Kijken met andere ogen

Lezingen: Matteüs 3,13-17 en Johannes 1,29-34

Misschien klinkt het evangelie van vandaag u bekend in de oren. De personen, Johannes de Doper en Jezus, een duif die neerdaalt, een zoon van God, we hoorden het ook de vorige zondag. Voor degenen die het toen gemist hebben, herhalen we dat evangelie als eerste lezing. Is het evangelie van vandaag dan een vervolg? Is dit een remake? Is dit eigenlijk niet hetzelfde nog een keer? Dan kunt u misschien net zo goed een keer door de overweging heensoezen, die vandaag ook wat aan de lange kant is. Toch wil ik uw aandacht vragen voor het verhaal dat we vandaag lezen. Ik had namelijk iets vergelijkbaars toen ik de overweging moest gaan voorbereiden. Als we de week hiervoor het verhaal van de doop in de Jordaan gehoord hebben, vroeg ik mezelf af, is er dan niet veel gras voor mijn voeten weggemaaid? Maar toen ik beter keek, met andere ogen kon kijken, toen veranderde dat gevoel. Ik begon te zien dat het evangelie van Johannes, dat we vandaag lezen, met weer heel andere ogen naar Jezus en Johannes de Doper kijkt dan het evangelie van Matteüs. En ik bedacht hoe belangrijk dat is: met andere ogen kunnen kijken. Voor een beter begrip van een tekst, voor een beter begrip van Jezus, voor een beter begrip van elkaar. Ik hoop dat het ons zal lukken vandaag: kijken met andere ogen.

Overweging

Als we de beide evangelieverhalen zo na elkaar horen, lijkt er eigenlijk niet zoveel aan de hand te zijn. Is het evangelie van vandaag, uit het Johannesevangelie niet gewoon een soort vervolg op het evangelie van de vorige zondag? Daar gebeurde het, hier blikt Johannes de Doper er nog eens op terug en geeft wat extra commentaar. Zijn we dan niet gewoon klaar? dat wil zeggen, als we dat commentaar nog even goed bekijken?

Maar nee, zo eenvoudig ligt het niet. Dat blijkt al uit oude commentaren, bijvoorbeeld dat van Augustinus. Wat is dan het probleem? In het Matteüsevangelie herkent de Doper Jezus en zijn betekenis al voor de doop. Hij protesteert zelfs: u kunt beter mij dopen! Maar in het Johannesevangelie herkent de Doper de betekenis van Jezus pas als de Geest als een duif op hem neerdaalt. En volgens het Matteüs­evangelie was dat na de doop. Nu is het ervoor of erna. Matteüsevangelie of Johannesevangelie. Allebei kan niet.

Nu weet u allemaal, het is vanaf deze plaats al vaak genoeg gezegd, dat de evangelie­verhalen geen fotografische plaatjes willen zijn van hoe het toen precies gebeurd is. U weet al dat de verschillende evangelies kijken met verschillende ogen. Maar nu deze twee teksten uit het Matteüs- en het Johannesevangelie zo kort op elkaar volgen, is het goed om daar eens uitdrukkelijk bij stil te staan. Om stil te staan bij wat dat betekent en om stil te staan bij hoe we tot dat inzicht gekomen zijn.

Voor Augustinus is het nog geen probleem. Hij gelooft zonder meer dat de Bijbel één verhaal vertelt, met verschillende accenten. Zo lost hij het probleem van de uitspraken van de Doper ook op. In het Johannesevangelie gaat het volgens hem om een andere ontdek­king die de Doper aan Jezus doet, een extra betekenis, die te maken heeft met het dopen met de Geest. Die uitleg is voor ons nu verder niet interessant. Wat belangrijk is, is dat we zien dat voor Augustinus en voor de meeste andere bijbeluitleggers uit de voorbije eeuwen dit soort problemen in de tekst een uitdaging was om nog meer betekenis uit de Bijbel te halen. Om met andere ogen te kijken naar een bekend verhaal en daar iets nieuws uit te leren. En bijna terloops losten ze daarbij voor hun gevoel ook het probleem in de tekst op.

Ik zeg niet voor niets: voor hun gevoel. Wij zijn tegenwoordig veel kritischer geworden. En dan kritischer niet in de zin van afkrakend, maar in de zin van preciezer. Dergelijke “oplossingen” bevredigen ons niet meer, omdat in de vreugde van de ontdekking van een nieuw stukje waarheid en betekenis in de Bijbel het oorspronkelijke probleem eigenlijk steeds onder de tafel verdwijnt. Augustinus kan wel aanwijzen dat de Doper door het visioen van de duif iets nieuws leert, maar dat rechtvaardigt niet de conclusie: dus kende hij Jezus helemaal niet. Zo is het met alle oplossingen die in de loop van de tijd bedacht zijn voor dit tekstprobleem en andere soortgelijke problemen. Hoe inspirerend de oplossingen ook zijn, ze draaien uiteindelijk om het oorspronkelijke probleem heen.

Dit inzicht is geleidelijk gegroeid. En in de tijd dat dit inzicht doorbrak, kwam er ook meer kennis beschikbaar over de Bijbel en de tijd waarin die ontstaan is. Het werd ook mogelijk om de tekstproblemen in de Bijbel op een andere manier te bekijken. Niet als een verzameling puzzelstukjes die kost wat kost één samenhangend beeld moest opleveren, maar als een verzameling getuigenissen. In de Bijbel is de verkondiging veel belangrijker dan de historische exactheid. Bij teksten uit verschillende tijden kun je zelfs een ontwikkeling zien. En dit soort inzichten is ontdekt aan de hand van teksten zoals deze.

Voor sommige mensen was dat een schok en eigenlijk is het misschien ook een beetje vreemd. Waarom zou je niet gewoon vertellen wat er gebeurd is en dan pas commentaar geven? Dat kan toch ook? Maar dan kijken we met onze eigen ogen naar een andere tijd. Een tijd waarin gewoon veel minder informatie beschikbaar was. Waarin mensen dus ook niet met informatie omgingen zoals wij nu. Bovendien, álle informatie in die tijd was gekleurde informatie. Je mag je trouwens afvragen of dat in onze tijd wel echt zoveel anders is. En je mag het zelf proberen: objectief vertellen over iets dat je zelf heel, heel belangrijk vindt.

Zo brengen de problemen waarvoor deze evangelietekst Augustinus en andere mensen gesteld heeft ons uiteindelijk ook weer terug bij die tekst. Met de vraag, probeer nog eens te kijken, met andere ogen, met die nieuwe inzichten.

Het eerste wat je je dan mag afvragen is of het wel klopt dat deze teksten een vervolg­verhaal vormen, eerst de doop en dan het getuigenis van de Doper. We hebben geleerd dat de verschillende evangelies met verschillende ogen kijken en zozeer de nadruk leggen op verkondiging dat het feitelijke verhaal nog maar moeilijk te zien is. Laten we dat dan serieus nemen. Misschien is dit geen vervolg maar een remake, en dan een bijna complete makeover. Als je zo naar de tekst kijkt, zie je dat in het Matteüsevangelie met de ogen van een toeschouwer gekeken wordt naar wat er gebeurt en in het Johannesevangelie met de ogen van Johannes de Doper, die getuigt van wat hij heeft gezien.

Hoe kunnen we dit andere perspectief begrijpen? Welke ogen hebben we nodig om met het Johannesevangelie mee te kijken? Als we goed kijken, zien we dat in het Matteüs­evan­ge­lie Johannes de Doper als persoon en prediker meer aan bod komt. In het Johan­nes­evan­gelie is Johannes de Doper helemaal maar dan ook helemaal de wegbereider van Christus. De Doper was een groot mens. Dat hij de grootheid van een ander herkent is daar het beste bewijs van.

Misschien was Jezus wel een volgeling van Johannes. De uitdrukking “iemand die na mij komt” kun je ook lezen als “mijn volgeling”. Kunnen inzien dat je volge­ling je misschien wel overtreft, dat vraagt om heldere ogen en een eerlijke blik. Zo onbevan­gen en open kijken naar een ander, dat is een voorbeeld voor iedereen. Dat die ander nog wel eens je concurrent zou kunnen zijn of worden, speelt voor de Doper niet mee.

Het Johannesevangelie richt onze blik op twee mensen, waarvan er een al heel bekend is, de Doper, en de ander nog maar nauwelijks in beeld is, Jezus. En in wat de Doper getuigt, komt het contrast tussen beiden naar voren. Hij komt na mij, maar is meer dan ik. Ik heb de Geest op hem zien neerdalen. De Geest maakt het verschil. Ik doop met water, hij met heilige Geest.

Toen ik de tekst van dit bijbelgedeelte bekeek, zag ik ineens dat het woord dat nu als “met” vertaald is, ook als “in” vertaald kan worden. Niet dat “met” fout is, integendeel. Maar het “in” kleurt volgens mij het “met”. Kijk maar mee. Als Johannes met water doopt, gaat dat het gemakkelijkste als hij in de rivier staat. Johannes doopt met water en daarom staat hij in het water. Maar Jezus doopt met heilige Geest, want hij is helemaal vervuld van de Geest, die op en in hem blijft. Twee mensen, de ene met de voeten in het water, de andere met heel zijn wezen in de Geest. Twee mensen, de ene die de grootheid van de ander erkent. Geloven wij het getuigenis van Johannes? Kunnen wij kijken met zijn ogen en de grootheid van Jezus zien? Ja, hij is maar een mens. Maar zoals hij vervuld is van de Geest, zo is niemand het.

Kunnen wij zo ook naar elkaar kijken? Met andere ogen? Dat we niet het al te bekende maar het goede in elkaar zien? Dat we kunnen zien waar, wanneer de ander even is aangeraakt door het goede, door de Geest waarmee wij zijn gedoopt? Als we dat kunnen, als we, soms, even, de Geest kunnen zien in de ander, als we daardoor geraakt kunnen worden, dan helpt het ons misschien ook om Christus te zien, in wiens Geest wij zijn gedoopt. Dan kunnen we zien met de ogen van Johannes. Dan kunnen we gemeenschap zijn en onze gemeenschap vieren met Christus en met elkaar.

Karel Peijnenborg

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Kijken met andere ogen

  1. Jos Wijsmuller schreef:

    Bedankt voor uw heldere en verdiepende gedachten. Via de website kon ik hier kennis van nemen. Ook dat is fijn.
    Als Salvatoriaan bezocht ik dit afgelopen weekend een vieringing de Boskapel. Het deed ons goed.
    Hartelijke groeten,
    Jos Wijsmuller, Rosmalen

Geef een reactie