Verzet en overgave (advent 2010)

Lezingen: Jes 7,10-14 en Mt 1,18-24

Er bestaat misschien geen grotere verleiding voor mensen dan zich bij de feiten neer te leggen omdat het ‘nu eenmaal gaat zoals het gaat’. Koning Achaz, 700 jaar voor Chr., belandt in een dergelijke situatie.
Jozef, 700 jaar later, wordt geconfronteerd met een gebeurtenis waarin hij herinnerd wordt aan deze koning. Beiden zijn zoekers naar richting in hun leven. Beide mannen krijgen een teken met dezelfde boodschap. Achaz en Jozef, de een met een beeld van de wereld, versmald tot wat wij, mensen kunnen zien en grijpen. Voor de ander is er slechts verwondering.

Achaz, de realist. Jozef, die openstaat voor meer tussen hemel en aarde.

Overweging

Hoe zullen we ons kind noemen? Dit is een belangrijke vraag tijdens de zwangerschap. Soms kiezen mensen voor een naam uit het voorgeslacht, er wordt dan geschiedenis als erfdeel meegegeven. Soms kiezen mensen voor een geheel nieuwe naam als een open begin. Naar bijbels besef begint het leven niet bij de eerste ademhaling, je leven begint met het roepen van je naam. Die naam drukt je wezen uit, je roeping. Zoals Huub Oosterhuis schrijft:

Dan roepen mensen jij, jij, jij.
Wees hart en hand en mens voor mij,
Wees waarom, daarom, groot of klein
De mens die jij alleen moet zijn.

Ook in het evangelie van Matteüs wordt een naam gegeven aan het kind dat uit Maria geboren wordt. De wijze waarop het kind deze naam krijgt is voor ons wereldvreemd. Matteüs begint zijn evangelie met een geslachtslijst. Daaruit moet blijken dat het kind zoon van Abraham en zoon van David is. Jozef wordt niet als de vader genoemd, zoals bij alle voorgaande geboortes uit de geslachtslijst wel telkens de vader wordt vermeld. Toch wordt zijn geboorte voornamelijk vanuit het perspectief van Jozef beschreven. Na het overzicht van de afstamming begint het verhaal waar we het over hebben, direct met de verloving van Jozef met Maria.

Zich verloven betekende dat ze al bij elkaar hoorden. De overeenkomst was al gesloten, het wachten was op de dag dat Maria bij hem zou komen wonen. Dan blijkt tot verbijstering van Jozef dat Maria in verwachting is. Van wie is zij zwanger? Waar is het vertrouwen gebleven, de liefde die er tussen hen was gegroeid? Moest iedereen weten dat het uit was tussen hen, dat de verloving geweld werd aangedaan?

Met gemengde gevoelens ziet Jozef de toekomst tegemoet. Jozef wordt een tsaddiek genoemd, een rechtvaardige, iemand die geheel volgens Gods richtlijnen leeft. Hij wilde zijn vrouw dan ook niet in opspraak brengen. Is het misschien toch niet beter om dan maar in stilte uit elkaar te gaan?

Jozef weet niet wat hij met de situatie aan moet en zijn verzet groeit. Zelfs in zijn slaap is hij er mee bezig en dan verschijnt er in een droom een engel. Jozef wordt geroepen bij zijn naam: “Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen. Het kind in haar schoot is verwekt door de Heilige Geest. God is op een bijzondere wijze bij Maria, bij de zwangerschap en het kind betrokken. Hij is de oorsprong.
Aanvankelijk verwarde het haar, maar God is daar waar men Hem binnenlaat.”

Jozef krijgt de opdracht het kind een naam te geven. Dat is belangrijker dan misschien op het eerste gezicht lijkt. Het houdt in dat hij het kind als zíjn kind beschouwt. Daardoor wordt hij de wettelijke vader en kan het kind opgenomen worden in het huis van David en zoon van David genoemd worden. Het kind moet Jezus worden genoemd: Joshua in het Hebreeuws, dat betekent: God helpt. De engel zet zijn boodschap kracht bij door de profeet Jesaja te citeren.

Jozef kent de Thora en de profeten. Zijn verzet is gebroken, hij geeft zich over aan datgene wat hij als een teken van God ziet. Hij kiest voor deze vrouw en het kind dat zij draagt. De tegenovergestelde houding zien we bij Achaz.

De tekst uit de eerste lezing gaat over koning Achaz, in de 7e eeuw voor Chr. Hij is in grote politieke moeilijkheden en bang voor de grootmachten om hem heen. Toch zoekt hij steun bij een van hen. Jesaja raadt het hem af.

Wat helpt is: vertrouwen op de Heer: “Vraag God een teken om te weten wat je moet doen.” Wat moet ik met God, denkt Achaz. Hij wijst het advies resoluut af en vertrouwt liever op zijn eigen inzicht en plannen. God laat zich echter niet afschuiven en dan volgt de bekende tekst: “De jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuel noemen.” De Heer geeft zelf een teken wat besloten ligt in de naam: Immanuel, dat is: “in de hand van God”.

Achaz, de man die het zonder God wil doen, zal het veld moeten ruimen voor een zoon die wel op de Eeuwige vertrouwt. Koning Achaz heeft een wereldbeeld waarin geen plaats is voor profetische woorden en visioenen. Hij is een realist. Hij moet de zaken kunnen overzien en beredeneren. Dan ben je een echte kerel. Jozef en Achaz: twee mannen tegenover God en het mysterie. De ene een machoman en de andere de weerloze Jozef.

Hij begrijpt er niets van maar verwondert er zich over. Jozef kan leven met een geheim. Hij kan het mysterie rond Maria uithouden en verdragen. Voor hem geldt nu alleen dit: Mijn God komt ons nabij door dit kind dat ik een naam mag geven. Joshua: God helpt.

Jozef en Maria: ieder met zijn, haar geheim. De geboorte van Jezus werd tegemoet gezien met gemengde gevoelens. Voor velen zal dit met het naderende Kerstfeest ook zo zijn:
Ik denk aan die mensen die temidden van alle glamour en glitter ontzettend eenzaam zijn.
Ik denk aan die mensen die met verdriet en heimwee denken aan het laatste Kerstfeest, toen ze nog niet alleen waren. Al dit verdriet is, vrees ik, onvermijdelijk.

Met Kerstmis zullen de kerken vol zijn. Is dit uit nostalgie, valse sentimenten? Ik denk van niet. Er is een onuitgesproken behoefte
om bemoedigende woorden te horen,
om getroost te worden,
om te horen dat er meer is dan jouw verloren gegane dromen,
om te horen dat uit diepe vertwijfeling toch hoop geboren kan worden,
om warmte en geborgenheid te voelen: “wees niet bang”.

In de praktijk zal jouw situatie er niet door veranderen, maar misschien verandert er iets in je zelf. En soms kan dit leiden tot overgave aan datgene wat je niet kunt bevatten, maar waardoor je wel je levensweg kunt vervolgen: het vertrouwen in Immanuel — in de hand van God.

Maria Schröder
Nico ter Linden, Het verhaal gaat…
Joop Smit, Jezus, hoeksteen of struikelblok?
Tot uw dienst, Liturgiekatern van de Stichting “Midden onder U”

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie