Kiezen voor het leven: De vrouw bij de put

Lezingen: het lied van Lea (Stef Bos), de vrouw bij de put (Johannes 4, 5-42)

Heeft u dat ook wel eens, en u moet het eerlijk zeggen, heeft u dat ook wel eens dat u met iemand in gesprek bent, en u zich afvraagt waar heeft die ander het nu over? U praat met elkaar, maar of u echt tot gesprek komt? U wisselt woorden uit, maar echt begrijpen doet u elkaar nog niet. Denkt u dan “Laat die ander maar praten, ik ga mijn eigen weg wel?” En, haakt u dan af, of probeert u het nog eens? U moet het eerlijk zeggen.

Zo’n gesprek waarin de een de ander niet lijkt te begrijpen, en mensen langs elkaar heen lijken te praten, zo’n gesprek horen we vandaag. Of liever, we horen er twee van. Het eerste gesprek gaat tussen een Samaritaanse vrouw en Jezus, en het tweede is van Jezus met zijn leerlingen. In beide gevallen lijkt Jezus op een heel andere golflengte te zitten, en over de hoofden van de ander heen te spreken. Maar of dat echt ook zo is? Ik denk het niet. Ik stel voor dat we straks de tijd nemen om goed te luisteren wat vooral de Samaritaanse en Jezus elkaar te vertellen hebben. Misschien dat wij er ook mee toe kunnen.

Overweging

Het gebeurt bij de bron. In het oude Palestina is de bron de plek waar man en vrouw elkaar ontmoeten. Jacob ontmoet er Rachel, Mozes Sippora. Het is een plek waar belangrijke dingen gebeuren. Als we ons vandaag bevinden bij zo’n bron, moeten we ons dat realiseren. Hier, bij deze waterbron, gebeuren belangrijke dingen, ja, dingen die heel je leven op de kop zetten.

Wat is dat dan precies? Op het heetst van de dag raken een man, Jezus, en een Samaritaanse vrouw, ze krijgt geen eigennaam, met elkaar in gesprek. Een man en een vrouw, elk van een ander volk. In het licht van de plek zou dit gesprek het begin kunnen zijn van een bijzondere relatie. Dat wordt het ook, maar op een heel andere, onverwachte manier. De man en de vrouw raken in gesprek over water, dorst, water putten en dorst lessen. Het zijn dagelijkse bezigheden voor de vrouw. En juist haar dagelijkse activiteiten pakt Jezus op om de vrouw duidelijk te maken wat Hij haar te bieden heeft. Hij tilt haar dagelijkse activiteiten op tot het hemelse. Water wordt water van eeuwig leven. Dorst lessen wordt nooit meer dorst krijgen. Jezus tilt het gewone op, en maakt het tot iets dat verwijst naar het goddelijke.

Het dagelijkse optillen. In de gewone dagelijkse dingen kansen zien om mensen op te tillen. In het gesprek elkaar optillen. In het aanreiken van een kop koffie, elkaar optillen. Meer mens worden. Boven jezelf uitgetild worden. Soms kun je zo’n gesprek hebben, waar je door de woorden, de gebaren, de stilte van de ander boven jezelf wordt uitgetild. Soms kun je zo’n ervaring hebben tijdens een ontmoeting, dat het je zelf groter maakt, meer mens. Een goddelijke ervaring.

De Samaritaanse wordt boven zichzelf uitgetild, ze wil wel meer, maar dan vooral voor zichzelf. Ze zegt: “Dan hoef ik niet meer hierheen te komen om water te putten.” Jezus daagt haar uit verder te reiken, boven zichzelf, naar anderen toe. En dat doet Hij door haar te laten merken te kennen. Hij weet immers wie ze is, Hij kent haar, zij weet zich door Hem gekend. En als je gekend wordt, je gekend weet, dan ben je tot veel goeds in staat, dan reik je verder.

Kennen en gekend worden. Dat gaat een enorme, positieve kracht van uit. In onze globaliserende samenleving weten we maar al te goed de kracht van de kleinschaligheid te waarderen, daar mensen elkaar kennen en zich gekend weten. Wie zich gekend weet, voelt zich niet bedreigd, hoeft niet in de eigen schulp te kruipen. Die reikt naar de ander. Soms heb je zo’n ontmoeting, waarin je ervaart gekend te zijn, gerespecteerd, gewaardeerd. Soms mag je in een groep, een gemeenschap zijn, waarin je er mag zijn, gekend, gewaardeerd. Een goddelijke ervaring.

De vrouw weet zich gekend. Ze zegt: “Hij weet alles van me.” En ze haalt anderen erbij, wil anderen doen delen in die positieve ervaring. Het gesprek met Hem, Zijn aanwezigheid doet zo goed, dat ze vraagt Jezus te blijven, niet meer weg te gaan. En Jezus blijft, nog twee dagen.

Willen blijven, om het goede te kunnen koesteren. Wie boven zichzelf uitgetild wordt, wie zich gekend weet, wie wil reiken naar de ander, die wil blijven. Soms heb je een ontmoeting, waarvan je zou willen dat ze eeuwig zou duren. Soms maak je deel uit van iets moois, iets dat zo prachtig en puur is, dat je er voor altijd zou kunnen blijven. Een goddelijke ervaring.

Het gebeurt bij de bron. Het gebeurt hier, in deze kapel, aan deze tafel. Soms zijn er zondagen dat je ervaren mag dat je gewone dagelijkse beslommeringen opgetild worden, boven jezelf uit. In een woord, een gebaar, een lach, een knipoog, een gesprek. Je weet je even, voor een eeuwig moment, opgetild, gekend, en gewaardeerd. Het is een goddelijke ervaring waarvan je hoopt dat ze eeuwig duren zal. En misschien is dat ook wel zo.

Theo van der Zee

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *