Een vruchtbare relatie

Lezingen: 1 Johannes 3,18-24 en Johannes 15,1-8

Verbondenheid, doorgeven wat je samen met moeite hebt verkregen en je lief is geworden; daarover hebben we deze dagen vaak gehoord. Ook vandaag klinkt het door als een kernwoord in beide lezingen van Johannes. Jezus zal afscheid nemen, naar de Vader gaan en op een nieuwe manier toch bij ons blijven. Het beeld van de wijnstok en zijn ranken drukt deze nieuwe verhouding tussen Hem en ons prachtig uit.

Daarom proeven we van de wijn in deze agapè-viering, genoemd naar de vriendenmaaltijd van de eerste christenen. We delen matzes. Brood, oerteken van het gegeven en gedeelde leven. Wijn als levenssap, goddelijke liefde die via de wijnstok doorstroomt naar de ranken en zo vruchten voortbrengt: een vruchtbare relatie. Het kan van alles in je oproepen en losmaken.

Overweging

Wie bent U? Wie ben jij? Het is een vraag die ieder van ons kent. De ander is in je geïnteresseerd en wil zich een beeld vormen. Op het platteland hoorde je dan: ben jij er een van… en dan volgden de namen van je ouders met soms nog een stukje familiegeschiedenis. Vaak klonk er ook een verwachtingspatroon in door. Je ouders kwamen in jou weer tot leven. Er was herkenning. Je was geen vreemde meer. De evangelist Johannes laat in de afscheidsgroet van Jezus aan zijn leerlingen dezelfde vraag aan bod komen: Wie bent U?

Johannes gebruikt graag beelden om te laten zien wie Jezus is. Ze worden de “Ik ben”-beelden genoemd: Ik ben de goede herder, Ik ben de deur, Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Ik ben het brood des levens. De zeven benamingen stammen allemaal uit verhalen uit den beginne, oerverhalen over het verbond tussen God en zijn mensen. Nu, voor de zevende keer, het getal van volkomenheid, gebruikt hij het beeld van de ware wijnstok. Bijzonder is, dat hierbij ook God in de beeldspraak wordt opgenomen. God wordt in het beeld van de wijnstok en de ranken vergeleken met een wijngaardenier die zijn ranken bij snoeit. Dat doet even pijn maar daardoor groeien ze beter en kunnen ze meer vruchten voortbrengen.

Jezus is de wijnstok. God heeft de wijnstok geplant en de volgelingen van Jezus zijn de ranken die de opdracht krijgen vrucht te dragen. Het moet een vruchtbare relatie zijn waarbij de ranken een afspiegeling zijn van de wijnstok. Daaraan zullen ze voor anderen herkenbaar zijn. Vanuit onze oorsprong zijn we dus verbonden met God. “Zonder Mij kun je niets doen” is Jezus’ boodschap. Hiermee nodigt Jezus de leerlingen uit om te denken en te leven vanuit een relatie, vanuit verbondenheid met hem.

Weer herkent de Johannes-gemeente in deze woorden hun eigen situatie. Het was na het jaar 70,de verwoesting van de tempel. De farizeeën deelden in de synagogen de lakens uit en hiermee namen de conflicten met de Johannes-gemeente toe. Het leidde tot excommunicatie en ze voelden zich inmiddels zelf ook niet meer thuis binnen deze synagoge, waar de uitvoering van de regels belangrijker was dan de zachte krachten van de liefdevolle Vader, waarover Jezus gepredikt had. Ze herkennen in hun eigen situatie ook het verhaal van Jezus. Wat ons overkomt is ook Jezus overkomen. Ze horen opnieuw hoe Jezus destijds tegen zijn leerlingen zei: “Laten we met elkaar verbonden blijven, jullie en ik.” Straks ben ik niet meer bij jullie,vergeet mij niet, blijf met mij verbonden.

Verbondenheid. Is het vriendschap? Ja, maar het is meer dan dat. Verbondenheid is een zijn, opgaan in elkaar, jezelf in de ander verliezen en terugvinden. Als wij de ranken zijn aan de wijnstok, dan betekent dat ook, dat onze verbondenheid met God, onlosmakelijk samenhangt met verbondenheid met elkaar. “Liefde heeft twee armen,” zal vele eeuwen later Franciscus van Sales zeggen, “de ene arm legt zich om God, de andere om de naaste.” Vanuit hun geloof in Jezus heeft de Johannes-gemeente dit in praktijk willen brengen maar de wetten in de synagogen vormden telkens een belemmering.

Het verhaal schrijft geschiedenis. Is het ook niet ons verhaal? Wordt het niet herkenbaar in wat kerkmensen nu meemaken? Dit evangelie wordt actueel in het huidige kerkelijke beleid dat leidt tot geloofsgemeenschappen zoals in de Dominicuskerk in Amsterdam en de San Salvatorparochie in den Bosch en de Boskapelgemeenschap. Verhalend en biddend probeert de apostolische Johannes-gemeente Jezus in herinnering te brengen. Brood is hij, licht, wijnstok, de rechte weg, leven, de goede herder. Op zondagmorgen in de Boskapel doen wij hetzelfde. Wanneer de viering voorbij is, begint de praktijk. Want de Ik-ben-namen bij Jezus zijn altijd verbonden met wat hij doet: Hij brengt de naam van God in praktijk. In al deze verhalen is de Messias wat hij geeft: bij de broodverdeling is hij het brood, in Kana de wijn, bij de genezing van een blinde het licht. Hij is wat hij doet en omgekeerd doet hij wat hij is. Jezus is van God. En dat zie je als je er voor openstaat. De Ik-ben-namen zijn werkwoorden. Jezus laat er steeds onmiddellijk op volgen: jullie. Ik ben het brood des levens en jullie moeten je brood delen. Ik ben het licht en jullie moeten licht zijn in duisternis. Ik ben de deur en jullie moeten deze deur openhouden voor elkaar. Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken en moeten sappen putten uit de stam en vruchten dragen. Als je geen sap opneemt verdor je en hang je er maar een beetje bij.

Toch kan het je overkomen. Door alle verwikkelingen in het leven, door de last op je schouders kun je geen deur meer openen en jouw licht staat een tijdje onder de korenmaat, je bent je bezieling kwijtgeraakt. Je wordt niet veroordeeld omdat je tekortschiet, want: “Zelfs als ons hart ons aanklaagt, kunnen we met een gerust hart voor God staan.” God is groter dan ons hart.

Inspiratiebronnen:
Jan Nieuwenhuis, Johannes de Ziener
Liturgiekatern van de stichting Midden onder U

Maria Schröder

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie