Allerheiligen en Allerzielen: een kleurrijke menigte

Van harte welkom in de Boskapel. Of u hier nu vaker komt met al uw lief en leed, of dat u hier in de Boskapel maar voor even een plek gevonden hebt om het leven van uw dierbare te vieren en afscheid te nemen. Vanochtend vormen we samen een kleurige gemeenschap. U allen van harte welkom.

Augustinus zegt dat we God kunnen vinden in ons hart; keer terug naar je hart. Daar zit een vonk van zijn licht, een zucht van zijn levensadem, een moment van de Eeuwige. In ons hart zijn we met God verbonden en zo maakt hij ons tot heiligen; ook al komt dat bij ons lang niet altijd even goed uit de verf. Zo vormen we een kleurige gemeenschap van heiligen.

Vandaag staan we stil bij de mensen met wie we deze verbondenheid hebben mogen delen, en die nog tot ons spreken ook al zijn zij gestorven. We noemen de namen van hen die ons in het afgelopen jaar ontvallen zijn, en we noemen de namen van de velen die wij al langer moeten missen, maar die wij in onze harten blijven koesteren. En we roepen de namen aan van allen die ons op een veelkleurige manier iets hebben laten zien van het licht en de levensadem van de Eeuwige, grote en kleine heiligen. Zo trekken we samen op, met allen die ons zijn voorgegaan, met allen die na ons komen, en met allen met wie we onze tijd van leven delen.

Lezingen: Een visioen uit het Boek der Openbaring (Openbaring 7, 2-4.9-14) en Matteus 5, 1-12 (de bergrede)

Overweging

Hij is kampioen heilig-verklaarder: de Poolse Paus Johannes Paulus II. Het gaat om vele honderden mannen en vrouwen. Zij werden toegevoegd aan een lange stoet getuigen van alle tijden: Abraham en Sara, David, Petrus en Paulus, Theresia en vul maar in. Zo meteen noemen wij ook namen van de grote mensen van onze eigen dagen: Etty Hillesum en majoor Bosshardt, bisschop Bekkers en Bonhoeffer en noem maar op. Wij eren deze mensen om hun moed, hun verzet en overgave, hun talenten. Een ware kleurenpracht, zoals in het herfstbos.

Het is een wonderlijk verschijnsel dat mensen van andere mensen zeggen: die of die is heilig. Wat bedoelen we daarmee? Dat ze in de hemel zijn, bij God op een ereplaats? Velen van ons kunnen zich daar niets bij voorstellen. Vroeger werd de hemel wel als een locatie voorgesteld, maar de afgelopen jaren beseffen we steeds meer dat al ons spreken over God en hemel niets zozeer iets zegt over wat daarginds, aan de andere kant, allemaal is of gebeurt. Maar het is beeldtaal. De taal van het hart vertolkt het vertrouwen dat we gedragen worden in leven en in dood. Zoals Augustinus zegt: “Waar het paradijs ook moge zijn, ieder die goed leefde is bij God die overal is.”

Net als de hemel hebben de heiligen hun vanzelfsprekendheid verloren. Vroeger was het nog wel de gewoonte om je kind de naam te geven van de heilige op wiens feestdag het kind geboren werd. Of denk aan de weerspreuken, bijvoorbeeld sneeuwt het op Sint Margriet, dan komt de lente nog niet.

En toch vieren we Allerheiligen, niet met de bedoeling daarmee de voorstellingen van de hemel en van de heiligen op hun ereplaatsen bij God nieuw leven in te blazen, maar om te beseffen dat we niet als losse stofjes in de ruimte van de geschiedenis hangen. We maken deel uit van de grote gemeenschap van mensen van vroeger en nu. Een gemeenschap van grote en beroemde mensen, maar ook van de kleine zielen, die net zo goed gevierd en herdacht mogen en moeten worden. Daarom brengen we hen dit uur samen als één kleurrijke menigte: Allerheiligen en Allerzielen.

We dragen hun goede en minder mooie eigenschappen met ons mee. We voegen er eigen trekken aan toe en die geven we door aan volgende generaties, biologisch, maar ook door cultuur en manieren van denken en spreken. We zijn deel van een grote keten en God beware ons ervoor dat we helemaal losraken, alsof we uit het niets zijn voortgekomen en ook weer in het niets zullen oplossen. Dat zou pas echt eenzaam maken.

Allerheiligen en Allerzielen gaat over mensen aan wie we veel te danken hebben, of met wie we veel te stellen hebben gehad. Samen vormen wij, zogenaamde geslaagde mensen en brekebenen, de gemeenschap van de heiligen, omdat dé Heilige het niet laten kan van ons te houden en ons zijn volk onderweg of zijn oogappels te noemen. Het is niet omdat we zo geweldig zijn, maar omdat er van ons gehouden wordt door de heilige.

In de eerste lezing van vandaag zijn heiligen degenen die door de hel zijn gegaan, die het leven en zijn ontberingen en verscheurende conflicten hebben gekend: Ze zijn die zee doorgetrokken! In het Evangelie kijkt Jezus een grote menigte en zijn leerlingen aan: gewone mensen, nieuwsgierig of belust op sensatie, ploeteraars voor hun dagelijks brood, met veel onzekerheden…. Toch gastvrij en goed voor een ander, net als wij op zoek naar een beetje geluk.

Jezus kijkt hem aan, kijkt misschien wel in hen en ziet in al die mensen op hun eigen manier iets van een rijke bron. Hij ziet in hun verdriet of benauwenis iets puurs. Hij ziet hun bewogenheid en raakbaarheid. Hij ziet in al die mensen sporen van de Heilige. En hij stamelt die beroemde woorden: “gelukkig jullie … gelukkig ook jullie …” als een lied van aan elkaar geregen gelukwensen.

Ik ben het op mijn manier met de Poolse paus eens: er kunnen niet genoeg mensen heilig genoemd worden, omdat ze allemaal deel uitmaken van de grote gemeenschap van heiligen, mensen van vroeger en van nu, een verbondenheid die over de grenzen van ruimte en tijd heen reiken. Ik vind het nog niet zo gek dat de kerk gewoon doorgaat met mensen uit allerlei culturen en tijden in het licht te zetten en te zeggen: “Kijk, die hebben het ook gered (en meer dan dat), die hebben er veel van gemaakt, en zij zijn de schouders waarop wij staan.”

Joost Koopmans osa
Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie