50 jaar Amnesty International

Lezingen: Genesis 1,25-31

Onze bijbel begint in hoofdstuk 1 met een charta van de mensenrechten. Op de eerste bladzijde wordt het fundament gelegd voor wat wij tot op de dag van vandaag onder mensenrechten verstaan. En het is met name één zin waarin alles al besloten ligt, namelijk: “God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.”

Over het scheppingsverhaal wordt natuurlijk veel onzin verteld. Het is vooral een hardnekkige opvatting dat het scheppingsverhaal een historisch bericht zou zijn. U weet wel, dat God de wereld en alles wat er leeft in precies zes dagen geschapen zou hebben, en dat het allemaal precies zo in zijn werk is gegaan. De vraag is natuurlijk hoe we dat willen weten want als je in deze lijn verder redeneert, dan was er toen geen mens bij om het na te vertellen. De mens is tenslotte pas op de laatste werkdag van God erbij gekomen. –

Nee, het is hier niet de vraag of het allemaal waar gebeurd is, maar het gaat om een heel andere waarheid, namelijk de waarheid dat wij mensen van God afkomstig zijn. Maar ja, ook hier kan je je afvragen hoe we dát dan weer willen weten? – Ik heb een keer bij de neuroloog Antonio Damasio de stelling gevonden dat ons het bewustzijn van God al vanaf onze “reptielenvoorouders” is overgeërfd. Zoals bijvoorbeeld een vogel gewoon intuïtief weet hoe hij een nest moet bouwen, zo voelen wij intuïtief een verwantschap met God. Daarmee wil deze neuroloog niet per se God bewijzen, maar hij wil zeggen dat wij in onze hersenen denkpatronen hebben die ouder zijn dan de mensheid; en misschien zelfs ouder dan het leven op aarde. Dat we in deze denkpatronen wellicht sporen van God terugvinden.

Maar zo theoretisch hoef je het helemaal niet te benaderen. Die sporen van God, die ontdek je ook als je bijvoorbeeld voor het eerst je pasgeboren baby op de buik hebt liggen. Of als je voor het eerst je kleinkind in de arm mag houden, dan weet je intuïtief dat dit wonder afkomstig moet zijn van God. Zo’n klein mensje, dat is niet alleen het product van de juiste bio-chemische reacties, het is niet alleen dat het dna goed in elkaar zit en alle cellen en moleculen zich in de juiste constellatie aan elkaar hebben gevoegd. Hier komt een dimensie bij die al het biologische overstijgt. –

Dát hebben de mensen in het scheppingsverhaal opgeschreven. De mens is afkomstig van God. Wij zijn zijn evenbeeld. Ons bestaan is dus groter dan onze stoffelijke verschijning hier. Onze jaren hier zijn weliswaar begrensd maar we maken toch deel uit van de eeuwigheid. En hoewel we maar mensen zijn, zijn we ook een verschijningsvorm van God. – Ik kan hier nu nog zulke mooie woorden zoeken, maar Augustinus heeft dat veel korter en veel treffender gezegd. Hij zegt gewoon: “eert in elkander God”. Dat is wat in ons scheppingsverhaal verteld wordt. Op de stoel naast je zit niet alleen een mens, je hebt God zelf naast je zitten; en niet alleen náást je, maar ook op je eigen stoel.

Nu heb ik het alleen maar over het christelijke mensbeeld. Maar ook in alle andere godsdiensten op aarde wordt de mens gezien als afkomstig van het heilige. Die neuroloog heeft namelijk wel gelijk: Dit besef is veel ouder dan de mensheid en dus ook veel ouder dan het christendom, en elke religie geeft dat in haar eigen beelden weer. En hoewel Amnesty International niet uitdrukkelijk een christelijke of religieuze organisatie is, komt de drijfveer uiteindelijk toch daar vandaan; namelijk uit het bewustzijn dat de mens waardevoller is dan dit organisme van vlees en bloed.

Het is niet alleen hoe slim we zijn en hoe knap, of dat we gezond zijn of gehandicapt, arm of rijk, aardig of lastig. Het is niet wat we van onszelf maken of hoe anderen over ons denken. Nee, onze waarde ligt in wat onszelf overstijgt. In onze kerken noemen we dat God. Onze waardigheid wordt door God bepaald.

Daarom is het goed dat we bij het 50-jarig bestaan van Amnesty stilstaan in een zondaagse viering. Want in een viering zoeken we altijd weer degene op die ons menszijn bepaalt.

Maar dit feest heeft natuurlijk een wrange bijsmaak: het is namelijk niet te verteren dat een organisatie als Amnesty überhaupt nodig is. We hebben gehoord dat er de afgelopen 50 jaar veel bereikt is, en dat is bemoedigend. Maar het is natuurlijk een schande dat er zoveel mensen gevangen gehouden worden omdat hun mening minder geacht wordt dan de mening van de machthebbers. Dat mensen gemarteld worden omdat hun zicht op de dingen minder waard geacht wordt dan de mening van de heersers. En dat mensen vermoord en verdreven worden omdat zij minder waard zouden zijn dan de eigen groep.

Als je ons scheppingsverhaal hoort dan zou dat eigenlijk niet meer kunnen. Je zou toch denken dat als de machthebbers al geen respect meer hebben voor de mens, dat ze dan tenminste respect zouden hebben voor God. – Maar hier ligt dan ook meteen het gevaar. Dat evenbeeld-van-God-zijn kan je namelijk ook op verkeerde gedachten brengen, de gedachte namelijk dat je dan ook het recht zou hebben om voor god te spelen.

En als mensen voor god gaan spelen dan is raar genoeg het eerste wat ze doen dat ze God beknotten. Dat ze grenzen vaststellen waarbinnen je nog wel evenbeeld van God bent, en dat ze vastleggen wanneer je dat niet meer bent. Dan gaan heersers willekeurig vastleggen wat je moet denken, of gaan ze bepalen dat je vanwege je afkomst of geaardheid niet meer als evenbeeld van God beschouwd hoeft te worden.

Dan kan ook gebeuren wat er 10 jaar geleden in New York is gebeurd: dat mensen menen dat zij anderen moeten vermoorden, de wereld op moeten schudden, en zelf bereid zijn om te sterven – omdat zij zich niet kunnen voorstellen dat God ook andere mensen bedoeld heeft om evenbeeld van hem te zijn.

Maar wat er in het groot gebeurt begint eigenlijk al in het klein. Het kan ook gebeuren dat een pastoor een kerkelijke uitvaart weigert omdat de kerk meent dat iemand niet meer binnen de grenzen van het evenbeeld-van-God gebleven is. Alsof dat überhaupt kan; alsof je uit je evenbeeld-van-God-zijn zou kunnen uitstappen! In feite maakt de kerk het feit dat je evenbeeld van God bent dan toch weer afhankelijk van hoe een mens zich gedraagt. Dan wordt het toch weer afhankelijk van hoe slim we zijn en hoe knap, of dat we gezond zijn of gehandicapt, arm of rijk, aardig of lastig.

En dat is precies wat ons scheppingsverhaal juist wil voorkomen. Onze waarde wordt juist niet bepaald door wat wíj van het leven maken. Onze waarde wordt door God bepaald. Híj maakt ons tot zijn evenbeeld. Dat is op bladzijde één van de Bijbel het onomstotelijke uitgangspunt. “God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk.” Niemand kan je dat afnemen, en jijzelf, ook al zou je dat willen, komt er ook niet onderuit.

We vieren de 50ste verjaardag van Amnesty, gefeliciteerd. Gefeliciteerd met elke kleine stap waar het gelukt is om het evenbeeld-van-God-zijn weer aan het licht te laten komen. En normaal gesproken wens je de jarige nog vele goede jaren toe. Maar dat doen we maar liever niet, want we hopen dat ooit een organisatie als Amnesty niet meer nodig zal zijn. Dat ooit alle mensen zullen kunnen leven zoals het een evenbeeld van God toekomt.

Moge het zo zijn. Amen

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie