Laat je hart spreken

Lezingen: Herboren (Sytze de Vries), Lucas 7, 36-50 (De vrouw die Jezus’ voeten wast)

Soms voel je je niet zo welkom bij een samenkomst, bijv. als je door je familie bent uitgenodigd omdat je nu eenmaal familie bent… plichtmatig…. Je wordt dan ook navenant ontvangen. Totdat er een ouwe buur binnenkomt die je allang niet meer gezien hebt: “Hé” roept ze, “hoe gaat ’t met jou?” Je wordt opeens het middelpunt door die oprechte aandacht.

Zoiets speelt zich vandaag af in het Evangelieverhaal. Jezus wordt koeltjes ontvangen door de farizeeër Simon. Maar dan komt er een ongenodigde gast binnen, bekend om haar slechte reputatie. Zij geeft Jezus waar Simon in tekort schoot: betuigingen van hartelijke genegenheid. “Aanstootgevend”, vindt Simon vanuit zijn wettisch denken. Maar Jezus kijkt met de ogen van zijn hart, ziet haar oprechtheid. Daarover denken we vandaag verder na….

Overweging

Het is een spannend drietal dat Lucas in dit hoofdstuk van zijn Evangelie introduceert:

  • Simon de farizeeër
  • Jezus, de geruchtmakende rabbi uit Nazareth
  • en een naamloze vrouw die bekend staat als zondares.

In de Joodse samenleving waren de farizeeën “leken”, die hun geloof serieus opvatten en zich nauwgezet toelegden op de Schrift. Ze brachten grote offers om de voorschriften trouw te onderhouden. Hun tragiek was hun fanatisme, hun rechtlijnigheid in de leer, en hun gebrek aan zelfkritiek. Met allerlei soorten “zondaars” willen en kunnen zij zich niet inlaten.

Wanneer rabbi Jezus deze zondaars wel vriendelijk bejegent en zelfs met hen eet, schudt de wereld van de farizeeërs op haar grondvesten. Het ligt dus niet voor de hand dat een farizeeër Jezus uitnodigt. Wat zit er achter dat Simon dit dan toch doet? Wil hij Jezus beter leren kennen? Zijn standpunt tegenover hem bepalen?

De ontvangst is nogal koeltjes. De voetwassing, een normaal gebruik in dat warme land met zijn stoffige wegen, wordt hem niet gegeven. Een welkomskus kan er ook niet af. Waarschijnlijk wil Simon niet met Jezus in lijfelijke aanraking komen omdat deze door zijn omgang met tollenaars en zondaars zelf ook onrein is geworden.

Al snel zal Simon met eigen ogen zien dat het klopt wat er over Jezus verteld wordt. Een vrouw met een slechte reputatie staat opeens aan het voeteneind van de rustbank waar Jezus op ligt. Ze huilt. Ze laat haar hart spreken en doet wat Simon had moeten doen. Ze wast Jezus’ voeten met haar tranen, droogt die met haar hoofdharen af, kuste ze en zalfde ze met balsem. Ze stoort zich niet aan de voorschriften en conventies.

Ze is absoluut niet welkom, en dat ze haar haren losmaakt — een vrouw mag dat alleen voor haar eigen man doen — is aanstootgevend voor de aanwezige farizeeën.

Maar Jezus aanvaardt haar. Ook hij gaat gemakkelijk om met conventies. Hij beantwoordt het lijfelijk contact met een onreine vrouw heel anders dan volgens de farizeeën geoorloofd was. Hij stuurt haar niet weg en verlegt zo zijn grenzen.

Wat ziet hij dan in haar?
Wat ziet hij in haar tranen?
Wat drukt ze met de taal van tranen uit?
Is het schaamte om wat anderen van haar zien?
Schaamt ze zich voor zichzelf?

Een zondige vrouw is zij, vertelt Lucas. Maar wat haar zonden zijn vertelt hij niet. Niet dat ze een hoer zou zijn of crimineel, nee: zondig, zoals jij en ik dat zijn.

Zondigheid is een gegeven, hoort bij mens-zijn. Tekorten, zonden in de zin van: de baas willen spelen over de ander, je overal tegenaan willen bemoeien, niets uit handen kunnen geven, niet dulden dat anderen succes hebben, huichelen, draaien… vul maar aan. Je hebt jezelf lang niet altijd in de hand. Soms lijkt het wel of het leven met je op de loop gaat: je wilt wel beter, maar het lukt je almaar niet.

Heeft de vrouw daarom verdriet? Ze weet dat haar leven gebrokenheid kent, maar ze weet ook dat ze dat niet groter of zwaarder moet maken. Het feit dat ze binnenkomt in een haar vijandige omgeving laat zien dat zij naast een nederige ook een fiere vrouw is. Nederig omdat ze zichzelf niet mooier voordoet dan ze is, fier omdat ze zichzelf durft te laten zien aan die rabbi uit Nazareth. Hij laat zijn hart spreken en verstaat haar gedrag als dat van iemand die een nieuw begin heeft gemaakt en dat liefdevol laat blijken. Door haar tekorten heen ziet hij haar oprechtheid!

Hoe anders kijkt Simon, de farizeeër. Vanuit zijn opvattingen moet hij verbijsterd zijn geweest bij de aanblik van deze vrouw en bij het zien van haar aanraking van Jezus. Die kan gewoon geen profeet zijn als hij geen weet heeft van de zondigheid van deze vrouw. Simon weet het beter. Hij heeft zichzelf ingedeeld bij de niet-zondaars en wijst daarom deze vrouw, maar eveneens Jezus af.

Maar niet-zondaars bestaan niet. Misschien moeten we zeggen: gelukkig niet! Zondigheid, ons tekort, houdt ons met beide benen op de grond, houdt ons alert, kritisch tegenover eigen gaan en staan. Het voorkomt dat je té hard wordt in je oordeel over anderen.

Mens word je, door te aanvaarden dat je leven altijd onaf is, tekortschietend, begrensd is, altijd schaduwen kent. Maar niet die tekortkomingen, die duistere kanten zijn onze zonde. Zonde is dat je niet erkent dat het er is!

De vrouw die doet wat Simon nalaat en Jezus begroet, doet dat met de taal van haar tranen. Nederig en fier laat zij zich zien, zoals zij is. Dat treft Jezus. Hij onderstreept haar vertrouwen. Hij laat haar in vrede gaan. Laat je dus niet verlammen door je tekorten.

Wees nederig: “Ik ben maar een mens” en fier: “geloof dat je er mag zijn”.

De barmhartige, die zijn hart laat spreken, gelooft in jou!

Tot slot verwoordt Jos Zwetsloot het aldus in het volgende gedicht:

Lach me niet uit als ik jou mijn geheim toevertrouw
Oordeel niet over mij als ik vertel over de misstap die ik ooit beging.
Kijk me niet zo bestraffend aan, als ik je in vertrouwen vertel waar ik me voor schaam.
Laat me niet vallen als je ontdekt dat ik niet zo volmaakt ben als je wel dacht.
Vergeef me liever, want ik wil steeds meer van je gaan houden.

Joost Koopmans osa

Geïnspireerd door het Omroeppastoraat

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie