Levend brood

Lezingen: 1 Koningen 19, 3-8 en Johannes 6, 41-51

Gisterenavond heb ik in Dekkerswald iemand mogen bemoedigen met de ziekenzalving. Hij vertoonde uitdrogingsverschijnselen. Na een operatie kon of wilde hij niet meer eten en drinken. Levenskracht verdwijnt waar mensen geen dagelijks voedsel nemen, of kunnen nemen.

In de lezingen van vandaag gaat het over een ander soort voedsel. Er wordt namelijk gesproken over “Levend brood”. Het gaat over voedsel dat je kracht geeft het leven te leven, ook als je weleens de moed verliest; een geestelijke oppepper! Zoals de zieke die het eten tegenstaat, gisteren toch gevoed werd door bemoedigende woorden en heilzame tekens.

In iedere Eucharistie biedt Jezus zich aan als levend brood, om ons te sterken op onze levensweg.

Overweging

Ik herinner me het nog heel goed: ik zat op de middelbare school en we hadden daar een aardige leraar Engels. Maar hoe het kwam weet ik niet: hij werd altijd gepest door de leerlingen. Als hij binnenkwam bijvoorbeeld dan stampten alle voeten op de houten vloer, zodat horen en zien verging. Ik kon er niet aan meedoen, ik voelde medelijden. Wat was er toch niet goed aan die man? Was hij misschien te aardig, te zacht? Toen het weer een keer gebeurde wilde ik in opstand komen, mijn stem verheffen, het voor hem opnemen. Maar ik durfde niet. Had ik het maar wel gedaan, dan waren er misschien meer geweest!

Jong en oud, ik denk dat we ons allemaal wel van die momenten herinneren waarop we ons geroepen voelden onze stem te verheffen en het voor iemand op te nemen. Op school, op het werk, in kerkelijke of maatschappelijke situaties. Ieder van ons zal wel van die momenten kennen dat je zeker weet: nu ben ik de aangewezen persoon om het onrecht aan te klagen, om de zwakken te beschermen, om op te komen voor menswaardigheid. Zo is het altijd gegaan in de mensengeschiedenis, dus ook in de bijbelse geschiedenis. Daarin worden die mensen profeten genoemd, grote en kleine profeten. Vandaag worden er twee naar voren gehaald: Elia en Jezus van Nazareth.

Elia klaagt het onrecht aan, roept hoog en laag op anders te gaan leven, maar het is tegen dovemansoren gezegd. De machthebber en het volk keren zich tegen hem. Wat moet hij doen? Opgeven, zich bij de feiten neerleggen? Zich aanpassen? Elia loopt weg, de woestijn in, legt zich neer onder een bremstruik: “Laat me hier maar sterven, het haalt toch allemaal niks uit!”

Maar God laat hem niet in de steek, Hij laat hem niet in wanhoop omkomen. Hij geeft een teken, een engel voor onderweg, die hem brood en water aanreikt. Brood zoals het manna in de woestijn, water zoals Mozes uit de rotsen sloeg. Het is mogelijk leven te vinden in dat wat voor je voeten ligt. En zoals het morrende volk van God opstond en verder trok door de woestijn — 40 jaar lang — zo overwint Elia zijn moedeloosheid en zet zijn tocht voort, 40 jaren lang. God heeft hem kracht en voedsel gegeven voor onderweg.

Hij deed dat voor profeten, Hij zal dat ook voor ons doen. Want ook wij willen meebouwen aan een wereld waarin het goed en zinvol leven is: we maken ons er sterk voor, komen in actie. Maar als we geen resultaten zien, hoe lang gaan we dan nog door?

Als op resultaat-gerichte-mensen kunnen we vandaag twee dingen leren:

  • Let op het getal 40. Alles heeft zijn tijd nodig, ook veranderingen en bekeringen. Wij denken vaak teveel in 1-2-3-! Het moet allemaal snel voor elkaar komen. Maar ons uur is niet altijd Gods uur.
    Geduld is nodig en doorzettingsvermogen.
  • En dan ook: Vergeet niet dat je God aan je zijde hebt als je opkomt voor recht, als je in opstand komt tegen onrecht. We hoeven het niet op eigen kracht alleen te doen. Hij is ons voedsel voor onderweg.
    Vindt richting in dat wat er ondanks alles toch iedere dag weer voor je is.
    Zoek bondgenoten met wie je uiteindelijk een goede kracht kunt uitstralen.
    En wees niet bang om, zoals alle grote en kleine profeten, door de beproeving héén te gaan. Het zal je louteren.

Dat wordt ons nog duidelijker in die andere profeet Jezus van Nazareth. Ook Hij heeft de beproeving gekend; 40 dagen en 40 nachten woestijn met alle duivelse verleidingen vandien. Maar Hij kwam er gesterkt weer uit. Ook Hem hebben ze klein willen krijgen door op zijn eenvoudige afkomst te wijzen: “We kennen toch zijn ouders, we weten toch waar Hij vandaan komt. Wat verbeeldt Hij zich wel!” Maar Hij laat zich niet van zijn stuk brengen. Hij zet zijn werk voort, blijft trouw aan zijn roeping.

Johannes noemt Hem, belijdt Hem als brood dat uit de hemel is neergedaald. Hij is als het manna in de woestijn, als het brood dat aan Elia gegeven wordt. Hij is ook de kracht voor de profeten, voor allen die het goede willen. Hij is het brood van leven. Wie ervan eet, zal niet sterven. Hij zal zijn tocht en zijn taak kunnen volbrengen.

Deze woorden over Jezus zijn niet gemakkelijk voor ons mensen. Johannes zegt dat we hem moeten eten. Sommige a-gelovigen drijven weleens de spot met deze woorden. En ja: als je iets wat figuurlijk bedoeld is, letterlijk verstaat, dan sla je die woorden plat en geef je de ander en jezelf geen kans om echt dicht bij de bedoeling ervan te komen. Wat Johannes hier over Jezus zegt, betekent dat hij ons helemaal eigen moet worden. We moeten zijn woorden en dagen telkens opnieuw weer in ons opnemen, verwerken, vlees en bloed laten worden van onszelf. Hij wordt ons niet alleen gegeven als een voorbeeld om na te volgen, maar ook en veel meer als een kracht die ons kan bezielen en sterken.

Of we nu oud zijn of jong, rijk of arm, gezond of ziek, ieder van ons wordt weleens geroepen om profeet te zijn, om op te komen voor recht en vrede op de plek waar jij leeft, werkt, studeert. Ja zelfs als zieke kun je een profeet, een teken van God zijn. Het profetische van een zieke kan hierin bestaan dat hij laat zien dat je het niet alleen op eigen kracht hoeft te doen. Je mag je toevertrouwen aan Gods belofte: “Ik ben met jou.” Een belofte die je mag ervaren in de stilte van je gebed / meditatie; in het vieren van de Eucharistie. Een belofte die concreet wordt in engelen-van-mensen die God op je weg stuurt. Eucharistie — gebed — mensen die je een duwtje geven: dat is ons voedsel voor onderweg

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie