Augustinusfeest 2011: Een van hart en een van ziel

Lezingen: Handelingen 4, 31-35 en Johannes 17, 20-24

Welkom allemaal bij het feest van Augustinus dat we dit jaar vieren in de Pauluskerk. Veel van Paulus’ ideeën, bijvoorbeeld over de Eucharistie, zijn door Augustinus verder doordacht en verlevendigd. Dus Paulus en Augustinus zijn elkaars vrienden!

Het bestaan van de Boskapel wordt mede geïnspireerd door het gedachtegoed en de spiritualiteit van Augustinus. Dat geeft vanzelf een gemeenschappelijke basis, een ondergrond die gedeeld wordt en die ervoor kan zorgen dat je de juiste criteria vindt bij bijv. het opstellen van een pastoraal plan of het aanstellen van een pastor.

Vandaag zullen we nadenken over het vertrekpunt van waaruit een augustijnse gemeenschap aan kerkopbouw doet, en dat vertrekpunt vind je in de oproep aan het begin van Augustinus’ leefregel: Ga eensgezind op weg naar God, één van ziel en één van hart.

Het is de wens waarvoor ook Jezus bidt bij zijn afscheid: dat wij, zijn gemeenschap, één mogen zijn.

Overweging

De kern van het augustijnse kloosterleven is gelegen in de levenswijze van de eerste christelijke commune van Jeruzalem: Zij was één van hart en één van ziel, en niemand noemde iets zijn eigendom, integendeel, zij bezaten alles gemeenschappelijk. Augustinus opent zijn kloosterregel dan ook zo: Allereerst moeten jullie eensgezind tesamen wonen, één van hart en één van ziel op weg naar God. Sinds kloosters mensen om zich heen hebben verzameld die delen in de spiritualiteit van de orde of congregatie, zoals de augustijnen, vormt die leefregel ook een basis voor hun manier van christen-zijn.

Zo vormen wij, als Augustijns Centrum, een geloofsgemeenschap die verbondenheid zoekt en wil delen. Dat betekent:

  • eensgezind tesamen leven, niet als een kudde schapen maar als een kleurrijke stoet van originele mensen;
  • elkaar dragen en verdragen;
  • wederkerige zorg en respect;
  • één van hart en één van ziel;
  • ons laten inspireren door de eerste christengemeenten;
  • zoeken naar wat ons bindt en niet naar wat ons scheidt;
  • bij elkaar blijven, ook al kerken we nu tijdelijk elders;
  • bij elkaar blijven, ook al is de weg naar de toekomst nog niet helemaal helder.

In de jaren zestig – de jaren van de kerkvernieuwing – werd ook de kerkopvatting van Augustinus weer opnieuw ontdekt. De kerk was voor hem op de eerste plaats een gebeuren, geen instituut. Het Concilie putte dan ook uit zijn teksten. De bisschoppen Bekkers en Bluyssen citeerden graag Augustinus’ woorden: Voor u ben ik bisschop, mét u ben ik christen.

Daarmee drukken ze hun solidariteit met de gelovigen uit. De clerus vormde geen aparte stand meer, maar werkte samen met andere gelovigen. Binnen het augustijnse pastoraat was er aandacht voor de vorming die leken moesten ontvangen om die samenwerking vruchtbaar te maken. Als eersten startten de augustijnen een theologische opleiding voor leken, hier in Nijmegen, terwijl ze in Breda de eerste landelijke opleiding voor pastorale werkers hebben opgezet. De pastorale werkers van het eerste uur zijn dus door de augustijnen gevormd.

Is er een karakteristiek te noemen waardoor je pastoraat augustijns pastoraat kunt noemen? Martijn Schrama schrijft in zijn boek over de regel van de liefde dat het misschien wel tekenend is voor de augustijnse benadering van het pastoraat dat zowel de liturgie als de prediking pastoraal dienen te zijn. Er wordt niet krampachtig omgegaan met voorschriften en dogmatische formuleringen. De verwoording ervan behoort steeds getoetst te worden aan de feitelijke en concrete werkelijkheid van de pastorale omgeving.

Ook in de Boskapel deed vanaf de 70er jaren de leek zijn intrede. De dualiteit “klooster – wereld” werd steeds meer opgeheven en het samen op weg naar God werd steeds meer een gemeenschappelijk samen van kloosterling en leek. Als extra mogelijkheid bood het nieuwe convent toen via leerhuizen de gelegenheid aan mensen om zich te verdiepen rond ontwikkelingen op theologisch en filosofisch gebied en rond kerkelijke en maatschappelijke hete hangijzers.

Die ontwikkeling gaat door tot op de dag van vandaag, letterlijk, want ook na deze viering verdiepen we ons nogmaals in de nieuwste ontwikkelingen van de Boskapel, dit maal onder leiding van Stefien Jansen, voorzitter van de Raad van Kerken Nijmegen.

Het bestuur van de Boskapel heeft de taak die eerst door augustijnen werd uitgeoefend heel goed overgenomen: de geloofsgemeenschap vormen en toerusten met de bedoeling om gemeenschappelijk voor elkaar het pastoraat uit te oefenen en samen de verantwoordelijkheid te dragen. Kerkvorming is gemeenschapsvorming, waarbij de inspiratie van Augustinus om gemeenschap op te bouwen en vriendschap te sluiten een grote rol speelt.

Deze gedachten kunnen ook u, parochianen van de Paulus, inspireren. Augustinus is geen bezit van de augustijnen of van de Boskapel. Hij is kerkvader en zijn centrale gedachte over Kerk is dat wij samen het volk van God vormen, waarbij de voorganger op de eerste plaats medechristen is.

Samen op weg naar God. Steeds opnieuw de relatie met God zoeken, de bron van ons bestaan. Samen gelovige mensen willen worden.

Want is dat juist niet de reden waarom we bij elkaar willen horen?

Joost Koopmans osa

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie