Kerstmis 2011: Het God-deeltje

Lezing Lucas 2, 1-20

Het was verleden week best even een item in de kranten en op het nieuws: Wetenschappers hadden het Higgs-deeltje ontdekt! Of zoals de onderzoekers het zelf zeiden: ze hebben het Higgs-deeltje nog niet echt waargenomen, maar ze waren zo dichtbij dat ze het bijna konden pakken. Als ze het Higgs-deeltje binnen kort echt kunnen ontrafelen, dan zal dat net zo’n doorbraak zijn als de ontdekking van het DNA. Ze noemen het Higgs-deeltje daarom ook het God-deeltje.

Wat ik ervan begrijp is dat het Higgs-deeltje ervoor zorgt dat materie massa heeft, zeg maar gewicht en vorm; dat bijvoorbeeld alle deeltjes waaruit een mens bestaat niet met de snelheid van het licht uit elkaar waaien, maar dat ze samenklonteren en lichaamscellen, botten en huid vormen. Het zorgt ervoor dat deeltjes dus echt body krijgen. Dit Higgs-deeltje is nog nooit waargenomen, maar daaraan dat deeltjes zich laten samenvoegen tot bijvoorbeeld een mens, kan je zien dat het er wel degelijk is. Het is dus echt een God-deeltje: je kan het niet zien, maar het geeft aan alles samenhang. — Voor de wetenschappers was dat reden voor een klein voorzichtig feestje.

En wij vieren vanavond ook. Niet het Higgs-deeltje, maar we vieren vanavond ook iets wat je niet kunt zien, maar wat er wel degelijk is. In het kind in de stal heeft het vorm gekregen. Vanavond vieren we dat God body krijgt.

Niemand heeft God ooit gezien. Maar alles wijst erop dat hij er wel degelijk is: Dat je naar elkaar omziet. Dat je onvoorwaardelijk lief kunt hebben en dat mensen om je geven ook al maak je er soms een potje van. Dat je soms mensen tegenkomt die voor jou een engel zijn, en dat je soms zonder dat je het doorhebt zelf een engel bent. Dat er een arm om je heen geslagen wordt, of dat je zelf anderen kunt steunen. Dat er iemand is die licht in jouw leven brengt, en dat je ook zelf een licht mag zijn. — En zo kan ik nog doorgaan. — Dat mensen elkaar opbouwen en niet afbreken. Dat mensen elkaar de hand reiken ook al is er nog zoveel gebeurd. Dat mensen voor elkaar zorgen ook al kom je daarbij zelf tekort.

Dit rijtje is verre van volledig, maar hier krijgt iets body, hier krijgt iets vorm wat onszelf overstijgt. Hier krijgt God body. Of laat ik het anders zeggen: hier wordt God telkens weer mens.

We hebben aan het begin van onze viering de woorden van Augustinus gehoord: “Al zou Christus duizend maal geboren zijn in de stal van Bethlehem, maar niet in ons hart, dan was zijn geboorte waardeloos.” — Ik denk dat we vanavond niet hier waren gekomen als dat body-krijgen van God toen in Jezus slechts een eenmalig gebeuren was gebleven. Waarschijnlijk was de geboorte van Jezus al lang in vergetelheid geraakt als God niet mens was blijven worden. — Niemand kan aan Jezus tippen, misschien komen de heiligen van deze aarde, zoals Ghandi of Mandela een flink eind in de buurt — Maar dat God mens wordt heeft pas dan zin, als hij, hoe gebroken ook, ook in ons mens wordt.

Wat is jouw “Higgs-deeltje”, wat is jouw God-deeltje wat ervoor zorgt dat Jezus ook in jouw telkens weer mens wordt? Misschien zeg je dat je daar eigenlijk niet zoveel in te brengen hebt. Je bent misschien ziek en je verwacht eigenlijk niet meer zoveel van de toekomst. Je huwelijk is wellicht op de klippen gelopen en je voelt je gekwetst en van binnen helemaal leeg. Misschien staat je baan op losse schroeven of is het doek al gevallen en je merkt dat daarmee ook je eigenwaarde een knauw heeft gekregen. Of je hebt dingen meegemaakt waardoor je ziel mank is gaan lopen. En wie weet zit je al jarenlang verstrikt in alsmaar dezelfde dilemma’s en patronen; en houd je elkaar zo in de tang dat je niet echt tot leven komt.

Net als het Higgs-deeltje, is ook God dan maar moeilijk te ontdekken. Maar dan blijken er opeens hele andere kwaliteiten een rol te spelen. Kwaliteiten die het leven ondanks je ziekte toch de moeite waard maken. Of je voelt opeens toch weer je verlangen in je opkomen om lief te hebben en geliefd te worden. Ondanks alle deuken die je ziel heeft opgelopen blijkt je ziel toch nog fier overeind te staan. En opeens merk je dat je gaat dromen: voor je geestesoog zie je dat het goed komt, dat je anders met elkaar omgaat, dat de mensen en jij ook elkaar met een ruim hart bejegenen. Je droomt over vrede en geluk, en je verlangt naar warmte en licht…

Dat zijn dan weer onomstotelijke aanwijzingen dat jouw God-deeltje toch actief is. Hier begint namelijk God weer vorm en body te krijgen. Hier wordt Jezus in je hart geboren. Het zijn duidelijke aanwijzingen dat ondanks al je mankementen en tekortkomingen God ook in jou weer mens aan het worden is.

Zo zaten ook de herders bij het vuur te mijmeren. En als je daar zo zit de wacht te houden, dan luister je niet alleen naar buiten of er niet verdachte geluiden te horen zijn, maar je luistert ook naar binnen. Naar je verlangens, naar je dromen, naar wat je hoopt. En gaandeweg wordt je God-deeltje steeds actiever. En opeens breekt het helemaal door in een stralend helder licht en de engelenkoren zingen en musiceren. En toen wisten ze het zeker: God is mens geworden.

“Laten we naar Bethlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is.” En al gaande werd hun duidelijk dat God ook in hen mens aan het worden was. Naja, in ieder geval zoverre als je dat van hen mag verwachten. En zo kunnen ze aan Maria en Jozef en aan iedereen niet alleen vertellen wat zij over dit kind gehóórd hebben, maar ze kunnen het ook al een beetje uit eigen erváring vertellen:

God is mens geworden in dit kind. Maar hij begint ook al in ons mens te worden, een beetje tenminste, met vallen en opstaan, en vaak genoeg is er ook niet al teveel van te zien. Maar het gebeurt wel.

En Maria glimlacht een beetje, want ze weet het maar al te goed hoe God in mensen vorm en body kan krijgen.

Dat God mens moge blijven worden in jou, in mij. Zo moge het zijn.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie