Komt ontbijten

Lezingen: Handelingen 5, 27–41, Johannes 21,1-14

Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. Dat horen we in de eerste lezing, waar de apostelen vrijmoedig getuigen van hun geloof in die Jezus van Nazareth die verrezen is nu in hen leeft. Maar voor het zover was, zijn zij een lange weg gegaan.

Daarover horen wij in het evangelie. Het is een heel ander paasverhaal dan welke wij in de afgelopen weken gehoord hebben.

De apostelen zijn teruggekeerd naar hun vertrouwde omgeving in Galilea. Zij zijn weer in de dagelijkse werkelijkheid bij het water met hun boten en vissen. Ze werken weer in de nacht, met tegenslag en ontmoediging. Die nacht vingen ze niets, en de Heer die op het strand stond, herkenden ze niet. Jezus zegt hun: “Werp het net uit.” Dan vangen ze zoveel vis, dat de netten het dreigen te begeven. En dan Jezus weer: “Haal wat van de vis die ge zojuist gevangen hebt.” Zo gezien is het een allerdaags verhaal. En dat is ook juist wat Johannes ons vandaag duidelijk wil maken. Het geloof in Pasen heeft alles te maken met het gewone leven van alle dag, van de mens die probeert iets van zijn leven te maken. In ons dagelijks leven mogen wij de aanwezigheid ervaren van de verrezen Heer.

Maar welke aanwezigheid?

Johannes vertelt ons hoe hij en de andere apostelen die aanwezigheid hebben leren ervaren. “Wetend dat het de Heer was, durfde geen van de leerlingen Hem vragen: ‘Wie zijt Gij?'” Een verhaal over de ontmoeting met de verrezen Christus, die zo vertrouwd en tegelijk zo nieuw is.We voelen bij het lezen de spanning, waarin de leerlingen verkeren. Hij is het – en Hij is het niet. Hij is aanwezig, maar op een andere manier. De verrijzenis betekent dat Jezus na zijn dood voortleeft bij zijn Vader, maar ook op actieve wijze bij zijn leerlingen aanwezig blijft. En ook bij ons.

En zoals Petrus later zal getuigen, zo wordt ook van ons verwacht dat wij getuigenis afleggen. Vanuit dat geloof, vanuit die verantwoordelijkheid zoeken wij naar nieuwe kansen en mogelijkheden tot echt en gelovig levenvoor onszelf en de mens naast ons, kortbij en veraf. Heel concreet wordt dit vandaag in de schrijfaktie van Amnesty International. Door mensen te schrijven, die om politieke of religeuze opvattingen gevangen zitten, geven wij een teken, dat ze niet vergeten worden. Dat zij bij óns horen, mensen die opkomen voor waarheid en gerechtigheid.

Maar hoe houden wij dat vol, in een wereld die steeds minder gelovig wordt? Hoe houden wij het vol, wij die wel geloven, en steeds minder in aantal en ouder worden? Dan kijk ik om me heen. Dat zie ik hoe mensen, zoals mijn medebroeders in Haiti, die toch weer zeggen “kracht naar kruis te krijgen”. Dan zie ik mensen, die b.v na een scheiding toch weer het leven oppakken. Dan zie ik jongeren die na een moeilijke jeugd toch een gelukkig gezin stichten.

En wij zelf? Wij komen hier samen, rond de verrezen Heer, gesymboliseerd door de brandende paaskaars, als een Licht in ons midden. Om te getuigen, maar ook om elkaar te bemoedigen. Om het nieuwe leven van Pasen te vieren, samen te eten van het heilig Brood en de gezegende Wijn.

We zijn vaak als de vermoeide vissers uit het evangelie. Het lijkt er soms op dat we niets vangen, dat al onze inspanningen tevergeefs zijn,dat we worstelen in de nacht, in het duister. Maar wij moeten wel van wal steken, nogeens de netten uitwerpen.. Dan staat de Heer op het strand, vult onze netten en maakt het ontbijt voor ons klaar. Daarvoor worden we uitgenodigd, vandaag en de komende tijd.
Amen

Bert van Balkom sdb
Bronnen:
Weekendliturgie (Gooi & Sticht)
Nieuwe preken (Jos Lammers)
Heel de wereld (Kees Pannekoek)
Johannes, de Ziener (Jan Nieuwenhuis)

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie