De kracht van een kleine kern

Lezingen: Jacobus 3,16-18 (en Jac 4,1-3) en Marcus, 9,30-37

Sociologen hebben het onderzocht: als 12 van de 100 mensen met overtuiging en doorzettingsvermogen iets nieuws tot stand willen brengen, dan lukt dat! Zo heeft in ieder geval Jezus van Nazareth met zijn 12 apostelen een godsdienstrevolutie teweeg gebracht. Aanvankelijk kwamen er een grote massa’s mensen op hem af, zoals de 5000 die door hem gevoed wilden worden. Ze zagen in hem de sterke man die de toestand in het land zou veranderen. Maar als Jezus vertelt dat zijn volgelingen een kruis te dragen krijgen, haken velen af. Degenen die overblijven durven vol te houden en zeker hun eigenbelang opzij te zetten. Zij worden de ambassadeurs voor echte vrede; de sjalom van het Rijk Gods.

Overweging

Vorige week zaterdag vond er hier in de Boskapel een happening plaats waarover ik mij heel erg verwonderd heb. De fraters Maristen hadden dit gebouw afgehuurd om er een jubileum te vieren: 75 jaar in Nederland, 60 jaar in Nijmegen. Op het landgoed de Westerhelling kochten zij een huis en bouwden zij een internaat en school. Hun roeping lag immers in het aandachtig aanwezig zijn bij de opvoeding en het onderwijs van jongeren. Na 1975 liep deze taak ten einde door terugloop van leerlingen en vergrijzing van de fraters. Maar in plaats van met hun armen over elkaar te gaan zitten wilden ze, ook al waren ze nog maar met een man of twaalf, in beweging blijven en een nieuwe invulling geven aan hun roeping voor de jeugd, waarbij ook leken een rol konden spelen. Zo ontstond in 1993 de Maristengroep, bestaande uit mensen die zich in de traditie van de Maristen voegden, zonder in te treden. Ze kwamen regelmatig bij elkaar voor bezinning en overleg en zetten zich in voor een nieuwe missie. Zij vonden die door verschillende projecten op te zetten ten behoeve van het welzijn en de spirituele vorming van jonge mensen. De Westerhelling is nu een open huis, een huis van aandacht waar jongeren, ongeacht hun achtergrond, tot zichzelf kunnen komen en op zoek kunnen gaan naar wat hen werkelijk bezielt. In de tuin is een Stiltehuis. Daarnaast namen de fraters samen met andere religieuzen het initiatief voor de oprichting van een huis waar ex-gedetineerde jongeren geholpen worden bij hun terugkeer in de samenleving: Huize Moria aan de Louiseweg.

Anno 2012 zijn er nog 7 gepensioneerde fraters over, en waar ik me nu zo over verwonderde was dat zij vorige week zaterdag bij hun jubileumviering omringd werden door zeker zo’n 80 jongeren die zich, via het Huis van Aandacht, met hen verbonden voelen. Daarvan getuigden zij via woord, muziek, een pas verschenen boek, een startende internetgemeenschap en momenten van stilte.

Wat je hiervan kunt leren is, dat als een handjevol mensen met overtuiging en doorzettingsvermogen iets nieuws tot stand wil brengen, dat het dan lukt. Het is de kracht van een kleine kern.

Nu terug naar Jezus met zijn kleine kern. Ja, aanvankelijk zijn velen enthousiast over zijn profetische begaafdheden: in tijden van honger kan hij voor brood zorgen, hij kan zieken genezen en doden ten leven wekken. Dat kan hen goed van pas komen. Maar wanneer Jezus deze hoge verwachtingen weerstaat en voorhoudt dat Hij gekomen is om mensen hun eigen kracht te laten ontdekken zodat ze zelf voedsel voor anderen kunnen zijn, wordt zijn aanhang ineens een stuk minder.

Zo trok hij met een kleine groep door Galilea. Marcus vertelt dat hij niet wilde dat iedereen dat te weten kwam, omdat hij bezig was hen te onderrichten. Hij hoopte dat die kleine groep zich niet zou vergapen aan zijn profetische begaafdheden, maar dat ze in hem een teken zouden zien hoe ze zelf moesten doen en leven: mensen te eten geven, zieken heil en hartelijkheid brengen. Mensen aan de kant opnemen in de kring, ogen helpen opengaan voor hen die dood en afgeschreven waren. En dat alles vanuit de kracht — een diepe bron — in jezelf.

Maar ja, zó leven roept wel verzet op. Verzet van mensen die vinden dat ieder maar voor zichzelf moet zorgen, en verzet van hoger hand omdat ze zich autoritair opstellen naar het gewone volk. En zoals dát Jezus zijn leven zou kosten, zo zal dat ook een kruis betekenen voor zijn leerlingen. Daar wil Hij ze op voorbereiden, maar dan haken er nog meer af. En de kleine kern die dan overblijft, ‘de 12′ gaan maar niet in op dat onderricht over het kruis dat voortkomt uit een eenmaal gekozen levenstaak. Wat ze wel doen is de baantjes onder elkaar verdelen en ruziën over de vraag wie van hen het belangrijkste is. Het onderricht heeft nog niet veel uitgehaald!

En dan gaat Jezus over op aanschouwelijk onderwijs. Hij zet een kind in hun midden en zegt: “Kijk, zo’n kind is het belangrijkste in Gods ogen.” En daarbij moet je dan niet denken aan een mooi opgepoetst kind dat de paus een hand of de koningin een bloemetje mag geven, maar aan een vuil, ongewassen kind in de sloppenwijk op zoek naar eten of huilend naast zijn omgekomen moeder. Want het kind staat voor de zwakste, de weerloze, de uitgebuitene, de kwetsbare.

Naarmate Jezus steeds duidelijker kiest voor hen, kiezen steeds minder volgelingen voor hem. Een kleine kern blijft over en hij vraagt wat Jacobus in de 1e lezing aan ons vraagt: “Kiezen we voor de wijsheid van hier beneden , het recht van de sterkste, of voor de wijsheid van daarboven, de zorg voor de zwaksten?”

Doe je dat laatste dan hoor je bij de minderheid.

Maar uit onderzoeken blijkt dat als er 12 op de 100 mensen overtuigd en taai volhoudend iets nieuw tot stand willen brengen, dat het lukt. Dat heb ik willen illustreren met het verhaal van de Maristen, een handje vol evangelisch bewogen mensen die niet zichzelf het belangrijkste vinden, maar de belangen willen behartigen van zinzoekende en ook zwakkere jonge mensen.

Ik eindig met een tekst van Paul van Vliet die ook ons als kleine geloofsgemeenschap kan inspireren: Wie dan wel?:

Als wij niet meer geloven dat het kan, wie dan wel?
Als wij niet meer vertrouwen op houden van, wie dan wel?
Als wij niet meer proberen om van fouten wat te leren
Als wij ’t getij niet keren, wie dan wel?

Als wij niet meer zeggen hoe het moet, wie dan wel?
Als wij niet meer weten wat er toe doet, wie dan wel?
Als wij er niet in slagen, de ideeën aan te dragen,
voor een kans op betere dagen, wie dan wel?

Als wij niet meer geloven dat het kan, wie dan wel?
Als wij niet mee komen met een plan, wie dan wel?
Als wij er niet voor zorgen dat de toekomst is geborgen,
voor de kinderen van morgen, wie dan wel?

Als wij onszelf niet dwingen een gat in de lucht te zingen
waar zij in kunnen springen, wie dan wel?

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie