Vooroordelen bestrijden

Lezingen: 1 Korinthiërs 13, 1-13 (Waar het eigenlijk om gaat) en Lucas 4, 21-30 (Toch maar zoon van de timmerman)

Vooroordelen kunnen iemand de nek omdraaien. In het Evangelie krijgt Jezus met zo’n vooroordeel te maken, als hij in zijn dorpssynagoge het woord voert en een beroep doet op het geweten van de toehoorders. “Wat verbeeldt hij zich: het is toch maar de zoon van de timmerman die hier in het dorp tafels en stoelen maakte en geleverd heeft!” Als een profeet niet beluisterd wordt in eigen stad/dorp, betekent dit dat Gods woord er niet mag klinken, en dat er ook geen helende handelingen kunnen plaatsvinden.

In essentie gaat Jezus’ verkondiging over de liefde, in woord en daad. Die liefde lijdt eronder, als zijn boodschap wordt weggehoond.

Overweging

Waarom worden de inwoners van Nazareth toch ineens zo woedend op Jezus? Ze waren nog wel zo trots op hun dorpsgenoot, zoals wij in ónze stad er trost op zijn als een Nijmeegs kind de nationale voorlees-wedstrijd wint, of als een Nijmeegse zanger, -es de landelijke top-tien haalt. Zo zijn de mensen van Nazareth enthousiast dat een gewone jongen uit hun dorp profetische gaven blijkt te bezitten. Dat komt hen goed van pas! In tijden van hongersnood kan hij voor brood zorgen; hij kan zieken genezen en doden ten leven wekken. Wat wil je nog meer als een dorpsgenoot dat allemaal kan? Ze willen hem inpakken zoals ouders hun kind soms voor zichzelf inpakken en zo zijn groei-naar-volwassenheid blokkeren; of zoals de ene partner de andere zó bezit, dat hij/zij het er benauwd van krijgt en zichzelf losmaakt.

Jezus voelt aan dat zijn dorpsgenoten hem voor zichzelf willen claimen als profeet en daarmee kan hij niet uit de voeten. Een waarachtige profeet gaat dáár naar toe waarheen de stem van God hem roept. Daarom zegt hij: “Ik ben een profeet in de lijn van Elia en Elisa.” Deze profeten liepen namelijk tegen het voor-oordeel aan dat God er op de eerste plaats voor Israël zou zijn; als zijn eigen volk eisten ze hem vooral op voor zichzelf. Maar Elia werd niet naar de weduwen van Israël gestuurd, maar naar die in het heidense Sidon; en Elia niet naar de melaatsen van Israël, maar naar de Syrier Naäman. Zij weerstaan de claim van het eigen volk en verleggen grenzen. Als Jezus daarmee duidelijk maakt dat hij op hen lijkt, slaat de stemming om en keert zijn bekendheid zich tegen hem. Het “hij is één van ons!” wordt nu een vooroordeel. “Hij is toch maar de zoon van de timmerman?” Ze kennen hem nog als krullenjongen die met zijn vader een nieuwe deur kwam hangen in hun huis. Zo iemand hoeft hen niet de les te lezen! En zeker geen meningen te hebben over God en godsdienstigheid.

Daar staat hij dan: Jezus van Nazareth. Hij mag wel thuis, maar niet aan de weg timmeren.

Zo ligt in het begin van het Lucas-Evangelie als heel zijn levensloop besloten: dat zijn verkondiging op weerstand stuit en dat deze weerstand hem uiteindelijk zijn leven gaat kosten. Nu al willen ze hem de afgrond induwen, maar hij ontsnapt eraan. Eerst heeft hij ons nog veel te leren, zal hij nog vele malen laten zien waar hij voor staat, laten horen wat God hem ingeeft. Daarom loopt hij dwars tussen hen door en gaat vastberaden en met opgeheven hoofd, zijn weg.

De geschiedenis herhaalt zich: want vooroordelen over hem en zijn Evangelie zijn er jammer genoeg nog altijd. Bijvoorbeeld: “Jezus is iemand van lang geleden, iemand voor vrome zielen. Met zijn woorden kun je tegenwoordig niks meer mee beginnen.” Zo wordt hem ook nu de pas afgesneden.

De geschiedenis herhaalt zich ook in de profeten die door de tijden heen mensen willen wakkerschudden en oproepen tot een levensstijl in de geest van de man uit Nazareth. Ze werden gehoond en geschimpt, kwamen op de brandstapel terecht, zijn uit de weg geruimd, ook binnen de kerk. Nu wordt hen van hogerhand het zwijgen opgelegd, worden op een zijspoor gezet. “Niet recht in de leer”, zo luidt het vooroordeel.

Zonder jezelf een profeet te vinden, wil ieder van ons toch wel ergens voor staan. Je wilt trouw zijn aan je idealen, aan wat je als je roeping ziet. Dat kan je in conflict brengen met de achterban waarvan je gedacht had dat ze je zouden steunen. Je hebt het voorbeeld van profetische mensen die ook zonder de verwachte steun of zelfs tegen de stroom in hebben vastgehouden aan datgene waarvoor ze willen staan. Ze moesten door veel vooroordelen heenbreken en dat is niet gemakkelijk.

Moeilijk kan het ook worden als binnen één kerk verschillende stromingen tegenover elkaar komen staan. Als ieder van de partijen meent te moeten vasthouden aan eigen visie en beleving.

Zoiets deed zich voor in de kerk van Korinte aan wie Paulus zijn brief over de liefde schreef. De één voelde zich al begaafder dan de ander, en dat leidde tot wedijver en discriminatie. Daar kom je alleen maar uit, schrijft Paulus dan, als ieder bij zijn streven naar de hoogste gaven de weg van de liefde bewandelt.

In dat soort crisissituaties betekent liefde: niet afgunstig zijn, je niets inbeelden, niet kwetsen, niet je eigen belang zoeken, je niet laten verbitteren. Het is de agapè, de belangrijkste liefde, alleen maar mogelijk als je geduldig bent en zachtmoedig. Dat hebben we zojuist nog gezongen.

In het kader van ons thema kun je ook zeggen: als je vooroordelen laat vallen en respect opbrengt voor de visie en de beleving van de ander. Maar zachtmoedig zijn is heel wat anders als een zacht ei zijn. Want respect mag je ook voor jezelf vragen. Als jij door die ander níet serieus wordt genomen in je aanvoelen, als ze jou wel de pas afsnijden door vooroordelen, blijft je niet veel anders over dan te gaan, vastberaden, hoe moeilijk dat ook kan zijn. Jezus deed het …

Joost Koopmans osa
Geïnspireerd op:
Jo Ticheler: Vanuit Lucas bezien

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie