Stilte voor de storm

Lezingen: Handelingen 7,55-60 (Stefanus) en Johannes 17,20-26

In het openingslied zongen wij:

Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen.
Wat wij in Hem bezaten, is altijd om ons heen.

Dat zijn twee zinnen in de tegenwoordige tijd. Die Geest van Jezus van Nazareth is dus bij ons. Wij zijn dus met Hem verbonden, wij zijn niet alleen. Trouwens, wie van ons wil graag alleen zijn? Schijnbaar is het alleen-zijn het ergste in een mensenleven. En iemand die de ander verliest door scheiding, de dood of een vliegtuigongeluk weet en voelt hoe erg dat is.

Ik kan me zo voorstellen, hoe de apostelen zich na de Hemelvaart van Jezus gevoeld hebben. Ze zijn hun Meester, hun houvast kwijt. De bindende factor die hen bijeenhield, is er niet meer. Want een eenheid waren de apostelen zeker niet.Wij kennen Matteus de tollenaar, Thomas de twijfelaar, de broers Jacobus en Johannes die “donderzonen” worden genoemd, Simon de ijveraar, de op geld beluste Judas Iscariot, de onstuimige Petrus enzovoorts. Er waren spanningen tussen de apostelen. Jezus moet verschillende keren de zaak sussen lezen we in het evangelie.

Die verschillen tussen karakter en inzicht bij zijn naaste vrienden is een grote zorg voor Jezus. Maar na zijn heengaan naar zijn Vader moeten ze wel bij elkaar blijven. Dat is zijn hartewens.

“Mogen ze allen een zijn”, is zijn vurig en diepgemeend gebed, “opdat zij mogen geloven dat Gij Mij gezonden hebt.” Van die eenheid hangt de geloofwaardigheid van Jezus af en ook de toekomst van zijn Rijk, zijn kerk. Daarom ook zal Hij hen een helper sturen. En die hebben ze hard nodig.

Bij de komst van de H. Geest op dat eerste Pinksterfeest straalden ze eenheid uit, maar later komen die verschillen weer naar boven. In de Handelingen hebben we over die grote spanningen in de afgelopen weken gelezen. Mag men geofferd vlees eten, moeten de christenen die geen Joodse achtergrond hebben toch de reinigingswetten van de Joden onderhouden en moeten ze besneden worden om volwaardig christen te kunnen worden?

Maar in onderling overleg kwamen ze tot besluiten. “Wij en de H. Geest hebben besloten u geen onnodige lasten op te leggen.” Eensgezind, al ging het moeizaam. Want ze herinnerden zich de woorden van Jezus: Elk rijk, dat onderling verdeeld is, zal ineenstorten. (o.a. Mt 12,25)

En de geschiedenis herhaalt zich. Ook in onze tijd zijn er grote spanningen in de kerk. Zij is immers een levend gebeuren en wordt telkens weer geconfronteerd met de vragen en noden, die onze snel veranderende wereld stelt. Zij moet de vreugde en de pijn, de hoop en verwachting van de mensen meedragen. Dat vraagt voor een wereldkerk verscheidenheid van aanpak.

Vele christenen en ambtsdragers hebben het moeilijk met deze verscheidenheid. Zij zien de Kerk nog altijd als een eenvormig geheel, met eeuwige waarheden en een strikte structuur. Wij zijn de enige kerk. En alle christenen moeten uiteindelijk terugkerennaar de ware kerk van Rome. Zij ergeren zich niet alleen aan het grote aantal verschillende christelijke kerken, maar vooral aan de spanningen binnen de kerk: de vooruitstrevende vernieuwers en de angst bij de behoudzuchtigen.

In een gezin en familie denkt en gelooft niet iedereen meer hetzelfde. De tijd van gelijke monikken, gelijke kappen is voorgoed voorbij. En wat in een gezin niet meer lukt gaat zeker niet meer in een wereldkerk. Wij moeten leren leven met vragen en verschillen, maar ook proberen niet te ver uit elkaar te groeien, zodat je je niet isoleert. Die band bewaren vraagt geduld, moed, vertrouwen en gebed.

In een regering zonder oppositie groeit vaak een machtsmonopolie en worden tegenstanders monddood gemaakt. Een eenpartijsysteem werkt vaak ook chaos in de hand. De mensen van Amnesty International weten daar veel van. Dus ook de kerk, net als andere menselijke grote organisaties, is niet vrij van zulke gevaren.

Wij zullen met een gezonde verscheidenheid en veelvormigheid binnen de Kerk moeten leren leven. Zij zijn een teken van leven en geestkracht. De H. Augustinus geeft ons een veilige richtlijn om met deze spanningen te om te gaan. Hij zegt: In wezenlijke dingen, moeten we een zijn: in strijdvragen hebben we de vrijheid, maar in alles moet de liefde het laatste woord hebben.Maar wat zijn die wezenlijke dingen? Zijn dat niet de 12 artikelen van het geloof? Dat zijn er toch niet zoveel.

Juist in deze tijd leven er veel vragen in onze kerk, waarop het evangelie geen direct antwoord geeft. En ik heb de indruk dat het niet altijd om echt wezenlijke dingen gaat, maar meer om geloofsbeleving dan om geloofsinhoud. Het vraagt veel tijd, energie, gebed en nadenken om te zoeken naar een verantwoorde gedragslijn, in een open dialoog met elkaar . Maar in de praktijk schort het nogal eens aan dialoog, waardoor wrevel, onrust en onvrede ontstaat. Maar het laatste woord is toch altijd aan het persoonlijk geweten.

Wij komen hier samen, als christenen, die om met de woorden van het evangelie te spreken “hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt”. “Zijn Naam is ons geopenbaard.” Wij willen in het voetspoor treden van en verbonden blijven met die Jezus van Nazareth. Van ons wordt niet verlangd dat zo letterlijk te doen als Stefanus. Maar wel met de liefde als wapen. We krijgen onze zending en opdracht niet kado. Volgende week vieren we weer de komst van de H. Geest.

We willen het stil maken in onszelf, zodat de stormwind van de Geest kan komen. We mogen hopen en bidden dat door zijn komst bij ons de aarde, zijn Rijk, zijn en onze Kerk zal vernieuwd worden. — AMEN.

Bert van Balkom sdb
Bronnen:
Weekendliturgie (Gooi & Sticht)
Nieuwe preken (Jos Lammers)
Johannes, de Ziener (Jan Nieuwenhuis)

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie