Hoe is het met de bankrekening van je ziel?

Lezing: Marcus 10, 17-22

Hoe is het met je ziel? Of om in de termen van ons verhaal uit Marcus te spreken: hoe is het met de bankrekening van je ziel?

Van de week schreef Jean Jacques Suurmond in Trouw een interessante column. Daar maakte hij onderscheid tussen logos en mythos. Onder logos verstaat hij alles wat logisch is, dus alles wat je met het verstand bedenkt, beredeneert en berekent. En met mythos bedoelt hij de diepere lagen van onze ziel. In onze samenleving, zegt hij, heeft de logos het voor het zeggen. Dus de harde feiten van wetenschap, techniek en economie. De zachte sector van onderwijs, opvoeding, recht, kunst, milieu, religie en spiritualiteit komen er altijd een beetje bekaaid af.

Het begint al in doodgewone vergaderingen. We vinden het veel makkelijker om over 500 euro in de begroting te praten dan over hoe wij in het pastoraat het geestelijk welbevinden van mensen van dienst kunnen zijn. Voor dat laatste moet je veel meer moeite doen, en gelukkig doen we dat ook. Maar het geeft al iets aan. De zogenaamde ‘harde’ feiten zijn ook letterlijk veel grijpbaarder dan de ‘zachte’ elementen.

Ook in ons taalgebruik maken we onbewust verschil tussen ‘harde feiten’ en ‘mythe’. U moet maar kijken hoe vaak het woord ‘mythe’ niet gebruikt wordt om daarmee iets te beschrijven wat niet bestaat of wat niet klopt. Terwijl ‘mythe’ oorspronkelijk betekent: “een waarheid die dieper gaat dan wat je met je logica kunt bevatten”. Die diepere waarheid verliezen we vaak uit het oog. En dan blijft alleen de logos over, de harde kern van wetenschap, techniek en economie.

In het gesprek tussen Jezus en de rijke jongeling gaat het om de bankrekeningen van logos en mythos. Het gaat om de bankrekeningen van zijn verstand en van zijn ziel; het gaat om zijn stoffelijk vermogen en om zijn spiritueel vermogen.

De jongeling komt naar Jezus toe, valt voor hem op zijn knieën en roept: “meester, wat moet ik doen…”

De vraag “wat moet ik doen” is zo’n vraag vanuit de harde sector. Zeg maar wat ik moet doen, en als ik het gedaan heb dan ben ik er, toch? En Jezus heeft hem meteen door, hij weet dat die jongeling gevoelig is voor harde feiten, het is een man van de logos, van de ratio en van de cijfers. En zo antwoordt Jezus ook op de laag van de logos: “U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en moeder.”

Het is trouwens interessant dat Jezus hier alleen de geboden opnoemt die je aan de buitenkant kunt ‘doen’. Hij noemt niet de geboden die vanuit je binnenkant moeten komen: geen andere goden hebben, God niet naar je eigen beeld willen kneden, niet begeren wat van een ander is.

Jezus noemt alleen de logos-kant van het geloof. Misschien zou hij tegenwoordig wel zeggen: “u kent de geboden: ga trouw elke zondag naar de kerk, geen homohuwelijk, gebruik de geldige tafelgebeden, geen hosties in protestantse monden, toon eerbied voor de gewijde priesters… ” Als je het alleen maar bij de logos-kant houdt, als je alleen ziet wat beredeneerbaar en wat afrekenbaar is, dan bloedt je leeg.

“Meester, wat moet ik doen?”; maar onze man van de logos heeft al die doe-geboden natuurlijk al lang allemaal gedaan. Net als op zakelijk gebied heeft hij ook op religieus gebied zijn zaakjes keurig voor elkaar. Daar ligt het niet aan. Wat zoekt hij dan toch bij Jezus?

En Jezus legt de vinger meteen op de zere plek: “Ga naar huis, verkoop alles wat je hebt en geef het geld weg aan de armen.” Met andere woorden: als je bankrekening met al je geld leeg is, en als je bankrekening van de harde feiten leeg is, hoe is het dan met de bankrekening van je ziel? — De man druipt somber en terneergeslagen af. Want het wordt hem akelig duidelijk dat de bankrekening van zijn ziel hartstikke leeg is.

Als je ons verhaal uit het evangelie alleen maar leest door de logos-bril, dan krijg je het idee dat je pas dan een goede gelovige bent als je afziet van alle stoffelijke rijkdom. Maar dan zie je alleen maar wat Jezus hier letterlijk zegt. Maar als je door de mythos-bril kijkt, dan zie je ook wat Jezus hier niet zegt. In mythes gaat het namelijk nooit om het verhaal aan de buitenkant, het gaat altijd om het verhaal erachter, aan de binnenkant. Aan de buitenkant lijkt Jezus het te hebben over de rijkdom van die man. Maar aan de binnenkant gaat het over niets anders dan over zijn armoede. De gapende leegte van zijn ziel.

Jammer dat die man somber en terneergeslagen verdwijnt. Ik zou hem willen uitnodigen bij ons te komen. Niet dat wij het zo goed weten hoe je voor je ziel moet zorgen. En Jezus weet dat blijkbaar ook niet want anders had hij die man niet zomaar laten gaan. Maar ik zou hem toch willen uitnodigen om met elkaar te gaan zoeken. Om elkaar te vragen: hoe is het met je ziel?

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie