Maria ten Hemelopneming 2010

Lezing: Lucas 1,39-56 (Maria en Elisabet)

Het is vandaag Maria ten Hemelopneming. Een feest dat vroeger met veel statie werd gevierd. Het was zelfs een officiële zondag. En op dat feest werd de litanie van Maria gelezen. Velen van u kunnen er waarschijnlijk nog stukken van opzeggen: Ivoren toren, gouden huis, ark van het verbond, morgenster. Titels die voor ons onbegrijpelijk zijn geworden. Die ook in tegenspraak zijn met de boodschap die het Magnificat ons geeft. Daarom zal Rikie als eerste lezing straks een nieuwe litanie van Maria voorlezen. Ik wens ons allen een goede en inspirerende viering toe.

Overweging

Het feest van vandaag, Maria ten hemel opgenomen, is het eindpunt van een lange weg die de Kerk is gegaan met de moeder van Jezus. Het begon allemaal met een eenvoudig meisje in een onbelangrijk stadje in Galilea, een achterlijke provincie aan de rand van het romeinse rijk. Zij werd zwanger en baarde een zoon. Ook al niet zo bijzonder. Maar die zoon was wél bijzonder. Zo bijzonder, dat vele verhalen over hem de ronde zijn gaan doen, die later als evangelie zijn opgeschreven. Na zijn dood en verrijzenis, begonnen er ook verhalen over Maria verteld te worden. Veel van die verhalen zijn bewaard gebleven in de apocriefe geschriften. Boeken die de bijbel als het ware niet gehaald hebben, maar die in deze moderne tijd weer dienst doen bij allerlei bestseller-auters. En voor de bijbelse verhalen moeten we het doen met enkele passages, zoals die bij Lucas, die we vandaag gelezen hebben.

In de tijd na het ontstaan van de evangelies namen de titels en dogma’s over Maria verder toe. Maagd, voor en na de bevalling, moeder van God. Dan de volgende overweging: als Maria Moeder van God is, kan zij niet zoals alle andere mensen zijn besmet met de erfzonde. Deze gedachte vond zijn voltooiing in het dogma van de onbevlekte ontvangenis van Maria, uitgevaardigd in 1854. Voor zo’n bijzondere vrouw was gewoon doodgaan en vergaan dan ook niet meer aan de orde, en zo kon paus Pius XII in 1950 de rij afsluiten met de ten hemelopneming naar ziel en lichaam. Je zou bijna kunnen zeggen dat Maria daarmee voorgoed uit het zicht verdwenen was. Het eenvoudige meisje uit Nazareth was behangen met juwelen, voorzien van mantels en kronen, en meer eretitels dan je op kunt noemen. In vele kerken en kapellen vinden we daar nog steeds de beelden van.

Maar het leven is gelukkig sterker dan de leer. Nog geen twintig jaar na de afkondiging van dit laatste dogma van Maria ten Hemelopneming, ontstonden er nieuwe bewegingen die op zoek gingen naar dat eenvoudige meisje, die Maria van het Magnificat. Bewegingen die in het magnificat een profetische oproep beluisterden. En die ontdekten dat het evangelie van vandaag eigenlijk een dubbele profetie is. Maria’s nicht Elisabeth herkent in Maria de moeder van de Messias als Maria nog maar net zwanger is. Haar man Zacharias is letterlijk het zwijgen opgelegd, omdat hij niet geloofde dat zijn vrouw nog zwanger kon worden. En ook Maria profeteert: eindelijk heeft God zich over zijn volk ontfermd. Er zal een eind komen aan de onderdrukking De hongerigen zullen worden gevoed en de vernederden verhoogd. Mensen die voor het oog van de wereld alle aanzien genieten, zullen ontdekken dat het God daar niet om gaat. Een omkering van alle waarden is aanstaande. En deze beide aanstaande moeders maken zelf deel uit van de omkeer die is beloofd. De aangekondigde messias zal vrouwen zien als mensen, niet als ondergeschikte wezens. Tijdens zijn reizen door Palestina om zijn boodschap te verkondigen, zullen vrouwen als leerlingen met hem meetrekken en bij zijn dood zullen zij bijna als enigen onder het kruis staan.

Deze ontdekking deed de feministische theologie toen zij het magnificat met nieuwe ogen las. Zij ontdekte Maria als sterke vrouw. Een gelovige joodse vrouw, die ook de schriften kende en wist van de verwachte Messias. Een vrouw die niet bang was, die durfde te kiezen tegen de conventies in.

Ook de bevrijdingstheologie, die Maria zag als voorloopster en voorvechtster bij de keuze voor de armen, heeft een bijdrage geleverd bij een nieuwe kijk op Maria. Die, zoals in de eerste lezing in Maria een vrouw zagen zonder troon en zonder majesteit waar mensen terecht kunnen die in de knel zitten. Zij is de moeder van de armoedzaaier, en van de opgejaagde zwerver. Zij is de koningin zonder pracht en praal, die in landen waar mensen elkaar dagelijks naar het leven staan, toch wordt vereerd als de moeder van alle gelovigen. Alle verloren zielen kunnen bij haar terecht en ze gáán ook, soms nauwelijks wetend wat ze zoeken, om troost, om een enkel moment van rust. Soms komen mensen die nauwelijks nog ergens in geloven naar de kerk en steken bij Maria een kaarsje op, en zijn even stil en zoeken hun heil bij haar die Jezus’ moeder was en daardoor ook die van ons.

Annemiek Alferink

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie