Een appelboom planten

Lezingen: Daniël 12, 1-3 en Marcus 13, 24-32

Afgelopen weekend heeft de synode van de Protestantse Kerk besloten om de hel maar niet af te schaffen. Dat klinkt een beetje flauw als ik dat zo zeg, want het kwam natuurlijk niet zomaar. Iemand had namelijk bezwaar aangetekend tegen het feit dat in oude belijdenisgeschriften uitgebreid over de hel gesproken werd en dat deze belijdenisgeschriften officieel nog steeds geldig zijn. En zoals dat bij de protestanten gaat, als iemand van mening is dat de kerk in geloofszaken aan het dwalen is dan wordt dat tot in het hoogste bestuursorgaan uitgezocht. — Daar zou de katholieke kerk nog van kunnen leren.

Nu is het zo dat natuurlijk niemand meer iets met die oude belijdenisgeschriften doet. Maar ze horen wel bij de geschiedenis. En daarom was de synode gelukkig ook wijs genoeg om daar niet aan te sleutelen.

De hel en ook de hemel bestaan trouwens sowieso niet doordat zij ergens op papier vastgelegd zijn. Het is eerder andersom: wij mensen schrijven op wat wij ervaren hebben. Iemand merkte dan ook in een ingezonden brief terecht op, dat als je de hel wilt afschaffen, dan moet je ook de burgeroorlog in Syrië afschaffen en de vluchtelingen, dan moet je ook slopende ziektes afschaffen, enzovoort. Kortom, hoe kan je de hel willen afschaffen terwijl je maar om je heen hoeft te kijken om de hel te zien.

De ervaring door een hel te gaan, gelukkig wie dat niet hoeft mee te maken. Maar je kan er maar zo in terecht komen. De ervaring door een hel te gaan, die ervaring staat in onze lezingen opgeschreven.

Het boek Daniël werd in een tijd geschreven dat de oude joodse godsdienst steeds meer in de verdrukking kwam door wat men toen voor spirituele nieuwlichterij aanzag. Toen kreeg namelijk de Griekse cultuur steeds meer invloed. Griekenland was toen nog een wereldmacht, en net zoals bij ons steeds meer mensen Halloween vieren in plaats van Allerheiligen/Allerzielen, zo kwamen toen de Griekse Goden in zwang. En dat was voor behoudende Joden maar moeilijk te accepteren.

En dan is het wel een troost als iemand tegen jou zegt: je gaat nu door een hel, maar straks zal jij stralen als de sterren aan de hemel, en zullen de anderen “voor eeuwig worden veracht en verafschuwd”. En sterker nog: dat wat je nu als hel ervaart, dat zijn de voorboden van je redding.

En Marcus borduurt op deze lijn voort. Hij tekent een doemscenario met de zon die verduistert, de sterren vallen uit de hemel, en zelfs de maan geeft geen licht meer. —

Aan de ene kant zijn dat beelden die hem ingegeven werden door een geloofsstroming die toen inderdaad verwachtte dat de wereld binnen kort zou vergaan. Jezus, de messias, was weliswaar dood, maar nog binnen de generatie die Jezus meegemaakt heeft zal de wereld ophouden en zal het koninkrijk van God aanbreken. En zo staat het hier ook uitdrukkelijk: “Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren.” Sindsdien zijn we alweer 2000 jaar verder, maar elke keer als er weer natuurrampen plaatsvinden, staan weer mensen op die beweren dat dit nu echt de tekenen zijn van het einde der tijden.

Aan de andere kant schrijft Marcus daarover omdat die beelden verder gaan dan alleen een kosmische natuurramp. Hoe vaak maak je het niet mee dat het donker wordt in je leven, dan schijnt buiten weliswaar de zon, maar je krijgt het niet meer warm. Dan glinsteren weliswaar de sterren aan de hemel, maar jouw leven heeft alle sprankeling verloren. En zelfs nog het laatste zwakke lichtpuntje, niet meer dan de maan in de nacht, blijkt dan geen licht meer te geven. — De hel ligt niet ergens buiten in de eeuwigheid, maar de hel kan zomaar heel dichtbij komen.

Maar dit is niet het einde. Zoals een boom die in de winter dood lijkt, opeens weer leven voortbrengt, zo zit in jouw hel alweer de hemel verborgen. Of zoals Maarten Luther dat zo krachtig zegt: Zelfs al zou ik weten dat de wereld morgen in stukken uiteenvalt, ik zou toch mijn appelboom planten. — Dat is geen goedkope wijsheid in de trant van “elk nadeel heeft z’n voordeel”, maar het gaat erom dat jij je niet door de hel laat beheersen. Dat je wat je in het leven tegenstaat niet groter laat worden dan het is.

Natuurlijk kunnen je tegenslag en je ellende kosmische proporties aannemen. Daarom staat dat ook in de bijbel met zo groot mogelijke beelden beschreven. Maar dat andere is nog groter: Je bent gemaakt voor de hemel, voor het licht, je moet stralen als de zon, je zult sprankelen als de sterren en je bent bedoelt om het licht van God te weerspiegelen zoals de maan het zonlicht weerkaatst. “Zelfs al zou ik weten dat de wereld morgen in stukken uiteenvalt, ik zou toch mijn appelboom planten” — Je kan de hel niet afschaffen, maar je kan wel een appelboompje planten.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie