Sterven als een graankorrel

Lezing: Johannes 12,20-33

Samengeroepen door de levende Christus en in zijn Geest met elkaar verbonden, mogen wij elkaar hier van harte begroeten, in de Boskapel.
Het is de 5e zondag van de Veertigdagentijd, Passiezondag; het begint te spannen op onze tocht naar Pasen. Eerst zullen we nog door het donker heen moeten, zoals een graankorrel pas ontkiemt in de donkere aarde.

Het is zoals Paul de Wit het vorige week zei naar aanleiding van het experiment dat ze in Gent begonnen zijn door Afrikaanse jongeren in huis te halen: “Eerst moesten de oudere medebroeders bereid zijn een beetje dood te gaan, te sterven in hun oude gewoonten; dan pas kon er ruimte komen voor nieuw leven.”

Overleven vraagt dat je afziet van veel dat je dierbaar is. Dat was ook de enige manier waarop we als Boskapelgemeenschap konden doorleven, toen we als eigenaar van dit gebouw huurder werden.

“En zo heeft onze God zich ook gedragen”: Hij ging de weg van alle zaad…

Overweging

Een verhaal uit mijn eigen praktijk uit de tijd dat ik nog werkzaam was in de Villanova parochie:

Hij had niet goed geleefd: zijn vrouw behandeld als een sloof, zijn vrienden verraden. Onverwacht kondigde zich een ongeneeslijke ziekte aan. Hij kwam in opstand: hij was toch de baas in het leven?

Zijn vrouw bleef hem trouw, verpleegde hem zolang zij kon, zocht hem iedere dag op in het ziekenhuis. Daar maakte hij ook kennis met de pastor. Die bewerkte een doorbraak in hem en werd zijn geestelijke leidsman. Het ziekenhuis werd zijn leerhuis: hij leerde er langzamerhand de waarheid kennen van een leven dat ontvangen is en geven, in plaats van overheersen en nemen. En hij huilde, huilde als een klein kind. Ja, hij was geworden als een kind, nu hij de oude mens achter zich had gelaten. Hij zou wel opnieuw geboren willen worden en zei telkens tegen zijn vrouw: “Kon ik mijn leven nog maar eens overdoen!” Van de ene kant was daar het goede gevoel in het reine te zijn met zichzelf en zijn vrouw, maar van de andere kant het schuldige gevoel toch nog te laat te zijn. Zo voelde zijn vrouw het ook aan. Toen ik bij de voorbereiding van zijn uitvaart tegen haar zei: “Op zijn sterfbed is uw man herboren,” kreeg ik als antwoord: “Was hij maar tijdens zijn leven herboren…”

Zoals iemand op zijn sterfbed tot zichzelf en tot anderen kan komen, zo kan het ook dat iemand tijdens zijn leven als een dode is. De man uit het verhaal zou je een levende dode kunnen noemen, omdat hij alleen maar leefde voor zichzelf, omdat hij zichzelf wilde behouden, en het niet aandurfde als een graankorrel in de aarde te vallen, die donkere diepte, om te sterven aan de oude mens. Als getrouwde man kon hij niet tot zich toelaten dat liefde ook lijden met zich meebrengt. Dat je op een gegeven moment ook stoot op grenzen van de ander en van jezelf. Hij vluchtte voor de schaduw in eigen en andermans leven; hij hield zijn masker op om onkwetsbaar en stoer te blijven. Omdat hij de confrontatie niet aandurfde, werd hij zo’n gladde jongen, die zich boven kwetsbare mensen verheft. Zoals de Tanzaniaanse dichter het zegt: “Ik geloof dat ik mijn eigen dood veroorzaak door mijn wijze van leven.”

Maar laten we naar onszelf kijken. Wie van ons vindt het niet moeilijk geconfronteerd te worden met zijn eigen schaduwkanten, zijn eigen grenzen, zijn kwetsbaarheid en dode punten. Als dat gebeurt, bied je aanvankelijk weerstand, omdat je denkt dat ze je van alles willen afnemen. Je wilt jezelf behouden zoals je bent. Het Evangelie van vandaag wil ons echter uit de tent lokken: durf alles wat oud is en versleten achter je te laten; durf te sterven aan je ‘ik’, zodat een nieuw ‘ik’ geboren kan worden. Jezus gaat ons voor. Hij voelt dat zijn uur gekomen is en geëmotioneerd vraagt hij zich af: “Wat moet ik zeggen, Vader redt mij uit dit uur? Maar daarom ben ik juist tot dit uur gekomen.” Ik beluister in deze woorden Jezus’ strijd tussen zelfbehoud en overgave. Zal hij vluchten voor het lijden dat hem te wachten staat? Maar dan zou zijn levensroeping ophouden te bestaan: het Rijk van God te vestigen waarin solidariteit, gerechtigheid en ontferming voor alle mensen — zonder onderscheid — dagelijkse werkelijkheid zouden worden. Pas door zich ten dode toe over te geven aan zijn eenmaal gekozen levenstaak, zal hij vruchtbaar zijn. In de stem uit de hemel (“Ik heb hem verheerlijkt en ik zal hem opnieuw verheerlijken”) wordt ons geopenbaard dat het eindpunt van een rechtvaardige niet verliezen en sterven is, maar leven en vrucht voortbrengen.

“We zijn geboren om te sterven, opdat we voller mogen leven.” zegt de Tanzaniaanse dichter. Ieder van ons heeft zijn eigen levensroeping, dus ieder van ons zal zijn eigen ‘stervens- en geboorteprocessen’ meemaken. De pijn van een huwelijk of andere relatie kan er bijvoorbeeld in bestaan dat je erachter komt dat je partner echt anders is dan jij, of dat je kinderloos blijft. Dingen waarom je niet hebt gevraagd. Is het een oplossing om die pijn te ontvluchten? Of zou het doormaken van de pijn als het rijpen van zaad in de aarde kunnen zijn. Daar sterft het, de korrel scheurt, barst open en nieuw leven ontkiemt. Zo ken ik mensen die hun levenspijn echt met elkáár doorleefd hebben. Dat zijn gerijpte mensen geworden, gelouterd, met meer begrip, niet alleen voor elkaar, maar ook voor anderen. De pijn om de kinderloosheid kun je beter accepteren en je vindt ook andere manieren om vruchtbaar te zijn. Maar het doorleven van de pijn kan ook betekenen dat je de onmacht tot je toelaat, de machteloosheid jouw relatie menswaardig te houden. En dat je de ander en jezelf de vrijheid en de mogelijkheid geeft weer gelukkig te worden. Na veel worsteling kan ook dat een moedige daad zijn.

Ieder van ons heeft het wel eens moeilijk met zijn gekozen levensstaat of levenstaak: als gehuwde of in welke relatie ook, als priester of kloosterling, als alleenstaande, als leraar, als ziekenverzorgster; ja, noem elke staat of taak maar op. Het evangelie kan ons dan leren, dat we niet zozeer hoever te bidden: “Vader, redt ons uit dit uur,” maar eerder: “Geef ons kracht, laat ons groeien en rijpen, door deze situatie heen. Laat ons niet vluchten voor moeilijkheden, maar leer ons trouw te zijn aan anderen, aan onszelf, aan ons geloof. Leid ons, door het donker van de diepe aarde heen, naar het licht, het nieuwe leven van Pasen.”

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie