorden ook beklijven?

Voor hem die zelf zonder vaste verblijfplaats was, zul je op weg moeten zoals het joodse volk toen; door het water heen, om nieuw leven, om hem te vinden, Hem achterna, die ons iedere dag opnieuw uitdaagt licht te maken waar het donker is, leven mogelijk te maken waar het doods is, vreugde te beleven aan wat de schepping zomaar biedt. Wie dat verstaat, gelooft dat Jezus het nieuwe manna is, brood die het antwoord is op de vraag naar het echte leven; het leven waar zoveel mensen naar zoeken.

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie