Open je hart

Lezingen Micha 5, 1-4, Marcus 13, 33-37

Afgelopen weekend hebben we hier feest gevierd. Eindelijk weer thuis, zo voelde het toen we weer op onze oude en tegelijkertijd zo vernieuwde plek terug konden keren. We hebben ontzettend naar dit weekend toegeleefd, want het was voor ons niet zomaar een symposium of zomaar een feestavond, het was ook niet zomaar een viering in de vernieuwde Boskapel. — Nee, afgelopen weekend hebben we het einde gevierd van een periode die toch de nodige onzekerheid kende. En we hebben vooral onze doorstart gevierd. De Boskapel is er weer. “Trek steeds verder”, zegt Augustinus, en dat gaan we nu met nieuwe energie doen!

Achter de schermen echter was het voor velen van ons zo stressen om alles op tijd geregeld en af te hebben, dat we weleens gekscherend aan elkaar vroegen: “Is er nog leven na het symposium?” En na het geslaagde feestweekend voelden velen van ons eerder de behoefte om neer te ploffen en uit te rusten dan meteen weer op weg te gaan. “Beste Augustinus, je mag best roepen ‘trek steeds verder’, maar nu even niet.”

Maar onderhuids begint het dan toch weer te kriebelen. Het afgelopen weekend heeft ons namelijk zoveel energie gegeven, dat we vandaag graag weer de eerste kaars aansteken van de adventskrans. Een klein lichtje omdat we samen op weg willen gaan naar het licht. En omdat we erin geloven dat het de bedoeling van God is dat alle mensen kunnen leven in het licht.

Zo verging het ook de mensen om Jezus heen. Sterker nog, ze namen niet alleen genoegen met het aansteken van een kaarsje, ze dachten toen echt dat de nieuwe wereld binnen korte tijd zou aanbreken. Het enthousiasme had hen zo te pakken dat zij er haast zeker van waren dat het koninkrijk van God nog tijdens hun leven werkelijkheid zou worden. Het kon elk moment gebeuren, en het zou toch zonde zijn als je dan net lag te slapen.

Ik zei afgelopen week in mijn overweging dat het altijd al de kracht was van het christendom dat het op veranderende situaties kon inspelen. Onze evangelielezing van vanochtend laat zien dat dat al begon nog voor dat je überhaupt van een christusbeweging kon spreken. Marcus heeft zijn evangelie opgeschreven rond het jaar 70 van onze jaartelling. Jezus was toen nog geen 40 jaar geleden gestorven. Er bestond nog geen nieuwe testament, Marcus zou de eerste zijn die het leven van Jezus ging optekenen, en er was al helemaal nog geen Paulus te bekennen die van al die verhalen een christelijke leer zou maken.

Maar in het jaar 70 werd de tempel in Jeruzalem verwoest. Geen steen bleef meer op de andere en tot op de dag van vandaag hebben is er alleen maar de klaagmuur van over. dit raakte de toenmalige wereld diep in het hart, zo diep dat ook de godsdiensten zich opnieuw moesten hervinden. Het jodendom heeft dit tot aanleiding genomen om de aanwezigheid van God maar niet vast te maken aan aardse gebouwen. Het zijn voortaan de mensen die tot tempel moeten worden. — Augustinus zou dat 300 jaar later precies zo in zijn regel overnemen. Maar dan zitten we alweer in een andere tijd. — De christusaanhangers rond het jaar 70 zagen daarin een niet mis te verstaan teken dat het einde der tijden nu echt aangebroken is. Deze aanslag op het hart van de toenmalige wereld, deze aanslag op de ziel van alle gelovigen kon niet anders geduid worden dan als geboorteweeën van de nieuwe tijd.

Daarom schrijft Marcus in zijn hele hoofdstuk 13 over de verschrikkingen van de eindtijd. Je zou er bang van kunnen worden, maar denk erom, het zijn de voortekenen van het koninkrijk van God. Wees daarom waakzaam. Pas op dat je het niet verslaapt.

We hebben het hier dus te maken met de eerste keer dat het christendom mee verandert met de veranderende wereld eromheen. Niet om met alle winden mee te waaien, maar om antwoord te kunnen geven op vragen van vandaag de dag.

Maar al gauw werd natuurlijk duidelijk dat het koninkrijk van God in letterlijke zin toch langer op zich liet wachten dan de mensen toen dachten. En zo ging het christendom er opnieuw mee aan de slag en probeerde de woorden uit het evangelie telkens weer opnieuw te verstaan. Augustinus vat de eindtijdverwachting op als een permanente staat waarin je je bevindt. “Trek steeds verder”, “wees nooit tevreden met waar je nu bent”, “als je stil blijft staan dan ga je achteruit”. Wees waakzaam krijgt bij hem de betekenis van blijf ervoor gaan, blijf op weg.

En weer eeuwen later lezen wij dit stuk uit het evangelie om de drie jaar op de eerste zondag van de advent. Niet vanwege het dreigement: “je zou maar slapend aangetroffen worden”, maar omdat we daarin vooral de belofte zien. De belofte dat we op weg zijn naar een nieuwe wereld. Dat er soms her en der al kleine lichtpuntjes te zien zijn, hier op onze adventskrans, maar ook overal daar waar mensen voor elkaar tot licht worden. En dat we daaruit de hoop putten dat we al gaande onderweg zijn naar ‘Het’ licht.

En als je die belofte ziet is de oproep “wees waakzaam, laat hij jullie niet slapend aantreffen” geen dreigement maar dan roept Marcus ons op om ons hart open te stellen. Open je hart voor de nieuwe wereld. Laat je hart niet bang maken door de verschrikkingen maar sta open voor waar het koninkrijk al wel oplicht.

Misschien klinkt dat een beetje soft en je zou het idee kunnen krijgen dat we in onze tijd de boodschap met wat poedersuiker er overheen een beetje naar onze hand zetten. Maar ik geef het ons maar te doen: Open je hart voor een wereld die er nog niet is. Steek een piepklein lichtje aan op je adventskrans in een tijd van crisis. Open je hart in een tijd waar zelfs de kerk haar hart sluit. Je hebt wel lef nodig om vast te houden aan een belofte die al 2000 jaar op zich laat wachten en hooguit mondjesmaat uitkomt.

Net zoveel lef als dat kleine Bethlehem uit onze lezing van Micha. Dit piepkleine gehucht in de woestijn met een enkele herberg en een stal daarachter. Het hart van Bethlehem moest wel heel erg openstaan want het kon de vele mensen niet meer aan. En het is dat het hart uiteindelijk nog een stukje verder open ging, dat daar de belofte geboren kon worden.

Het begint heel klein, maar het heeft een hart nodig dat wagenwijd openstaat. Zo gaan we de adventstijd in. Een nieuw begin voor de Boskapelgemeenschap, en een nieuw begin voor alle mensen van goede wil. Maar vooral een nieuw begin voor de belofte en het visioen van God. Open je hart.

Amen

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie