Mag het iets meer zijn?

Lezingen: Sir 15 (Vrijheid om te kiezen) en Mat 5,17-24 (Gekomen om tot vervulling te brengen)

Welkom op deze zondag in de Boskapel, tijdens de februaridagen die we wereldwijd ervaren als hoopvol, omdat het de bevolking van Israel gelukt is via vreedzaam protest een revolutie te winnen, “De zachte krachten…” Dat die kracht in de naaste toekomst nu ook echt handen en voeten mag krijgen, dat wensen we Egypte toe.
Als we in de Schriftlezingen van vandaag horen over wetten en geboden, kan het zijn dat die woorden weerstand oproepen omdat letterknechten in onze kerken, net als de schriftgeleerden van toen er benauwende regeltjes van hebben gemaakt. En dat is jammer, omdat het woord “wet” een hele slechte naam is voor de richtlijnen die Mozes van God ontving.

Het zijn dus meer woorden waarin ons richting wordt gegeven, “aanwijzingen” zoals ik straks in de evangelievertaling voorlees. Richtlijnen, niet om het leven te beknotten, maar met de bedoeling dat het kan stromen.

Waar ligt jouw kracht: in regels en wetten of mag het iets meer zijn? Ligt je kracht in open handen die anderen welkom heten, of in de opgestoken vinger over wat wel en niet mag?

Overweging

Ik zal je niet slaan, maar je ook niet strelen.
Ik zal je niet bijten, maar ik zal je ook niet kussen
Ik zal je niet overweldigen, maar ook niet met je spelen.
Ik zal je niet doden, maar je ook niet laten leven.

Deze versregels van de dichter Adriaan Morriën vond ik in verband met het Evangelie van vandaag. Ze geven eigenlijk heel goed de betekenis aan van dit stukje uit de Bergrede van Jezus. Hij hekelt hen die druk doende zijn met buitenkant en bijzaken, maar weinig oog hebben voor het hart van de wet: God eerbiedigen door mensen te respecteren.

Om het bij het eerste voorbeeld te houden van “Gij zult niet doden. Wie doodt wordt uitgeleverd aan het gerecht”. Jezus brengt deze wet tot zijn volle betekenis door te zeggen: “wie zijn broer of zus een kwaad hart toedraagt, die zal al uitgeleverd worden.”

Je kunt iemand immers ook dood praten of doodzwijgen, een ander nooit serieus nemen, iemand verketteren: dat is ook dodelijk. Net zo dodelijk als doen of iemand niet bestaat.

Jezus woorden zijn een sterk pleidooi voor oprechtheid. Hier in de kerk zitten, maar je onverzoenlijk opstellen tegenover je naaste, zet grote vraagtekens achter je geloof. Het geloof moet méér zijn dan de uitvoering van fraaie rituelen en wetbetrachting méér dan je houden aan kille regels.

Het is zoals ik kinderen soms hoor zeggen bij de voorbereiding op een uitvaart: “onze moeder heeft ons te eten gegeven en ervoor gezorgd dat we er netjes bijliepen, maar we hadden wat meer gewild… meer liefde!”

“Mag het iets meer zijn?” Dat is het waar het vandaag om gaat. Doe je alleen je plicht, of is je hart er ook bij? Voor die keuze sta je!

Je vult je belastingformulier in, okay; maar ben je als staatsburger ook een sociaal wezen die met zijn talenten aan de samenleving bijdraagt? Je laat je kind dopen en de Eerste Communie doen, mooi; maar zet je ook de volgende stappen, waardoor geloven verder kan groeien? Je staat als partner keurig geregistreerd in de boeken van de burgerlijke stand of van de kerk; maar blijf je elkaar de nodige hartelijkheid en waardering geven, waardoor de trouw kan blijven?

Het is waar. Je leeft pas echt als je verder komt dan pure plichtsbetrachting. God heeft de mens in het begin gemaakt en hem de vrijheid gegeven om zelf te kiezen. Hij heeft zijn wet gegeven en dan begint het leven pas. Jezus laat ons zien hoe vol je het leven kunt maken als je niet bij de letter van de wet blijft staan. Hij richt zich in de Bergrede tot gewone, goedwillende en religieus georiënteerde mensen die aan al die wetten van de Farizeeër niet konden of wilden voldoen. Hij leert ons onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken, tussen letter en geest, tussen echtheid en schijnheiligheid, tussen wel horen maar niet doen, tussen mooi praten maar niet tot daden komen.

Hij leert ons dit onderscheid maken door als maatstaf deze gulden regel mee te geven: “alles wat je wilt dat de mensen jou doen, doe dat ook voor hen. Dát is de Wet en de Profeten.”

En zo zouden we het gedicht van Morriën als volgt kunnen herschrijven:

Ik zal je niet slaan, ik zal je strelen en beschermen.
Ik zal je niet bijten, maar ik zal je kussen en goede woorden zeggen.
Ik zal je niet overweldigen, maar met je spelen en het leven met je vieren.
Ik zal je niet doden, maar ik zal met je leven, elke dag…

Joost Koopmans osa
inspiratiebron: Omroeppastoraat

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie