De tempel, dat zijn wij

Lezing: Johannes 2,13-25

Opruiming in de tempel en opruiming in jezelf. De vastentijd is een goede gelegenheid om eens opruiming te houden. Onnodige ballast wegdoen, scheefgegroeide verhoudingen weer rechtzetten, kijken wat van je oude plannen terecht is gekomen en misschien nieuwe plannen maken.

Sommige mensen vasten ook echt om letterlijk overtollige ballast kwijt te raken; kinderen snoepen misschien niet, en volwassenen laten de chips en de wijn staan. Gewoon even een tijdje iets overbodigs achterwege laten om je weer te bezinnen op wat echt belangrijk is. Misschien heb je je voorgenomen om een langslepende ruzie uit te praten. Misschien ben je aan het kijken of dat wat je doet ook echt is wat je wilt, en wat bij jou past. Zit je wel op de goede plek in je werk, en privé. Ben je daar waar je hoort?

Veertig dagen om met je omgeving en met jezelf weer in balans te komen, veertig dagen om in je leven weer de goede verhoudingen op te zoeken. Veertig dagen opruiming.

Jezus houdt opruiming in de tempel. Het is trouwens de enige keer dat ons verteld wordt dat Jezus boos en driftig wordt. Zelfs aan het kruis blijft hij nog zachtaardig voor de beulen om vergeving bidden. Maar hier, hier is hij echt boos. Hij smijt het geld van de wisselaars op de grond, hij gooit de tafels omver, en met een zweep jaagt hij de handelaren met hun duiven, runderen en schapen de tempel uit. Wegwezen!

Dat is voor ons niet meer voor te stellen. In sommige kerken waar veel toeristen komen heb je weleens een winkeltje, en wij verkopen hier ons magazine of we verkopen kaarten voor de paaswake om geld op te halen voor de vastenactie. En dat is het dan ook zo’n beetje.

Maar in de tijden van Jezus werd in de tempel nog echt geofferd. De mensen kwamen van heinde en ver, dus ze moesten eerst hun buitenlands geld wisselen en vervolgens gingen ze duiven, of een schaap of een rund kopen wat dan geslacht en op het altaar geofferd werd. Wij vinden misschien de drukte in Lourdes al overdreven, maar hier in de tempel was het echt big business. “Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader” roept Jezus, of zoals het vroeger heette, “jullie hebben er een koophuis van gemaakt”.

En die marktwerking en dat kopen maken de verhoudingen scheef. Onze marktwerking in de zorg maakt van de hulpverlening een product en van de patiënt een klant. Er wordt de indruk gewekt dat hulpverlener en patiënt over en weer handel met elkaar kunnen drijven. Maar dat klopt natuurlijk niet. Zorg is per definitie eenrichtingsverkeer. De hulpverlener helpt en de patiënt heeft hulp nodig, de één levert en de ander ontvangt. Dan moet je niet zo doen alsof er ook een beweging andersom gaande is, dat de patiënt iets terug kan doen zodat ook de hulpverlener weer beter wordt.

En op religieus gebied kloppen de verhoudingen dan helemaal niet meer. Van Maarten Luther wordt verteld dat hij als jonge man in een verschrikkelijk onweer terecht was gekomen, en dat hij zo bang werd dat hij God op z’n knieën beloofde: “als ik het hier levend van afbreng dan word ik monnik. God, als u mij redt dan ga ik mijn leven aan u wijden.” — Een soort koehandel met God. En toen Luther eenmaal augustijn geworden was, werd de verhouding met God uiteindelijk zijn levensthema. Hoe krijg ik het toch voor elkaar om goed aangeschreven te staan bij God?

Het was een hele worsteling totdat Luther ontdekte dat de verhouding met God per definitie niets te maken heeft met handel en marktwerking. Je kan je niet inkopen bij God, je kan niets terugdoen naar God toe, je hebt gewoon niets te bieden om God gunstig te stemmen. En dat hoeft ook niet, want God en mensen hebben geen zakenrelatie. Het is niet ‘voor wat hoort wat’, nee het is genade en het is gewoon de genade aannemen; het is onvoorwaardelijke liefde en die liefde ontvangen.

Dus geen aflaathandel, geen afkopen van schuld, geen steekpenningen voor priesters zodat ze voor jou willen bidden, geen spekken van de kas van het instituut om een plekje in de hemel te bemachtigen. — Net als toentertijd in de tempel had de kerk in de tijd van Luther van de relatie tussen God en mensen een relatie van kopen en verkopen gemaakt. Voor Luther was dat een hele reformatie waard. En voor Jezus was hier ook een grens overschreden.

Jezus gaat hier tekeer omdat het ge-offer eens een keertje afgelopen moest zijn. Als je namelijk veel geld uittrekt om duiven, schapen of runderen te kopen, als je die dan als offer aan God geeft, dan kom je in een relatie terecht waar je voor liefde moet betalen, waar je aandacht en toeneiging moet kopen. En dat is niet gezond. En aan de andere kant zou je nog het idee kunnen krijgen dat je er recht op hebt dat God bepaalde dingen voor je doet, want je hebt er immers duur voor betaald. — Zo’n relatie wil God niet. Je laat je partner toch ook niet betalen voor jouw liefde, of je kinderen voor jouw genegenheid.

Daarom dus die opruiming in de tempel. Het is een opruiming in de relatie met God. De verhouding tussen mensen en God moet weer teruggebracht worden naar hoe zij eigenlijk bedoeld is. In deze relatie drijf je geen handel met God, je moet ook niet met God sjacheren: als ik dit voor u doe, doet u dan voor mij…? In de relatie met God ben je niet koper of klant, maar je bent zelf tempel van God.

Augustinus schrijft dat in het eerste hoofdstuk van zijn kloosterregel: “u bent zelf Zijn tempel geworden”. Deze zin kende de augustijn Maarten Luther natuurlijk ook, maar toch was het voor hem een lange weg om zichzelf van dat verkoper-klant-idee te bevrijden. Je kunt namelijk niets terug doen, het enige wat je kunt doen is juist om niets te doen. Je moet juist niets aanbrengen, geen duiven, geen schapen of runderen en ook geen andere “handelswaar”, maar je moet juist alles weghalen. Dan ontstaat er ruimte voor God.

Opruimen dus, even weer de goede verhoudingen opzoeken, even weer je plaats terugvinden waar je eigenlijk hoort. Je bent niet klant, maar je bent partner van God. Je hoeft niet te loven en te bieden, maar je kunt rustig op zijn liefde vertrouwen. Opruiming in de tempel en opruiming in jezelf.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie